Stan Laurel

Emo Verkerk (1955 -)

Spiegel-Puzzel

De firma Samson brengt in een boekje een aantal vraagstukjes onder, waarvan ik het volgende het mooiste vind: Als u in een spiegel kijkt, is uw linkerkant rechts geworden en uw rechterkant links. Maar uw bovenkant blijft boven en uw onderkant onder. Hoe kan dat?

Ik vind het een grandioze puzzel en had mij onmiddellijk - op straffe van voortaan ongelukkig te zijn - de taak gesteld die op te lossen. Dat heeft mij bijna een week gekost, d.w.z. voordat ik het werkelijk door had. Ik heb toen het oplossingenboekje aangevraagd, dat gratis wordt toegezonden (Samson, Alphen aan den Rijn) en vind onder het hoofd 'Test uw incasseringsvermogen' (onder welk hoofd de puzzel was ondergebracht): Hier zijn geen oplossingen mogelijk. Als u het zoeken naar de oplossing moe bent geworden, bedenk dan dat we deze test niet voor niets 'Test uw incasseringsvermogen' noemden.
Maar dat is niet juist. OP elke vraag is een antwoord te vinden en ik zal mijn oplossing en een volgend nummer van de Friese koerier publiceren, het lijkt me leuker als de lezer ook zelf ruim de kans krijgt de oplossing te vinden.

Jan Hanlo
Uit: Mijn benul (uitgeverij Van Oorschot)


Jan Hanlo

Vaak reis ik voor mijn werk of privé met de trein. Steeds vaker gebeurt het me dat ik eerder op mijn bestemming aankom dan dat volgens de dienstregeling zou mogen. Ergens bij het in of overstappen heeft een trein vertraging die mij met voorsprong naar mijn eindbestemming brengt. (Ik wacht nu nog op een trein die me eerder laat aankomen dan ik vertrokken ben.)

Dit gebeurde me ook op weg naar de expositie van Emo Verkerk in het Haags gemeente museum. Wanneer de  bomen langs de Haagse lanen dan ook nog getooid zijn in de mooiste herfstkleuren en uitgelicht worden door een geel najaarslicht wordt mijn dag een feestje, lang voor ik bij het museum ben. Het prachtige beeld 'De val van Icarus' van Piet Esser is mijn laatste 'lift' het museum in.

Gelukkig is humor ook alom aanwezig in het werk van Emo Verkerk.
Hij zet de humor (ironie) bewust in. Zijn tekeningen laten je als bezoeker in de lach schieten. Terwijl dit gebeurt doemt echter ook de grimmigheid op. Getuige een serie werken van een jongetje dat voetbalt met een hoofd.
Emo Verkerk laat zich door humor redden in het werkproces, daardoor blijft in zijn tekeningen een zekere luchtigheid behouden.
Het resultaat is een fantastische verzameling portretten, waarbij een vermenging ontstaat tussen portret en zelfportret. Verkerk neemt iemand anders als uitgangspunt, maar raakt gaande weg zelf zo betrokken bij het onderwerp dat realiteit, fictie en interpretatie volledig door elkaar gaan lopen.

Wie komen er in zijn galerij? En waarom?  Je wilt de mensen eer bewijzen zegt hij zelf.
Neem de schrijver Joseph Roth. De man die hem – tijdelijk – van de drank redde: “Ik dacht ik moet er mee stoppen want ik werd helemaal gek. Toen ben ik me gaan concentreren op één ding en heb ik honderden pentekeningen gemaakt naar foto’s. Niet dat ik altijd dronk, maar ik had wel van die periodes dat ik vier vijf dagen kon doorzuipen. Het tekenen van Roth heeft me geholpen omdat ie zelf ook zo’n geweldige innemer was. – Roth kon niet tegen één glas, hij moest er altijd twee voor zich hebben, had ie altijd nog een reserve -  Ik stond dus niet met een vreemde te communiceren. Toen ben ik echt vijf jaar gestopt.”

Nee, een hobby is het tekenen niet echt voor Emo.
Het begon om de tijd te doden, het resultaat deed er niet echt toe. En dat is tot op de dag van vandaag  zo gebleven. Ik doe het om van de straat te blijven. Tekenen gebeurt dan ook thuis, in de avonduren.
Ik moet me er bepaald toe zetten. Meestal gebeurt het als ik te lamlendig ben om iets te doen, behalve om naar de kroeg te gaan om de kater te verdrijven. Maar dat wil ik dan perse niet, ik wil me echt zien te herpakken. Dan biedt papier en potlood uitkomst. Het is een redmiddel, een mooie rood witte reddingsboei, waaraan ik me vastklamp.  

Verkerk begon te tekenen eind van de jaren zeventig. Hij koos als vanzelfsprekend voor het portret. Hierin zoekt hij de psychologische wisselwerking tussen de geportretteerde en de kunstennaar.
Hij past daarbij twee werkwijzen toe,  die steeds weer opduiken in zijn tekeningen. Aan de ene kant is dat de documentaire invalshoek – hoe ziet de geportretteerde eruit – en aan de andere kant de conceptuele invalshoek – hoe ziet de kunstenaar de geportretteerde -. Deze twee benaderingen, documentair en conceptueel, zien we steeds terug in zijn werk. Daarmee weet de kunstenaar zijn publiek telkens weer te boeien, met geestige, raak getypeerde en geniale invallen.

De tentoonstelling is onderverdeeld in drie categorieën, te zien in drie zalen, “links en rechts”, “rechtuit” en “rondom”.
Verkerk zegt hier zelf over dat het gaat om manieren van kijken en over de manier waarop tijd en ruimte worden beleefd.
“Kijk die ruimte waarover ik het wil hebben is voor mij ook een moment, het moment dat de tekening lukt, dat ik iets creëer dat zinnig op mij overkomt. Die ruimte beleving is dus zowel resultaat van een ruimte van de tekening, die zichtbaar is op het blad, als ook – en tegelijkertijd – van een mentale activiteit. En die verwantschap is heel wezenlijk voor het maken. En voor het begrip van wat er op dat papier gebeurt is, om dat te verklaren. Kijk, ruimtelijke beleving is zowel innerlijk als uitwendig.”

  Jan van Scorel

“Grote vernieuwers waren Jan van Scorel, Holbein en Duchamp. (mooi rijtje trouwens) Hun werk oogt nog steeds nieuw.”

“En het portret van Jan van Scorel van een jonge man, dat in het Prado hangt. De afstand tussen zijn duim en wijsvinger is even groot als de geschilderde toren op de achtergrond. Dat zijn pas ondermijnende werken. Want daar hebben we het toch over?”  

zie ook: KunstKolom over Jan van Scorel

“Kunst heeft vele doelen, maar het is wel zo dat ik altijd heb gedacht dat het maken van kunst een filosofische activiteit is, dat kunst een filosofisch voertuig is. Kunst leert mij iets over de werkelijkheid. Het is bespiegelend.”

Elk portret is een ontmoeting. Er gebeuren twee dingen, tegelijk en door elkaar heen. Aan de ene kant is er de spiegeling, of projectie (…) Aan de andere kant is er de ontmoeting. Die beweging – op dat moment -  heeft te maken met communicatie en heeft een bevrijdende werking.”

Verkerk spiegels veel van zijn portretten en niet zonder bedoeling. Hierdoor is het niet langer de geportretteerde gezien door een fotografisch oog, maar dan is het de geportretteerde zoals hij zichzelf waarneemt in de spiegel.
Iets vergelijkbaars heb ik zelf een aantal jaren geleden gedaan in de video “Door de ogen van Rembrandt” (2006) Hier kijkt Rembrandt zichzelf aan en wij met hem mee, naar zijn ogen en door zijn ogen.
Door zijn intuïtieve verfstreek past Verkerk ook in de traditie van Rembrandt en Manet, wiens werk ook die losse penseelvoering kennen. Rembrandt kon ook met een potloodstreek een tekening maken.

Naast zijn passie voor schrijvers als Shakesspeare, Rimbaud en Malaparte en wetenschappers als Einstein koestert Emo Verkerk ook een grote liefde voor de natuur. Met regelmaat vaart hij in een bootje over zee bij zijn woonplaats Den Helder. De landschappen en zeegezichten die Verkerk vervaardigd, evenals een robuuste bizon staand in een grasland, getuigen van zijn aandacht voor de wereld om hem heen.

Van jongst afaan sleutelt Verkerk aan brommers. Ook dit zien we terug in de tentoonstelling, in voorstellingen van snelheidsduivel en motor constructeur Jan Thiel op een Benelli, in volle vaart. Deze werken zijn eenvoudig getekend, maar de schaarse potloodstreken beelden de snelheid subliem uit.
Chris28.11.09  

Oplossing van de spiegelpuzzel.

Nadat ik na een week of langer piekeren meende de oplossing gevonden te hebben, bleek mij dat deze mij toch niet voldeed. Het heeft me toen nog minstens een week bezig gehouden tot ik, zoekend en tastend, op het idee kwam om mij eens voor te stellen dat de spiegel op de grond lag met het spiegelend vlak naar beneden. Ik zag toen dat een spiegel dan wel degelijk onder en boven omkeert. Na een blocnote te hebben volgekrabbeld kwam ik tot de volgende samenvatting (het gaat steeds alleen over VLAKKE spiegels):

Door een spiegel worden richtingen omgekeerd, indien die (en naarmate die meer) loodrecht op het spiegelend vlak staan: een vertikale spiegel verwisselt 'voor' en 'achter', een horizontale spiegel verwisselt 'boven' en 'onder'. Dat is logisch: een spiegel 'Kaatst terug' alleen dat wat op hem afkomt. Een vertikale spiegel laat (van een kamer bv.) de linkerkant de linkerkant, en de rechter de rechter. En een horizontale spiegel (spiegelende vloer bv.) verwisselt 'onder' en 'boven' wel, maar laat de richting 'links-rechts', als men die aanneemt als liggend in het vlak van de spiegel of parallel daaraan, onaangetast.

 Een vertikale spiegel maakt dus van 'voor' 'achter' (en omgekeerd). En ook van 'links' 'rechts' als men de lijn 'links-rechts' in dezelfde richting als 'voor-achter' wil zien, dus als met zijn zijde naar de spiegel toe staat en zo de kamer in een linker- en rechterkant verdeelt. Zo kan een horizontale spiegel ook links en rechts verwisselen als je zo'n spiegel confronteert met je zijkant zodat weer de lijn 'links-rechts' loodrecht op de spiegel staat en in dit geval dus dezelfde stand heeft als de richting 'boven-onder'.

Een spiegel die jij met de voorkant (gezicht, buik) confronteert, laat echter links en rechts (de richtingen links en rechts) onveranderd (omdat die richtingen dan in het vlak van de spiegel liggen en dus niet teruggekaatst worden).

In het algemeen kan men dus zeggen dat een spiegel 'voor' en 'achter' verwisselt, of 'boven' en 'onder'. Dit hangt af van de plaatsing van de spiegel (vertikaal of horizontaal).

Nu is het gekke dat een normaal geconfronteerde spiegel (of hij nu vertikaal of horizontaal geplaatst is) dus weliswaar links (als richting) links laat en rechts rechts, maar van je linkerarm (waaraan horloge) een rechterarm maakt en omgekeerd!
En dat komt door onze foutieve inleving in ons spiegelbeeld. Wij maken,als we ons spiegelbeeld zien, een psychische-optische apperceptieve vergissing. Dat het spiegelbeeld 'mij aankijkt' in een vertikale spiegel, en dat ik mijzelf op mijn kop zie hangen in een vloer-spiegel, is op zichzelf niet bepaald een foutieve inleving in het spiegelbeeld; ik weet nu eenmaal dat de spiegel de stand, de richting, omkeert. Maar dat ik mijn linkerarm (met horloge) als mijn rechterarm zie in het spiegelbeeld berust op een foutief geïnterpreteerde omkering. Eén spiegel keert nl. deeltje-naast-deeltje van de gespiegelde voorkant van het object (mijn vooraangezicht) om. Hij kaatst terug, maar hij wendt mij niet 'en bloc' om, hij keert mij stukje voor stukje, straaltje voor straaltje, om. Hij trekt als het ware het beeld, het afgietsel, dat hij van mij maakt 'binnenste buiten', of liever gezegd: dat doe ik door mijn interpretatie, wat mij de illusie geeft dat ik mij in mijn geheel een halve slag heb omgewend (waarbij de linkerarm dan maar de rechterarm is geworden), of dat ik - op een vloerspiegel staande - een zijdelingse salto heb gemaakt.

Dit is niet met wat met weerspiegeling werkelijk overeenkomt. De spiegel heeft mij in beide gevallen moleculair-vlakje-naast-moneculair-vlakje omgekeerd; niet mijn gestalte in zijn geheel, ofschoon het mij wel zo toeschijnt. Door foutieve inleving in het spiegelbeeld wordt dan mijn linkerarm 'mijn' rechterarm in het spiegelbeeld.

Nu ja, allà, het lijkt dan toch inderdaad of ik daar achter die wandspiegel sta, met verwisselde linker- en rechterarm. Dát doet die spiegel dan toch maar, zij het in schijn. En die wandspiegel maakt niet van mijn hoofd mijn voeten, ook niet in schijn. Boven laat hij boven, en onder onder (de wandspiegel). Ja, dat is dus omdat spiegels richtingen die evenwijdig lopen met het spiegelend vlak, niet omkeren, zelfs niet schijnbaar. Onze linkerhand behoudt dezelfde richting in het spiegelbeeld, maar wordt (door onze verwarring van beeld en werkelijkheid, onze vermenselijkingsdrift, die wil dat het beeld ons 'aankijkt' en toch identiek blijft met ons zelf) de rechterhand van ons spiegelbeeld. 'Een' linkerhand (de onze, de echte) is 'een' rechterhand (van een beeld) geworden.

Een linkerarm is altijd, voor jezelf of voor een beeld, een linkerarm. En een rechterarm os altijd een rechterarm, hoe je je (resp. het beeld zich) ook wendt. Maar een hoofd is niet steeds het bovenste lichaamsdeel. Als je op je kop staat, is het je onderste lichaamsdeel.
Bij een vertikale spiegel vindt er een schijnbare 'omkering en bloc' plaats om je vertikale as. Daarom blijft, in het beeld, wat boven is boven (hoofd), maar krijgt het beeld dan je linkerarm rechts. Bij een horizontale spiegel vindt er een omkering (eveneens schijnbaar 'en bloc') plaats om je horizontale as, en komt dus je hoofd onder te zitten en je linkerarm wordt ook weer de rechterarm van het beeld omdat je je verkeerdelijk voorstelt dat je 'en bloc'- d.w.z. onaangepast - omgekeerd bent.

Dat je hoofd onder is bij een horizontale spiegel, en dat - bij een vertikale spiegel - het beeld 'je aankijkt', berust op de terugkaatsende macht van een spiegel, maar dat in beide gevallen je linkerarm een rechterarm is geworden, berust op foutieve inleving in het spiegelbeeld als zou je 'en bloc' zijn omgekeerd. Je bent stukje voor stukje omgekeerd.  Je bent het niet meer.

Wanneer je goed begreep wat je spiegelbeeld was (nl. vooruit geschoven vooraangezicht, - alles in feite volkomen perspectiefloos) dan zou je door je spiegelbeeld heen willen kijken, het als een vooruitgeplaatst vlies beschouwend, waar je achter tegenaan kijkt zodat het je niet confronteert; het is je vooraangezicht waar je van achteren tegenaan kijkt, en dan blijft de linkerarm de linkerarm. Hetzelfde geldt ook voor druk (afdrukken, typografie).

En dat is mijn - zij het een weinig ambivalente - oplossing van de puzzel die zaterdag 18 januari in de Friese Koerier stond afgedrukt. 
Jan Hanlo
Uit: Mijn benul (uitgeverij Van Oorschot)  

home tekenlog schilderijen ruimtelijk werk grafiek reprocitaat kunst kolom video/ audio fotografie tekeningen
contact