expositie 'metamophosis: Titiaan 2012' in de National Gallery te Londen

... een altijd doorgaande toverzang ...
(   Ovidius,          Titiaan,          Velàzquez         e.v.a.   )

Vanaf de Romeinse oudheid tot aan de moderne kunst is er een continue traditie van uitbeelding van de metamorfosen – verhalen over gedaante verwisselingen – door de Romeinse dichter Publius Ovidius Naso in een losjes samenhangend geheel meandert de vertelling van de schepping van de wereld tot de dood van Caesar. (lees meer over de Ovidius)


Titiaan 'Rape of Europa'

De lichtvoetige metamorfosen hebben altijd een belangrijke plaats ingenomen in onze beeldcultuur. Zelfs bij zeer vrome opdrachtgevers zoals de Spaanse koning Philips de II, die de Venetiaanse schilder Titiaan de opdracht gaf tot het schilderen van een reeks 'metamorfosen'.
De scènes uit de metamorfosen behoren tot de mooiste uit het werk van Titiaan. De schilderijen waren bestemd voor de privé vertrekken van de koning wat de schilder weer de nodige vrijheid gaf. Titiaan schilderde zijn serie als wat hij zelf noemde een 'poesia', dus een gedicht, een fantasie. Die vooral visueel een sterke samenhang vertonen in de wijze van uitbeelden van de figuren. Inhoudelijk lijkt de gezamenlijke bron de belangrijkste samenhang.


Titiaan 'Perseus and Andromeda'

De betekenis die toen en nu aan de lichtvoetige metamorfosen wordt gegeven is vaak wat erg topzwaar, maar op deze manier heeft een pareltje uit de populaire cultuur wel kunnen 'overleven'. Het gaat hier tenslotte om verhalen waarbij om de haverklap mannen en vrouwen in planten of dieren worden omgetoverd en huwbare dochters gedwongen worden te paren met als dier of natuurverschijnsel vermomde goden.
Belangrijk is dat al deze verhalen iets onbegrijpelijks en meerduidigs hebben. Dit is misschien wel een van de belangrijkste kenmerken van een kunstwerk. Ze zijn tegelijkertijd lichtzinnig en diepzinnig. verhalen en kunstwerken lenen zich dan tot vele bespiegelingen zonder de lezer of kijker daar mee te vermoeien.


Titiaan 'Tarquin and Lucretia' 1568-71

De vertellingen van Ovidius zijn buitengewoon visueel en danken hun roem niet zozeer aan het feit dat Daphne in een laurierboom veranderd, maar aan de wijze waarop Ovidius dit beschrijft.

'Haar klacht weerklinkt nog, als een starre stijfheid haar bevangt:
haar zachte borst wordt door een dunne laag van schors omsloten,
haar armen groeien uit tot takken en haar haar tot loof,
haar voeten, eerst zo snel, zijn nu verstokt tot trage wortels.
haar hoofd wordt kruin. Haar gratie is het enige wat rest.
Nog steeds bemint Apollo haar, zijn vingers langs de boomstam
voelen haar hart nog sidderen onder de nieuwe bast.'


Velàzquez 'Arachne'

Overigens komt in de metamorfosen van Ovidius ten minsten één verhaal voor met een minitieuze beschrijving van twee kunstwerken, beide weer bestaande uit de voorstelling van een beroemde metamorfose.
Het gaat om de episode van de wedijver van het meisje Arachne met de godin Minerva tot het weven van een kleed.

'Arachne beeldt Europa uit, bedrogen door de stiervorm
van Jupiter - de stier lijkt echt, het zeevlak even echt;
je ziet het meisje kijken naar het achterblijvend strand,
roepen naar haar vriendinnen en uit angst voor 't naderend
geweld der golven heeft ze bang haar voeten opgetrokken.
Ook zie je een adelaar, die worstelend Asteria
ontvoert; en Leda zie je liggen tussen zwanenvleugels.
Ook laat ze zien hoe Jupiter, vermomd in saterlijf,
Nycteus' charmante dochter van een tweeling zwanger maakt
en hoe hij als Amphitryon Alcmene heeft verleid,
als gouden regen Danaë, Aegina met een vuurgloed ...',

enzovoort, enzovoort: een compilatie van metamorfosen.


Velàzquez 'The Fable of Arachne (Las Hilanderas)'

Velàzquez heeft verhaal even prachtig als raadselachtig verbeeld in zijn 'De weefsters of de fabel van Arachne' (1657)

Even als bij Ovidius stonden bij Titiaan en Velàzquez de speelsheid voorop, de kijker kan zijn kennis van de klassieken testen, meedenken met de schilder en misschien wel het belangrijkste voort fantaseren naar aanleiding van dit en achterliggende werken. Niet voor niets gebruikt Ovidius zelf de uitdrukking 'perpetuum carmen' (altijd doorgaande toverzang)


Velàzquez 'Mercury and Argus'

Nadoen is dodelijk voor alle kunst maar gekoppeld aan 'nieuwdoen' blijkt zij eeuwen – eeuwig? – een belangrijke voedingsbodem voor alle kunst.
De expositie 'metamophosis: Titiaan 2012' in de National Gallery in Londen is hiervan een mooi voorbeeld. Het toont drie schilderijen uit de serie 'metamorfosen' van Titiaan. De National Gallery vroeg drie kunstenaars nieuw werk te maken dat reflecteert op Titiaans schilderijen. Tevens hebben zeven choreografen en drie componisten nieuw werk gecomponeerd naar aanleiding van deze schilderijen. Daarnaast hebben veertien Britse dichters, onder wie Nobelprijswinnaar Saemus Heaney, een gedicht geschreven geïnspireerd op Ovidius en Titiaan. (zie ook de rubriek gedicht in beeld voor deze gedichten)

Patience Agbabi, Simon Armitage, Wendy Cope, Carol Ann Duffy, Lavinia Greenlaw, Tony Harrison, Seamus Heaney, Frances Leviston, Sinéad Morressey,  Don Paterson, Christopher Reid, Jo Shapcott, George Szirtes, Hugo Williams.


Titiaan 'Death of Actaeon'

Vraag zulke uiteenlopende kunstenaars en je krijgt een uitkomst waarin gedaanteverwisseling – metamorfose – thema en vorm is.
Waar Ovidius mee begon, geestige verhalen over goden die mensen wanneer zij een misstap begaan zomaar in een hert, beer of rots transformeren. Neemt Titiaan – maar met hem vele anderen – het stokje over. Hij bracht twee verhalen over de nimf Callisto en de jager Actaeon bij elkaar en vlocht ze tot een verhaal over een godin met twee kanten.
Waarbij in beide verhalen Diana zo naakt is afgebeeld, dat als 16e eeuwse dames het paleis van de koning Philips de II betraden er gauw een gordijn voor werd gehangen. Nu zien we ze als 'klassiek naakt' maar zo braaf zijn ze nooit bedoeld en nog steeds is de erotische lading voelkbaar.


Chris Ofili 'metamorphosis'

Schilder Chris Ofili voegt daar het zijne aan toe. Hij transporteerde het verhaal naar zijn woonplaats Trinidad, zoals ook Titiaan het Griekse verhaal in een Italiaans landschap situeerde. In de zeven monumentale schilderijen van Ofili is Diana zwart, zijn de kleuren tropisch en de vormen sappig. De seksualiteit is explicieter, wordt meer gevierd de schaamte is iets ontkracht.

Mark Wallinger 'Eye-spy' metamorphosis

Kunstenaar Mark Wallinger kiest een ander facet, juist de spanning van het kijken. Kijken dat in elk van de schilderen van Titiaan zo'n belangrijke rol speelt. Het moment dat Diana Callisto's zwangerschap ziet als de nimf zich ontkleed. Het moment dat Actaeon de naakte godin en haar nimfen ziet baden. Het moment dat Actaeon de dood vindt wanneer de jachthonden hem zien.
Wallinger zet een badkamer in de National Gallery en selecteerde zeven vrouwen die allemaal Diana heten, die daar om beurten naakt in baden. De badkamer staat in zwarte doos, in een donkere museumzaal. Alleen wanneer de bezoeker door kleine gaten kijkt ziet hij haar, gedeeltelijk. Als toeschouwer wordt je meteen onderdeel van het kunstwerk. Daar zit ze Diana, naakt te baden zoals Ovidius beschreef en wij zijn Actaeon op ons ligt de schuld van het zien. In een beeldcultuur vol bloot voelen we opeens weer de lading die een blik kan hebben.


Conrad Shawcross 'metamorphosis'

De derde kunstenaar die op Ovidius/ Titiaan reflecteert is Conrad Shawcross. Hij maakt van Diana een robot. Een readymade uit een autofabriek, die de precisie waarmee Diana haar vijanden bejegend en haar kwetsbaarheid in zich verenigd.

Kortom een mooie expositie waar we allemaal even Diana of Actaeon kunnen zijn. Waarin ook duidelijk wordt dat kunst nog steeds kunst baart en waarin nieuwe generaties kunstenaars altijd weer op de schouders van vorige generaties staan.


Titiaan 'Diana and Actaeon' detail

Publius Ovidius Naso (Sulmo, 20 maart 43 v.Chr. - Tomis, 17 na Chr.)

Ovidius werd geboren op 20 maart 43 v.Chr. uit een welgestelde ridderfamilie te Sulmo, nu het stadje Sulmona in de Abruzzen, op 100 km ten oosten van Rome. Hij had een broer die net één jaar ouder was. De beide jongens kregen een verzorgde opvoeding, ze studeerden onder meer retorica en rechten, eerst in Rome en later in Athene. Dit was de gebruikelijke opvoeding voor welgestelde Romeinen in die tijd. De dood van zijn broer, die op 20-jarige leeftijd stierf na terugkeer uit Athene, was een zware slag voor de jonge Ovidius. Ovidius trouwde drie keer, maar de namen van zijn echtgenotes zijn niet bekend.
In een politieke of juridische carrière had Ovidius helemaal geen interesse, maar des te meer voor literatuur, tot ongenoegen van zijn vader, die het niet eens was met zijn literaire aspiraties. Niettemin debuteerde hij op 18-jarige leeftijd met zijn Amores, en maakte al vroeg naam als minnedichter, één van de vele groten tijdens de "gouden eeuw" van keizer Augustus.
Ovidius was welgesteld genoeg om zich volledig aan de dichtkunst te wijden. Algauw volgden de Ars Amatoria (de kunst van het liefhebben) en de Remedia Amoris (Remedies tegen de liefde), zijn bekendste dichtbundels. Hij kon zich een luxueus en losbandig leventje in de mondaine grootstad Rome veroorloven, hij was een echte societyfiguur. Als gevierd dichter hield hij regelmatig voordrachten uit eigen werk, wat zijn roem alleen maar vergrootte.

 Zijn werk als dichter valt in een aantal perioden uiteen:

Jeugdwerk
In de Latijnse literatuur wordt de benaming "Jeugdwerk" vaak gekoppeld aan de mindere lectuur, vervaardigd als schoolopdracht of als probeersel om een eigen stijl te vinden. Dit geldt echter niet voor de Ars Amatoria, de Amores en de Epistulae Heroidum, die al gerekend kunnen worden tot zeer hoogstaande literatuur en reeds de kenmerken van de volgende werken vertonen. In de eerste periode ligt het accent in zijn werk op de liefde en de erotiek. Zijn hoofdwerk uit die tijd is de bundel Amores (Liefdeszangen), gepubliceerd 16 voor Chr.: lichtvoetige verzen waarin Ovidius zijn denkbeeldige liefde Corinna bezingt. De liefde wordt vooral als een spel geschetst.
Ook de Ars Amatoria (Minnekunst) dateert uit deze periode: tussen 1 voor Chr. en 8 na Chr.. Het is een leerboek in verzen over verliefd worden en verliefd zijn, en een parodie op de didactische poëzie.
In die tijd verscheen nog een klein "tussenwerk", de Medicamina Faciei (eerder dan 8 na Chr.), een boek over de gelaatsverzorging.
Als vervolg hierop verscheen ook de Remedia Amoris (Remedies tegen de liefde).

Hoofdwerk
In de tweede periode zoekt hij zijn inspiratie in de Griekse mythologie en de nationale folklore. Het belangrijkste werk dat in deze tijd ontstaat is de Metamorphosen (Gedaanteverwisselingen): een bundel verhalen uit de Griekse mythologie (door onder anderen Vondel is dit werk later in het Nederlands vertaald).
Ook begon hij aan zijn onvoltooide Fasti, een Romeinse feestkalender, waarin elke maand beschreven en etiologisch verklaard wordt. In zijn ballingsoord is het werk onafgewerkt blijven liggen: slechts de eerste zes maanden waren klaar. Vermoedelijk ebde zijn interesse voor de etiologische verklaring van de feestdagen weg en besloot hij het halverwege af te breken.

Laat werk
Zoals 'Jeugdwerk' vaak samenhangt met mindere werken, zo wordt de term 'Laat werk' vaak gekoppeld aan herhaling, wat ook niet van toepassing is op de werken van Ovidius. In zijn Tristia en de Epistulae ex Ponto maakt hij een schitterende synthese van lyriek en epiek. De derde periode valt samen met zijn ballingschap in Tomis. Daar ontstaan twee werken: De Tristia (Treurzangen), een bundel autobiografische elegieën over de omstandigheden van zijn ballingschap.
Daarnaast de Epistulae ex Ponto (Brieven vanuit het Zwarte Zeegebied), een verzameling poëtische verzoekschriften gericht aan vrienden en prominente Romeinen met de bede hun invloed aan te wenden aan het keizerlijke hof, om herziening van zijn lotsbestemming te bekomen. Hij zou ook een gedicht in het Getisch geschreven hebben, dit is echter nooit bewezen.
Na Ovidius zijn dood in 17 na Chr. is ook nog de Halieutica, een werk over de vissen in de Zwarte Zee, onder zijn naam uitgegeven.

Waardering
De waardering voor Ovidius verandert met de tijd. Tijdens zijn leven werd hij zeer geprezen om zijn metrisch vernuft en gevoel voor drama. Er was echter ook een groep tegenstanders die zijn werk te 'frivool' vond.
In de vroege middeleeuwen werd zijn werk amper gelezen. Het zou immoreel en heidens zijn. Vergilius genoot toen echter grote waardering, wat te verklaren valt doordat deze wel een moraliserende inslag heeft en het verhevene predikt. Pas in de 12e eeuw werd Ovidius' dichtkunst meer op waarde geschat. Men paste wel een christelijke allegorisch-moraliserende uitleg toe. Dit leidde tot de Ovide Moralisé en commentaren van onder meer Pierre Berçuire in het Reductorium Morale.
Vooral in de renaissance in de 16e en 17e eeuw grijpen velen terug op motieven uit zijn werken. Dit wordt ook wel eens de "Aetas Ovidiana" ("Het Ovidius-tijdperk genoemd") Zijn vertelkunst inspireerde Torquato Tasso, Chaucer, John Milton en Vondel.

Ars Amatoria
De Ars Amatoria (Latijn voor "De kunst van de liefde") of de Ars Amandi (Latijn voor "De kunst van het beminnen") is de oudste systematische handleiding tot verleiden. Het is een leerdicht in drie boeken en bevat in totaal 2330 versregels. De eerste twee boeken dateren van circa 1 v.Chr. en het derde van circa 1 n.Chr. Mannen wordt in boek 1 (772 verzen) en 2 (746 verzen) de kunst van het versieren onderwezen en vrouwen in boek 3 (812 verzen).
Ovidius gebruikt een zeer open en luchtige stijl, naar het ironische toe. Het werk past in een periode waarin hij vaak werken schreef gebaseerd op liefde en verleiding, zoals Medicamina Faciei Femineae (“Schoonheidsmiddelen voor het vrouwelijke gelaat”), Remedia Amoris (“Remedies tegen de liefde”), Amores (“Minnedichten”) en Heroides of Epistulae Heroidum (“Heldinnenbrieven”).
Eerste boek
Volgens Ovidius moet een man eerst een doelwit uitzoeken om te beminnen. De tweede taak is om het vrouwenhart te winnen. Daarna is het zaak te waken dat de hartstocht blijft.
De stad Rome is rijk aan vrouwelijk schoon, of het nu gaat om jonge, volwassen of rijpe vrouwen. Galerijen, tempels, markten, theaters, renbanen, het Forum en feestdiners zijn allemaal geschikte plaatsen om vrouwen te ontmoeten. In de renbaan moet een man naast de vrouw van zijn keuze gaan zitten en een algemeen gesprek beginnen. Een man moet met belangstelling vragen welke paarden meedoen en zonder meer kiezen voor het paard dat de vrouw haar voorkeur gunt. Verder moet hij de vrouw attenties bewijzen. Zand dat opspringt tegen haar kleren, moet hij wegvegen en met een lichte waaier moet hij voor wat wind zorgen. Ovidius noemt niet alle plekken die geschikt zijn voor de vrouwenjacht want er zijn er meer dan korrels zand.
Opvallend is dat Ovidius mannen ook waarschuwt om zich door vrouwen niet geld of goederen afhandig te laten maken, want die verstaan de kunst een verliefde vrijer kaal te plukken.
Tweede boek
Als een man een vrouw veroverd heeft, moet hij haar aan zich binden. Ovidius raadt toverkunsten en liefdesdrankjes af om te verhinderen dat een vrouw ervandoor gaat, omdat ze niet helpen. Hij geeft mannen de volgende tips voor een duurzame relatie:
Derde boek
In het derde boek zijn vrouwen aan de beurt om van versiertips voorzien te worden. Ovidius begint met vrouwen te vragen alvast aan hun oude dag te denken. Dan liggen zij ’s nachts eenzaam in bed, wordt er ’s avonds niet meer aan hun deur gebeukt en gesmeekt en ligt ’s ochtends vroeg hun stoep niet meer vol met rozen. Vrouwen moeten daarom genieten van hun jeugd en zich niet schamen over de liefde. Ovidius behandelt de volgende tips om een man te bekoren:


Titiaan 'Danaë with a Nurse'

De Metamorfosen (Metamorphoseon libri) is een vijftien delen omvattend dichtwerk
In de Metamorpfosen worden de schepping en geschiedenis van de wereld verhaald volgens de Griekse en Romeinse mythologie. Het boek geldt als een van de belangrijkste werken uit de Romeinse literatuur. Het is vermoedelijk in 1 n.Chr. voltooid en is sindsdien een van de populairste mythologische werken. Metamorfosen heeft grote invloed gehad op de renaissancistische literatuur en schilderkunst, ook omdat het eeuwenlang als lesmateriaal gebruikt is.
Metamorpfosen is een kunstige aaneenrijging van verhalen, anders dan bij een echt epos waarin één verhaallijn en één held centraal staan, zoals het epos van de Romeinse dichter Vergilius over het leven van Aeneas. In de verhalen schetst Ovidius het leven van de klassieke goden, stervelingen en andere mythische figuren, die telkens een dramatische gedaantewisseling (metamorfose) ondergaan. Enkele voorbeelden zijn de verandering van de nimf Daphne in een laurierboom, de gedaanteverwisseling van de jager Actaeon in een hert nadat hij de godin Diana naakt zag, en de metamorfose van de nimf Io, geschaakt door Jupiter die door deze in een koe veranderd wordt om zijn achterdochtige echtgenote te misleiden.
In het laatste boek geeft Ovidius een filosofische onderbouwing, bij monde van de Griekse filosoof en wiskundige Pythagoras, die de leer van eeuwige verandering predikte: omnia mutantur, nihil interit – alles verandert, niets gaat ten gronde. Alles in de kosmos is voortdurend in beweging, niets blijft gelijk, maar ook niets vergaat volledig.
Opvallend is dat Ovidius de goden niet als verheven afschildert, maar als gewone mensen met ieder hun eigen zwaktes en amoureuze verlangens. Ook de toon van het werk is eerder speels dan plechtstatig, zoals de tijdgenoot Vergilius in zijn epische verhalen gewoon was. Ovidius schreef de Metamorfosen echter wel volledig in de dactylische hexameter, de traditionele versvorm voor een epos.

De speciale vorm die Ovidius gaf aan de Metamorpfosen wordt ook wel 'epyllium' genoemd (letterlijk vertaald: klein epos). De voornaamste kenmerken van het epyllium zijn dat het veel korter is dan een epos, dat de goden zich gedragen als mensen onder de mensen en dat er een zeer grote aandacht wordt besteed aan de natuur. Ovidius laat graag merken dat hij een geleerde dichter is (Poeta Doctus) die een groot deel van de klassieke wereld afreisde voor hij begon te dichten.


Titiaan 'Danaë with a Nurse' detail

Vertalingen en bewerkingen
De Metamorpfosen werd onder andere vertaald door Carel van Mander in 1604 en later Vondel (1671) in het Nederlands, en door Arthur Golding (1567) in het Engels. Deze Engelse vertaling inspireerde William Shakespeare. Het belangrijkste bewijs daarvoor is Romeo and Juliet, dat een hernieuwde versie is van het verhaal over Pyramus en Thisbe. Ook komt dit verhaal voor in A Midsummer Night's Dream.


Publius Ovidius Naso

home tekenlog schilderijen ruimtelijk werk grafiek reprocitaat kunst kolom video/ audio fotografie tekeningen
contact