Constant Nieuwenhuys (1920 – 2005)

In de kunst kolom over Gillian Carnegie citeer ik met instemming de uitspraak van Robert Ryman dat er nooit een laatste schilderij kan zijn. "Schilderen kan alle richtingen gaan. Het is gewoon zo rijk. Ik zie niet hoe er een laatste schilderij zou kunnen zijn."

Na het zien van een documentaire over het leven en werk van Constant Nieuwenhuys ("Constant avant le départ" van Maarten Smidt en Thomas Doeble) ben ik daar niet meer zo zeker van.

In een periode die meer dan zestig jaar omspant heeft Constant een oeuvre opgebouwd dat bestaat uit schilderijen, gouaches aquarellen, tekeningen, etsen, litho’s beelden, maquettes en essays. Naast een veelheid aan materialen en technieken geeft Constant ook vaak de politieke en maatschappelijke actualiteit een plaats in zijn werk. De confrontatie met de thematiek, individueel versus algemeen en zijn zoektocht langs technieken en materialen kan ik met hem meevoelen. Graag kijk ik met Constant mee wat er aan de basis van deze zoektocht ligt.

In een artikel uit 1965 getiteld "De dialectiek van het experiment", rekent Constant zichzelf tot een beweging die hij aanduidt als "de experimentelen". Hun programma is hij in grote trekken zijn leven lang blijven volgen. Dat hij zich verzet tegen alle "esthetische normen" geloof ik graag. Dat hij het scheppingsproces belangrijker vindt dan het eindresultaat en het vervaardigen van een kunstwerk vooral ziet als een middel ter "geestelijke verrijking van de kunstenaar" spreekt mij het meest aan. Veertig jaar later zegt de winnaar van de Turnerprijs 2005, Simon Starling, ongeveer hetzelfde, wanneer hij zijn werk omschrijft als "de fysieke manifestatie van een denkproces" (zie naschrift bij de kunst kolom over Gilliam Carnegie)

Dat de experimentele kunstenaar steeds zoekt naar een spiegelbeeld van de gevestigde schoonheidsbeleving lijkt me een goed uitgangspunt. Hoe dit vol te houden in een tijd waarin de anti-stijlen elkaar steeds sneller opvolgen en daarbij ook nog het individuele karakter in het werk recht te doen, lijkt me lastig.
Wellicht leidt dit ook slechts tot "de oppervlakkige vernieuwingsdrang" waartegen Constant zich afzet in zijn artikel "De honden blaffen, de karavaan trekt verder" *.

Dit laatste artikel markeert tevens zijn hernieuwde belangstelling voor de schilderkunst. Na het "schilderbeest" uit de Cobra periode is er vanaf de jaren ’80 de kunstenaar die rustig een jaar lang aan één doek kan werken. Zijn schilderen heeft hij in de laatste dertig jaar steeds verder ontwikkeld en verfijnd. Hij dringt steeds verder door in de kleurige tuin van de schilderkunst, zoals Rudie Fuchs het verwoordt. "In het latere werk zoekt hij het schilderen zelf, rijk als muziek, de grote, brede vormen op waarin haar pracht zich het mooist kan uitdrukken", nog steeds aldus Fuchs. En hoewel hij soms zijn oor te luisteren legt bij de meesters uit het verleden, m.n. bij Titiaan, Cezanne en ander coloristen, blijft hij ook de experimentele kunstenaar die zoekt naar een eigen geluid en die het individuele en het algemene in zijn werk tracht te verenigen

Over ouder worden en dood gaan merkt Constant op "… dat is niet erg, nee, dat is niets erg …". Aan het einde van de documentaire rond hij zijn laatste schilderij getiteld "le piège"(de valstrik) af. Wat gezegd moet worden is gezegd. Aan het lege doek dat zoals altijd klaar staat zal hij nooit meer beginnen. Het atelier is opgeruimd, bewust draait hij voor het laatst de deur achter zich op slot.

Samen met zijn hondje Tikus, waarmee hij nog een weddenschap heeft lopen "wie de ander het eerst de trap af draagt" begeeft hij zich op weg. Een mooi einde van een goed besteed leven, misschien is dat nog wel zijn grootste kunstwerk.

Wie was er ook alweer benieuwd wat er aan de basis van zijn zoektocht lag?

Constant verwoordt het natuurlijk zelf het allerbeste wanneer hij zegt: "gewoon bezig blijven met het een of het ander".
Chris19.02.06

* Dacht ik toch altijd dat het bij deze uitdrukking ging om een bijbelcitaat. Komt vast omdat, in mijn herinnering, oud (CDA) minister president Van Agt deze uitdrukking soms gebruikte. Blijkt het om een, van oorsprong Turks/ Koerdische uitdrukking te gaan, die halverwege de 19e eeuw in Duitsland op duikt, in Frankrijk door Marcel Proust gebruikt is in o.a. "A l’ombre des jeunes filles en fleur" (1918) en die pas in de jaren ’50 voor het eerst in Nederland op duikt en van af de jaren ’80 steeds populairder werd. Ik kan me voorstellen dat Constant, die de franse taal goed beheerst, de titel van zijn artikel van Marcel Proust heeft geleend.
Waar het internet al niet goed voor is.

home tekenlog schilderijen ruimtelijk werk grafiek reprocitaat kunst kolom video/ audio fotografie tekeningen
contact