(detail)

Le radeau de la Méduse

Jan Greshoff

Wij klemden ons kleinmoedig aan dit vlot
Met nog in de oren die vervloekte slag
Het kaperschip ging kreunend overstag;
Was al het hout niet tot in ’t merg verrot?

Een bootsman als een boom nam het gezag,
De sterkste, en enig meester hier naast God
Over ons aller vege lijf en lot
Nam hij zijn hemd en gaf ons dat als vlag.

Vermoordt dien worstelaar, hij is een smiecht;
Zijn macht is leugen en zijn hoop bedriegt:

Wij worden immer nergens meer verwacht
En gaan verloren tussen dag en nacht.

De hemel biedt niet op ons haaienvel,
De duivel lust die stank niet in zijn hel!

Op 2 juli 1816 leed het Franse fregatschip La Méduse schipbreuk voor de West-Afrikaanse kust. Omdat slechts zes reddingssloepen voorhanden waren voor de vierhonderd bemanningsleden, werd een groot vlot gebouwd. De sloepen zouden het vlot tot aan de kust trekken. Maar de kapitein en reddingsboten lieten het vlot in de steek. Na zes dagen bleven nog vijftien mensen op het vlot van de Medusa over, en allen hadden ze zich aan kannibalisme overgegeven. De waanzin na het verraad van de kapitein werd in brieven en prenten verspreid. De Medusa werd het symbool van de decadentie van de Franse monarchie. Via zijn schilderij wil Géricault de morele onverschilligheid van de Franse regering aan de kaak stellen.

home tekenlog schilderijen ruimtelijk werk grafiek reprocitaat kunst kolom video/ audio fotografie tekeningen
contact