Madonna met de narcissen

Jan van Scorel (1495 – 1562)

“In feite heeft de schilder al wat er bestaat in het heelal, in wezen,
in schijn, in de verbeelding, eerst in zijn geest en dan in zijn hand.”
Leonardo da Vinci

In de KunstKolom over de Utrechtse Caravaggisten hebben we gezien dat een aantal Utrechtse kunstenaars een belangrijke rol speelden bij de verbreiding van de schilderstijl van Caravaggio in Nederland. Wellicht heeft zelfs Rembrandt op deze wijze indirect kennisgemaakt met het werk van Caravaggio.
Honderd jaar eerder was het eveneens een Utrechtse kunstenaar die een belangrijke rol speelde bij de verbreiding van de stijl van de Italiaanse Hoog-Renaissance in Nederland, namelijk Jan van Scorel.

Terwijl Nederland in een tussentijd verkeerde, maakten Leonardo, Rafaël en Michaelangelo in het zuiden hun mooiste werk. Volgens Wieteke van Zeil (Volkskrant 26 maart 2009) was Jan van Scorel bij uitstek een exponent van deze tussentijd en maakte hij tussenkunst. Kunst op de rand van twee perioden in de kunstgeschiedenis, kunst die betekenis heeft gekregen door wat eraan vooraf ging en vooral door wat erna kwam.
Dat is precies wat de tentoonstelling “Scorels Roem” (Utrecht, Centraal Museum 21 maart – 28 juni 2009) laat zien. Het werk van Van Scorel tussen voorgangers, tijdgenoten/ leerlingen en (na) volgers.

Van Scorel was geen eenduidig kunstenaar. Net zo min als de kunst in zijn tijd eenduidig was.

Toen Jan van Scorel in 1522 naar Italië reisde waren er in de Noordelijke Nederlanden nog voornamelijk middeleeuwse schilderijen te zien. Maar in Italië was onder invloed van de renaissance ( rinascimento/ rinascita – wedergeboorte – een hernieuwde kennismaking met de Griekse- en Romeinse oudheid) veel veranderd. Jan van Scorel was niet de enige schilder uit de Nederlanden die Italië bezocht, wel een van de eersten. Later zou een reis naar Italië een verplicht onderdeel worden in de opleiding van humanisten en kunstenaars.
In Italië waren beroemde schilders als Michaelangelo en Rafa
ël aan het werk.
Daar leerde van Scorel een heel andere manier van schilderen.
Een aantal kenmerken van deze renaissance stijl zijn:

Jan van Scorel schilderde voor namelijk:

Portretten

Humanist

Meisjes portret

Pelgrim

Portret van een man (1520)

Portret van een man (1521)

Portret van een man (1520)

Portret van een man (1535)

Joris van Egmond (1535)

en bijbel- en historiestukken

De aanbidding der wijzen

Badsheba

De Zondvloed

Lucretia (1535)

Salomo en de koningin van Sheba

Ruth en Naomi

Adrianus VI
Tijdens zijn verblijf in Rome in 1522 werd Jan van Scorel door de eveneens uit Utrecht afkomstige paus Adrianus VI benoemd tot opzichter van de pauselijke kunstcollecties, als opvolger van Rafaël. Hij woonde in de pauselijke appartementen en had volop de gelegenheid de antieke beeldhouwwerken en de Italiaanse renaissancekunst van Rafaël en Michaelangelo grondig te besturen. Hij zag de zachtheid van Rafaëls vrouwengezichten, de openheid van de voorstellingen en de beweging van Michaelangelo. De Kleuren, de spieren, de plooien en alles wat deze kunstenaars de wereld brachten waardoor kunstkijkers opeens echt in een verhaal werden gezogen. De kunstenaars van de renaissance schilderden “net echt”.  De schilderijen van Van Scorel kregen ruimte, zwier en kleur. De emoties zijn sterker en de echtheid is overtuigender. Hij schilderde in die tijd twee portretten van de paus. Beide originelen zijn verloren gegaan. De compositie van één hiervan kennen we door latere kopieën. Een streng en onbewogen portret van een starre kerkvorst. Geen spoor van emotie, niet van vreugde, ook niet van toorn, alleen een zuinig glimlachje. Een calvinist avant-la-lettre. Na de dood van Adrianus in 1523 keerde Jan van Scorel weer naar Utrecht terug.

Paushuize in Utrecht.
In Utrecht herinnerd het Paushuize gelegen op de hoek Trans, Nieuwe Gracht en Kromme Nieuwe Gracht nog aan onze paus. Het monumentale pand werd gebouwd in 1517. Nadat Adriaan Florisz Boeyens was benoemd tot kardinaal van Tortosa in Spanje. Zijn plan was om op zijn oude dag terug te keren naar Utrecht. Het lot besliste anders, in 1523 stierf hij zonder zijn prachtige huis (hoezo soberheid) in Utrecht ooit bewoond of gezien te hebben.

Van Scorel bracht Rome en de Renaissance naar Nederland.
Terug in Nederland vond men zijn manier van schilderen geweldig en kreeg hij belangrijke opdrachten. Daarnaast had Van Scorel veel leerlingen die dank zij hem op een vernieuwende manier gingen schilderen. Hij zette als eerste een schilderswerkplaats op naar Italiaans model, waarbij veel leerlingen ook een grote productie mogelijk maken. Rubens  zou hem daarin navolgen. Omdat Van Scorel zijn ontwerpen ook in serie produceerde, al dan niet met variaties loopt het aantal schilderijen dat zijn werkplaats verliet in de honderden. Van zijn eigen handige werken zijn er nog een zestigtal bewaard gebleven.
Hij veranderde de schilderkunst in Nederland voorgoed. Niet voor niets noemt Karel van Mander hem in zijn Schilder-boeck uit 1604 “Lanteerndrager en straetmaker onser consten”  Waarmee hij bedoelde dat Van Scorel de grondlegger is van de schilderkunst in de Noordelijke Nederlanden. Hij speelde een hoofdrol in de verbreiding van de Italiaanse renaissancekunst in de Noordelijke Nederlanden.

Wanneer we het werk van Van Scorel vergelijken met dat van zijn (Italiaanse) tijdgenoten zien we hoe dicht hij hen op de huid zat. Zie hier onder Cleopatra van Jan van Scorel in vergelijking met Venus van Giorgione en Titiaan.
Volgens de overlevering benam koningin Cleopatra zich het leven door zich in haar borst te laten bijten door een Aspis-adder (om haar pols) die echter in Egypte niet voor komt.

Jan van Scorel "Cleopatra"

Giorgione "Slapende Venus"

Titiaan "Venus van Urbino"

Titiaan "Venus van Urbino" details

Mede door het "Schilder-boeck" van Karel van Mander zijn we goed geïnformeerd over leven en werk van Jan van Scorel. Zelfs naar hedendaagse maatstaven was Van Scorel een reislustig type. In 1518 vertrekt hij voor een lange reis. Eerst naar Duitsland waar hij Albrecht Dürer ontmoete. Vervolgens via Oostenrijk naar Venetië en overzee naar het Heilige Land, waar hij Jeruzalem en Bethlehem aandeed. Terug in Italië hield hij zich weer in Venetië op om vervolgens door te reizen naar Rome.
Via de biografie van Karel van Mander weten we ook dat Jan van Scorel in de hoogste kringen verkeerde, in Nederland, maar ook daar buiten.
“Schoorel was seer ghemeensaem en aenghenaem bij alle groote heeren van Nederland.”
Voor zijn werk als kunstenaar betekende dit echter ook dat het vooral “neutraal” was en noch politiek, noch maatschappelijk, noch religieus geëngageerd was. Van Scorel stond niet wel willend tegen de maatschappelijke hervormingen uit zijn tijd. Hij begreep maar al te goed dat de gevolgen voor hem materieel gezien negatief zouden uitvallen. Uit andere documenten is bekend dat hij een zeer hard onderhandelaar was over de prijs van zijn kunstwerken en opdrachten. Daar tegenover stond dat hij ook een heus kunstbedrijf (een groot atelier met vele leerlingen en gezellen) draaiende moest houden.

Schilderijen van Jan van Scorel

De Jeruzalem broederschap

Op het linker groepsportret staat Jan van Scorel zelf afgebeeld (3e van rechts met witte pij en hij kijkt de mensen aan) Hij maakte de reis naar Jeruzalem in 1520. Boven zijn hoofd staat zijn motto "Altijd Getrou".

De Jeruzalem broederschap ( ca 1525 – 1527)
Van wegen zijn geloof ondernam Jan van Scorel een tocht naar Jeruzalem, de stad die Jezus volgens de bijbel op palmzondag binnentrok. Deze bedevaartstocht werd door meer Utrechters ondernomen. Wellicht vergelijkbaar met de hadji naar Mekka nu. Bij terugkeer vormden zij samen de Jeruzalemvaarders. De Utrechtse Jeruzalem broederschap werd opgericht in 1394 op Palmzondag, door Willem van Abcoude en Duurstede. Naar goed katholiek gebruik voor het lezen van zielemissen en een jaarlijks feestmaal. In de onderschriften bij de portretten staat in welk jaar de afgebeelde personen naar Jeruzalem reisden. De meester pelgrims reisden in de jaren twintig en dertig van de 16de eeuw maar sommigen ook al in de tweede helft van de 15de eeuw. Sommigen waren dus al overleden toen Jan van Scorel hun portret schilderde. Van Scorel heeft enkele leden van deze groep geschilderd op vier lange schilderijen.  De Jeruzalemvaarders vormen de eerste groepsportretten in de Nederlandse schilderkunst. De onderlinge samenhang tussen de afgebeelde personen ontbreekt nog. De hoofden zijn klein, naast groot en voor elkaar geplaatst. Ze staan opgesteld alsof ze in een jaarlijkse processie meelopen. De van hun reis meegenomen palmtak dragen ze in de hand en het Jeruzalemkruis, bewijs van hun ridderschap ban het Heilige Graf, is duidelijk zichtbaar op de donkere kleding.

 
Lochorst-triptiek middenpaneel De intocht in Jeruzalem

Lochorst-triptiek (1526/27) - "Het drieluik met de intocht van Christus in Jeruzalem"
Terug in Utrecht kreeg hij tal van opdrachten. Ondermeer van Herman van Lochorst, deken van de Domkerk, voor hem schilderde hij het Lochorst-triptiek (1526/27) dat zich thans in het Centraal Museum in Utrecht bevindt.
Het middenpaneel stelt de intocht van Christus in Jeruzalem voor.
We zien een zeer bewegelijke en kleurige groep mensen (de apostelen) rond Jezus (op de ezel) die de Olijfberg afdalen. De bewoners van Jeruzalem komen hen tegemoet en leggen hun mantels op de weg. Schuin daarachter, over de Cedron-vallei, het uitzicht op Jeruzalem (topografisch juist, maar Van Scorel was daar dan ook zelf geweest) Vooraan zien we de oostelijke stadsmuur met de Gouden poort; achter de muur het grote Tempelplein met het hogere plateau waarop de rotstempel staat. Aan de noordzijde ligt de Grafkapel met twee koepels en een vierkante klokkentoren. Achter de stad rijst de citadel op. Aan de zuidzijde is de El Aksa moskee en links van de stad de berg Sion met kloostergebouwen zichtbaar. We zien het Jeruzalem uit de 16de eeuw niet het Jeruzalem van de intocht.

Lochorst-triptiek open

dicht

Aanvankelijk valt het Van Scorel moeilijk zijn Italiaanse nieuwigheden in Nederland te introduceren. Het is lastig een middenweg te vinden tussen wat hij in Venetië en Rome heeft geleerd en de in Holland gevestigde opvattingen die nog voor een deel in de Gotiek wortelen.
De intocht in Jeruzalem is het middenpaneel van het zogenaamde “Lokhorst drieluik, genoemd naar de opdrachtgever Herman Lokhorst, deken van de Domkerk in Utrecht. De opdracht voor het “Lokhorst drieluik”gaf van Scorel de gelegenheid zijn verworven kennis in Nederland toe te passen. In het verleden is dit triptiek in vijf losse stukken uit elkaar geraakt. In de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw doken de vijf panelen op bij verschillende kunstveilingen. Door de familie Fentener van Vlissingen zijn ze bij elkaar gebracht en aan het Centraal Museum in Utrecht geschonken.
Het Lokhorstdrieluik is het eerste schilderij waaruit de invloed van de klassieke oudheid en de Italiaanse renaissance op Scorels werk blijkt. De compositie is ontleend aan de zondvloed van Michaelangelo in de Sixtijnse kapel. De figuren zijn geënt op het werk van Rafaël.
De opdrachtgever zelf knielt vooraan op de buitenzijde van het rechterluik.
De intrede van Christus in Jeruzalem symboliseert de intrede van de ziel in het hemelse Jeruzalem.
De vijf losse onderdelen werden in 1976 weer samengevoegd tot het oorspronkelijke drieluik.

Op de zijvleugels aan de binnenzijde zijn heiligen weergegeven. Waarbij de heilige Cornelius de gelaatstrekken van paus Adrianus VI heeft mee gekregen, de andere heiligen zijn Agnes en Antonius. Aan de buitenzijde zien we de leden van de familie van Lochorst, met hun beschermheiligen.

 
Agatha van Schoonhoven

Agatha van Schoonhoven (1528/9)
In 1528 wordt hij benoemd tot kanunnik van de Mariakerk in Utrecht. Ondanks zijn geestelijke functie leefde hij samen met Agatha (of Aecht Ysackscochter)van Schoonhoven, de zuster van een mede kanunnik, het paar kreeg vier zonen en twee dochters. Zijn portret van haar, zijn mooie meisje, hangt tegenwoordig in Rome. Op het portret lacht ze als de Mona Lisa maar dan wel met een zweem van Noordelijke afstand. Zo van onder haar hoofdkapje. Je hebt me niet zo maar. In kwaliteit kan het werk zich meten met de lateren dames van Vermeer.

 
Madonna met de Wilde Rozen

Madonna met kind of Madonna met de Wilde Rozen (ca. 1529)
De Madonna is driekwart voorgesteld met het kind staand op haar knie. In haar linker hand houdt zij wilde rozen. Madonna en kind zitten voor een boom; op de achtergrond een heuvelachtig landschap waar een man met ezel te zien is. Dit detail laat toe te veronderstellen dat de voorstelling een Rust op de vlucht naar Egypte is.
Waarschijnlijk stond Van Scorels levensgezellin Agatha van Schoonhoven model voor vrouwen op veel van zijn schilderijen. Voor Maria Magdalena(1530) en voor de Maria Magdalena in de Bewening van Christus (1540) en mogelijk ook voor de Madonna schilderijen. Oorspronkelijk was het schilderij aan de bovenkant half rond; in de loop der tijd is het paneel aan de bovenkant kleiner gemaakt.
Van dit ontwerp zijn drie andere versies bekend waarop Maria telkens andere bloemen in haar hand heeft.

Jan van Scorel "Madonna met kind"

Maarten van Heemskerk "Madonna met kind"
Ook Maarten van Heemskerk, een zeer begaafd leerling van Jan van Scorel schilderde vele Madonna's, zoals hierboven.
Aan de hand hiervan kunnen we ook goed zien hoe de kennis die Jan van Scorel introduceerde zich verder verbreide.

Madonna (ca. 1530 – 1540)
Jan van Scorel had met zijn Madonna schilderijen blijkbaar veel succes. Vele replieken – herhalingen door de kunstenaar zelf – zijn bekend, maar ook vele kopieën door zijn tijdgenoten. Het is niet eenvoudig een onderscheid te maken tussen welke Madonna’s door Jan van Scorel zelf geschilderd zijn, door helpers of leerlingen in zijn atelier of door andere kunstenaars.

De prediking van Johannes de Doper (Jan van Scorel of omgeving van ? ca 1530)
In een bergachtig landschap met een rivier staat Johannes op een heuveltje onder een boom. Om Johannes heen staan figuren die zijn prediking beluisteren. Lange tijd werd aangenomen dat dit schilderij een eigenhandig werk van Jan van Scorel was en gedateerd uit zijn Haarlemse tijd, later beschouwd als het werk van een leerling. Het werk is op stilistische gronden niet van Jan van Scorel, maar wel onder zijn directe invloed ontstaan. De resten van een signatuur linksonder kunnen niet precies ontcijferd worden. Mogelijk is het een werk van de Amsterdamse schilder Lambert Sustris, deze schilder bracht enige tijd in Italie door en was vermoedelijk een leerling van Jan van Scorel. Dit is zijn vroegst bekende werk. Johannes staat in het midden op een rotsblok en spreekt vanaf een verhoogde positie de van alle kanten toestromende menigte toe. De houding van de figuren zijn ontleend aan antieke beelden.


De Doop van Christus in de Jordaan

De Doop van Christus in de Jordaan (1530)
Hier straalt het (schilder)plezier van de voorstelling af.
Volgens Karel van Mander “een seer schoon stuck
Rijke heldere kleuren, het lijkt alsof de figuren zich losmaken van het paneel. Dat komt door de lichtval, het warme licht van de zomerdag, wanneer de zon zo laag staat dat de schaduwen zich gaan lengen. Maar nog mooier is het licht dat de duif uitstraalt, het licht van de heilige geest.
De figuren zijn tegelijkertijd bewegelijk door hun houding en rustig door de wijze waarop ze ten opzichte van elkaar en in het landschap geplaatst zijn. De menselijke figuren zijn gevormd volgens de verhoudingen die Vitruvius (Romeinse architect met als belangrijkste stelling dat een gebouw de menselijke maat en verhoudingen moet weerspiegelen)  voorschreef.
De houding van de figuren is geïnspireerd door het werk van Michaelangelo, Rafaël en Mantegna.

Jan van Scorel

Piero della Francesca
(klik hier voor meer informatie over dit schilderij)

Giovanni Bellini

De doop van Christus in de Jordaan naast het zelfde onderwerp van de Italiaanse kunstenaar Piero della Francesca en Giovanni Bellini.

Het is een bijzonder schilderij, niet in de laatste plaats door het lage brede formaat, het licht, de diepte werking, het perspectief het gebruik van kleur en de compositie. Het landschap fungeert niet slechts als achtergrond, maar speelt een rol in het geheel. Volgens Karel van Mander is dit schilderij gemaakt in opdracht van Simon van Sanen, commandeur van de ridders van de Commanderij van Sint Jan, voor een klooster in Haarlem.

Maria Magdalena

Maria Magdalena (1530)
Volgens het evangelie zalfde Maria Magdalena Christus’ voeten met olie. Haar vaste attribuut is daarom een zalfpot. Zij was het voorbeeld van de boetevaardige zondares. Mogelijk heeft Agatha van Schoonhoven model gestaan voor dit portret. De tekst op de jurk is een soort pseudo-hebreeuws, het is geen leesbare tekst.
Het paneel had oorspronkelijk het van Van Scorel uit deze periode bekende langwerpige formaat. Aan de bovenzijde is in de zestiende eeuw een plank van twaalf centimeter hoogte toegevoegd.


Portret van een jonge scholier

Portret van een jonge scholier (1531)
Dit is een van de schilderijen die zowel aan Jan van Scorel als aan Maerten van Heemskerck worden toegeschreven. Het is een aantrekkelijk portret van een onbekende jongen die volgens het opschrift twaalf jaar oud is.
Het op schrift onder het portret is in 1514 geschreven door Erasmus:

“Wie is rijk? Hij die niets begeert.
  Wie is arm? De graaiende vrek.”

Een mooi citaat ten tijden van een financiële crisis die voor een belangrijk deel door het grote graaien is veroorzaakt.


Portret van Joris van Egmond

Portret van Joris van Egmond (1535)
De afgebeelde man kan op grond van de inscriptie op de originele lijst worden geïdentificeerd als Joris (Georg) van Egmond, die van 1534 tot 1559 bisschop van Utrecht was. Het portret is waarschijnlijk kort na zijn benoeming geschilderd. In Scorels meeste portretten maakt de afgebeelde persoon oogcontact met de toeschouwer, Joris van Egmond doet dit niet. Hij is in zichzelf gekeerd en meditatief.  

Presentatie in de tempel of Opdracht in de tempel of Simeon en Jezus van Jan van Scorel ca 1530/ 35 

Presentatie in de tempel (ca 1530/ 35)
Van Scorels verfijnde samensmelting van Italiaanse en noordelijke elementen leverde hem de bijnaam "Noordelijke Rafaël" op. Het schilderij laat zien hoe goed hij de kunst en de architectuur van Rome had bestudeerd. De tempel is in de stijl van Bramante en de verhouding en gewaden van de personages onthullen zijn bekendheid met de Italiaanse stijl. Toch is de naturalistische samenhang tussen de figuren en de luchtige ruimte die ze bevolken, evenals de nadruk op de architectuur zelf, meer noordelijk dan Italiaans.


Portret van paus Adrianus VI

Portret van paus Adrianus VI (17 de eeuwse kopie naar een origineel van Jan van Scorel)
Paus Adriaan VI zit in een leunstoel, driekwart frontaal naar links gewend. Hij heft zijn rechterhand zegenend op. Adriaan is gekleed in een wit superpellicum, waarover een purperen fluwelen mozetta met wit bont afgezet, op het hoofd een kapje, evens eens met bont rand.
Originele portretten van paus Adrianus VI door Jan van Scorel zijn niet bewaard gebleven, wel een aantal kopieën uit later tijd, zoals dit Utrechtse exemplaar.

Portret van Jan Secundes

Portret van Jan Secundes

Portret van Jan Secundes (17de eeuwse kopie – origineel 1530 – 1536)
Jan van Scorel heeft zeker twee portretten van Janus Secundus geschilderd het eerste voor zijn vertrek uit Mechel naar Spanje, waar hij verbleef aan het hof van Karel de V en het tweede postuum na zijn dood in 1536. Tussen Jan Secundus en Jan van Scorel bestonden goede contacten. Secundus draagt gedichten op aan Jan van Scorel die hij zelfs de vernieuwer van de goddelijke kunst noemt.


Drieluik de vinding van het ware kruis

Drieluik de vinding van het ware kruis (1540)
Graaf Hendrik II van Nassau (1483 – 1538) Stadhouder van Holland en Zeeland, heer van Breda en ridder van het Gulden Vlies, behoorde tot de allerhoogste adel.
Het drieluik met de vinding van het Ware Kruis (zoals beschreven in de "Legenda Aurea) is waarschijnlijk in zijn opdracht gemaakt.
De verering van het heilige kruis te Breda had te maken met de relieken die daar in de Grote kerk werden bewaard. Drie altaren in die kerk waren gewijd aan het heilige kruis. Voor het uitvoeren van de opdracht liet Van Scorel zich bijstaan door helpers en leerlingen.
Het drieluik is zeer beschadigd geraakt. Op een foto uit 1888 is te zien dat de helft van het verfoppervlak van het middenpaneel is verdwenen. De conditie van de zijluiken is veel beter.

Op het drieluik is de legende afgebeeld van de vinding van het Ware Kruis, zoals beschreven in de “Legenda aurea”. Het middenpaneel toont hoe de Romeinse keizerin Helena, tevens eerste Christelijke Keizerin en later zelfs heilige. In het begin van de vierde eeuw ging zij naar Jeruzalem om daar het kruis te vinden waaraan Christus gekruisigd was. Na allerlei gedoe ontmoet Helena een jood met de naam Judas, die weet waar het kruis is verstopt. Volgens andere bronnen was het nog mooier en wijst een sterrenstraal haar de weg. Bij het opgraven wordt niet één maar drie kruizen gevonden. Jezus was immers tussen twee boeven gekruisigd. Welk kruis is nu zijn kruis, het "ware kruis"? In die tijd kende men oplossingen voor zo'n probleem die ons nu niet meer gegeven zijn. Er werd een pas gestorven man naar de plek van de kruizen gebracht - volgens sommigen zelf twee een gestorvenen en een stervende, je kan tenslotte niet zeker genoeg zijn van je zaak -. Boven het lijk werd het ene na het andere kruis gehouden. Bij het juiste kruis werd de pasgestorvene opgewekt uit de doden. Nu was het "ware kruis" gevonden. Dit moest het Ware Kruis zijn waaraan Christus was gestorven. Dit wonder zien we afgebeeld op het rechterluik.

Deze legende is ook mooi verbeeld door een tijdgenoot van Jan van Scorel, de Duitse schilder Jan Polack (1435/ 1450 - 1519) op zijn schilderij "De legende van de heiige Helena" (München 1486)

Jan Polack "De legende van de heilige Helena"

Jan Polack "De legende van de heilige Helena" (detail)

Het linker luik toont de slag op de Milvische brug over de Tiber. Constantijns overwinning was hem voorspeld in een visioen van een lichtend kruis. Op de buiten panelen zijn Hiëronymus en Hubertus afgebeeld.

Hubertus is de patroonheilige van de jagers. Tijdens een van zijn tochten kwam hij oog in oog te staan met een wit hert dat tussen het gewei een crucifix droeg. Dit visioen bewerkstelligde zijn bekering tot het Christendom.
Hiëronymus was natuurlijk Hiëronymus van Stridon. Hij stamde uit een welgestelde familie en ontving zijn eerste opleiding te Rome. De ouders van Hiëronymus waren al christenen en zij stuurden hem naar Rome om er te studeren. Later bracht hij een grootdeel van zijn leven door als kluizenaar in een woestijn in Palestina waar hij studeerde en een klooster leidde.

De bewening van Christus met leden van de familie Van Egmond. (Jan van Scorel en Cornelis Buys I ? ca 1535 – 1540)
Aan de boet van het kruis waaraan hij gestorven is ligt Christus. Bij zijn hoofd knielen twee mannen, bij zijn voeteneind één. Ze zijn alle drie als opdrachtgevers te beschouwen. Achter Christus knielen Maria, de moeder van Christus, en Maria Magdalena. Daarachter staan nog twee vrouwen en een man – vermoedelijk Jozef van Arimathea of Nicodemus.

De brand van Troje (16de eeuwse kopie naar een origineel van Jan van Scorel)
Het schilderij laat Aeneas zien met zijn vader Anchises op de schouders en zijn zoontje Ascanius aan de hand. Hij vlucht uit de stadspoort van het brandende Troje, gevolgd door een vrouw. Rechts van hen, bij de stadmuur, zijn twee mannen te zien, één heeft zich net van de stadsmuren neergelaten, de ander probeert een kindje te pakken dat hem door een jonge vrouw op de muur wordt aangereikt. Deze voorstelling, zie zo beschreven wordt door de Latijnse dichter Vergilius, gaat tot in detail terug op een onderdeel van de fresco’s die Rafael tussen 1514 en 1517 uitvoerde in het Vaticaan. Van Scorel heeft die fresco’s  tijdens zijn conservatorschap van de pauselijke verzameling goed kunnen bestuderen. Het schilderij is niet van de hand van Jan van Scorel zelf, maar is vermoedelijk werk van een leerling, dat terug gaat op een origineel van Van Scorel.  


De bewening van Christus met leden van de familie Van Egmond

De bewening van Christus (ca 1540)
Op de voorgrond rust het lichaam van Christus tegen de schoot van Maria. Zij knielt met gevouwen handen bij hem neer en wordt door Johannes ondersteund. Christus’ linkerarm ligt op de knie van Maria Magdalena (volgens sommigen gemodelleerd naar Agatha van Schoonhoven). Achter deze groep staan de twee andere Maria’s, Jozelf van Arimathea en Nicodemus, die een zalfbus vasthoudt. Boven dit tafereel is Golgotha te zien met de drie kruisen, tegen een der kruisen staat een ladder, en drie krijgknechten zijn bezig een van de moordenaars neer te leggen. Links op de voorgrond zijn een fles, de doornenkroon en de edikspons afgebeeld. Op het tweede plan zien we een hoog en rotsachtig berglandschap met enige grote gebouwen, herinnerend aan het Vaticaan.  De opdrachtgever voor dit schilderij is onbekend. Het schilderij is mogelijk afkomstig uit de Petrus- en Pauluskapel van de Sint-Janskathedraal te ’s-Hertogenbosch.

 

De opwekking van Lazarus (Jan van Scorel of atelier van? Ca 1540)
Op de voorgrond speelt zich bij een spelonk het wonder van Lazarus’ opwekking af. In het midden staat Christus op de marmeren grafsteen met een pseudo-Hebreeuwse opschrift, bij hem een van de discipelen. Hij wijst met uit gestoken hand op Lazarus die aan de ingang van de spelonk zit. Achter Christus staat Martha, nog een persoon en de overige discipelen, waarvan sommigen de hand voor de neus houden.

 

Madonna met kind en stichter (atelier van Jan van Scorel ca 1550 - 1560)
Het middenpaneel van dit drieluik, stelt een Madonna voor met een Christuskind, dat zijn linkerhand uitstrekt naar een knielende stichter. Op de zijvleugels knielen respectievelijk links en rechts een mannelijke en vrouwelijke geestelijke, met hun beschermheiligen. De tekst op de predella – het geschilderde bord onder het middenpaneel – geeft een indicatie van de stichter: Jacob Visscher van der Gheer, vicaris van St. Marie, het kapittel waaraan ook Jan van Scorel verbonden was. Op de zijvleugels staan zijn broer en zuster afgebeeld met hun beschermheiligen respectievelijk Sint Adriaan en Sint Barbara.


Het lam Gods detail met de Utrechtse Domtoren op de achtergrond

De restauratie van het Lam Gods van de gebroeders van Eyck (1550)
In 1550 nam Jan van Scorel deel aan de restauratie van het veelluik met het Lam Gods van de gebroeders van Eyck te Gent. Volgens sommigen heeft hij tijdens deze restauratie werkzaamheden de Utrechtse dom toren aan dit schilderij toegevoegd.

Het Gentse altaarstuk gesloten

Het Gentse altaarstuk open

Het Lam Gods

Het Lam Gods details

Klik hier voor een uitgebreidere toelichting op het altaarstuk "De aanbidding van het Lam Gods"

 Werken van Jan van Scorel in Utrecht:

  • Centraal Museum:

  • Portretten van de twaalf leden van de Utrechtse Jeruzalem broederschap, eerste paneel (1525)

  • Portretten van de twaalf leden van de Utrechtse Jeruzalem broederschap, tweede paneel (1525)

  • De intocht van Christus in Jeruzalem (Lochorst-triptiek) (1526 – 1527)

  • Maria met kind (1527)

  • Madonna met de wilde rozen (1530)

  • Portretten van negen leden van de Utrechtse Jeruzalem broederschap (1535)

  • De bewening van Christus

  • De opwekking van Lazarus (1540)

  • Portretten van vijf leden van de Utrechtse Jeruzalem broederschap (1541)

  • Museum Catharijneconvent

  • De kruisdraging en de opstanding, zijluiken van een drieluik (1528)
    Drieluik met de kruisiging (1540)

  Jan van Scorel was het eerste voorbeeld in onze streken van een nieuw type zelfbewuste kunstenaar. Voordien werd de schilder als ambachtsman beschouwd. Beïnvloed door buitenlandse voorbeelden zag Jan van Scorel zich als intellectueel, de gelijke van dichters en geleerden. De “renaissance” kunstenaar legt niet voorziene verbanden die de kunst en de wetenschap met nieuwe vondsten verrijken en tot nieuwe inzichten voeren. Hij is bij machte nieuwe ontwikkelingen in zijn kunstwerken te duiden.

Na zijn dood kreeg Van Scorel een praalgraf in de Mariakerk in Utrecht. Voorzien van een geschilderd portret door zij leerling Anthonie Mor. Zo’n monument was voor een kunstenaar hoogst ongebruikelijk en getuigd van de waardering die de schilder al tijdens zijn leven genood.

Anthonie Mor schilderde dit portret van zijn leermeester in 1559, drie jaar voor diens overlijden. Het praal graf bestond uit een tombe en een epitaaf. ( een grafschrift in steen, zowel liggend en staand, in of buiten de kerk) In de epitaal was in een tondo een portret van Van Scorel geplaatst. Dominicus Lapsonius (1532 – 1599) Vlaams humanist en dichter – via zijn werk kennen we veel grafici en drukkers uit zijn tijd) schreef een Latijns vers bij een gravure van dit portret. Carel van Mander op zijn beurt maakte hier van weer een Nederlandse vertaling:

Ich werdt altijt gheroemt den eersten, die bewesen
Den Nederlanders heb, dat wie wil Schilder wesen,
Moet Room besoecken gaen, en hebben door ghebracht
Pinceelen duysent, oock veel verwe, boven dezen
In deze school gemaelt veel stucken weert ghepresen,
Aleer hy eerlijkck mach een Constnaer wezen ghácht.


Anthonie Mor: “Jan van Scorel”

Een boeiende vraag is waarom Jan van Scorel een relatieve onbekende is gebleven, in ieder geval veel minder bekend dan Hals, Rembrandt of Vermeer.
Het antwoord daarop is niet eenvoudig.
Veel latere schilders die naar Rome gingen werkten sterk maniëristische*, de fase na Van Scorels tijd. Een Hoog-Renaissance zat er in Nederland niet in, een andere republiek, een andere economie en al heel snel ook een andere religie.
De bonte kleuren die de geportretteerden op Van Scorels werk nog dragen zijn eind 16e eeuw vervangen door strenge zwarte mantels en molensteenkragen.
Wat de Hollandse kunstenaars wel doen is het overnemen van deeltjes van de Hoog-Renaissance. Bijvoorbeeld de spanning en bewegelijkheid tussen de figuren. Het drama en uitdrukkingskracht, culminerend in het werk van Rembrandt (via de Utrechtse Caravaggisten?)
Van Scorel bleek inderdaad een “straetmaker”.

*) Kenmerkend voor het maniërisme is de uitbeelding van de geïdealiseerde natuur met als ultieme doelstelling elegantie en verfijning. Reële proporties van het menselijk lichaam raken zoek doordat ze extreme lengte krijgen, die wordt benadrukt door verlengde ledematen en een klein hoofd. Figuren met extreem gedraaide torso’s en geforceerde houdingen bevolken de veelal mythologische voorstellingen en het schilderspalet krijgt pasteltinten. Bekende Nederlandse/  Utrechtse manieristen zijn Anthonie van Bloklandt, Joachim Wtewael en Abraham Bloemaert in de begin periode van zijn loopbaan.  Pas in de volgende eeuw zouden schilders als Caravaggio het realisme weer gaan opzoeken.

Mechtelt van Lichtenberg toe Boecop (1520 – 1598)
Tot slot, op de expositie “Scorels Roem” hangt ook een schilderij van Mechtelt van Lichtenberg toe Boecop (1520 – 1598). Zij was de dochter van een oud Utrechts adelgeslacht en volgde haar schildersopleiding mogelijk bij Jan van Scorel. Terwijl collega schilderessen veelal kleine paneeltjes en miniaturen maakten, schilderde Mechtelt op groot formaat. De Pieta is de kleinste van haar hand en het enige dat uit haar Utrechtse periode van haar bekend is. Na haar verhuizing naar Kampen vanwege haar huwelijk met Egbert toe Boecop, schilderde zij nog drie grote altaarstukken.


Mechtelt van Lichtenberg toe Boecop "Pieta"

Afgebeeld is het moment na de kruis afname. Maria heeft het lichaam van haar zoon op schoot genomen en treurt over zijn dood. Naast haar bevindt zich Maria Magdalena, herkenbaar aan haar attribuut, de zalfpot. Zij is gekleed in een jurk uit die tijd in kleuren die bij de heilige horen. Het rood staat voor haar liefde voor Christus en het blauw verwijst naar haar boetedoening. Juist vanwege haar zondige leven als prostituee konden vrouwen zich met Maria Magdalena identificeren. Op dit schilderij is mogelijk Mechtelt zelf als de heilige geportretteerd. Het schilderij leent zich zowel wat het onderwerp als wat het formaat betreft, uitstekend voor privé devotie. Het Latijnse opschrift op de originele lijst gaat over het medeleven met Christus en Maria dat van de toeschouwer wordt verwacht.
“Aanschouw o mens, met wangen nat van tranen, het eerbiedwaardige lichaam van Christus, neergelegd in de schoot van zijn moeder. Uw zeker gestelde heil hangt immers af van Christus, de koning, die voor u beschimping, geseling en de kruisdood onderging.”
05.05.09Chris

Bronnen:

  1. “Jan van Scorel in Utrecht” –tentoonstellingscatalogus- (1977)
  2. J.A.L. de Meyere “Jan van Scorel, schilder voor prinses en prelaten” (1981)
  3. Hanny Alders “Jan van Scorel een leven in schetsen” (1995)
  4. Artikel in de Volkskrant van 26 maart 2009 n.a.v. de expositie “Scorels Roem” in het Centraal Museum in Utrecht geschreven door Wieteke van Zeil

De mooiste typering en tegelijkertijd ook relativering van de renaissance komt misschien wel van Orson Welles:
“In Italië hadden ze onder de Borgia’s dertig jaar lang oorlog, geweld, moord en bloedvergieten en ze brachten Michaelangelo, Leonardo da Vinci en de Renaissance voort. In Zwitserland hadden ze broederlijke liefde, vijfhonderd jaar democratie en vrede, en wat produceerden ze? De Koekoeksklok.” Aldus Orson Welles als de zwendelaar Harry Lime in de film “The Thirdman”.

Voorzover ik heb kunnen nagaan zijn er niet veel tekeningen van Jan van Scorel bekend. Hoewel hij toch veel getekend moet hebben een paar die ik heb kunnen vinden treft u hieronder aan.

Bethlehem

Figuurstudie

Kruisiging

Landschap met herders

 

home tekenlog schilderijen ruimtelijk werk grafiek reprocitaat kunst kolom video/ audio fotografie tekeningen
contact