Quentin Massys St John Altarpiece (left wing).


Tussen alles en niets

Serge van Duijnhoven

We hielden van de wreedste taferelen.
Van gevilde heiligen, de verleidelijke Salome van Quinten Matsys
de wonderlijke allegorieŽn waarin dieren musiceerden.
En uiteraard hielden we van Bruegel en Breughel
en Hieronymus Bosch.

We hielden van moerassen, venen afvoerloze vlakten.
Hydromorfe bodems, de dertiende eeuwse-
in de kelder opgebaarde mummies
uit de kerk van Wieuwerd.
Door de turf beschermd tegen bederf.

We hielden van de Markies van Sade
die schreef dat poep naar olijven smaakt.
In werkelijkheid smaakt het naar niets.
Als uitgekookte vlasvezel met een bijsmaak
die zeer bitter is, vanzelfsprekend: galbitter.

We hielden van De Sade, wiens lievelingsdier
de slang was (en wel de dodelijke Anaconda)
en woonde in een vervallen kasteel te Lacoste.
Nu een kledingmerk met als wel bekend symbool
een groene krokodil. (Is dit toeval?

of bijt al het saillante zich zowiezo in de bil?)
We hielden van de liefde; haar vrolijk vet
Maakte elke landing zacht. En kijk ons nu eens
kaal als de grond! Tussen minstens en niets
was het dak nog even een vlies

voor het begon.


Quentin Massys St John Altarpiece

 

home tekenlog schilderijen ruimtelijk werk grafiek reprocitaat kunst kolom video/ audio fotografie tekeningen
contact