Constantijn Huygens en zijn klerk geprtreteerd door Th. de Keyzer 1627


OP MIJN’ SCHILDERIJE, KORTS VOOR MIJN’ BRUYLOFT GEMAECKT

Constantijn Huygens


Spreeckt, Schilderij, en segt hoe grooten kracht van vreugden
    Mijn ingewand verheugden,
Ten tijden als ick schier, off heel, verwinner werd
    Van mijner Sterren hert,
En docht van overvreugd ick trad op all’ de Sterren
    Die om den Hemel werren(1.),
En hiet u tuygen (2) van mijn vrolicke gemoet
    Aen d’eew die komen moet,
Door dit gewackert (3) oogh en voorhooft sonder vooren
    Die sulcken hert behooren.
Segt, dat voor d’eewen, noch van datter eewen zijn (4)
    Geen luck en was als ’tmijn,
Seght datter boven Sonn, noch onder Maen, naer desen
    Geen mijns gelijck sal wesen.
Swijgt, Schilderij, en spreeckt veel liever niet van mij,
    ’T en komt toch all niet bij.(5)

(1.) ieder in hun (verschillende) baan rondcirkelen
(2) en u beval te getuigen
(3) levendig, helder
(4) voordat men in eeuwen rekende
(5) 't lijkt toch allemaal op niets


IN EFFIGIEM MEAM PAULLO ANTE NUPTIAS DEPICTAM

Constantijn Huygens

Tabella, fare, quanta me vis gaudij
Quanta obsidebat intus exultatio,
Cum pene Stellae victor, aut prorsus, meae
Superne Stellas quotquot illucent Polo
(5) Calcare visus, et triumpho proximus,
Felicitatis argumenta te meae,
Hoc frontis aequor, hunc alacri lumine
Quietae mentis indicem, vultum bonum,
Praebere iussi posterorum saeculo.
(10) Dic, ante tempus, dic, ab aevo principe
Nil orbe Solem, nil deos beatius
Vidisse Coelo, nil futurum utrolibet.
Tace, Tabella, dixeris vel sic nihil.

Huygens trouwde op 6 april 1627 met Suzanna van Baerle. Hij liet zich vóór deze datum schilderen. Soms wordt gedacht dat dit gedicht betrekking heeft op een schilderij van Lievens. Dit is echter onjuist. Het hoort niet bij dit wat sombere portret (zie afbeelding hier onder) uit de winter van 1626, maar bij het vrolijke van Thomas de Keyzer uit maart 1627. Een gedicht op het portret door Lievens maakte Huygens eerst in 1632 en voorzover mij bekend alleen in het Latijn (zie tekst onder het portret door Lievens). Het schilderij van De Keyzer stelt Huygens voor "ten voeten uyt met zijn klerk of knegt". Hij zit aan een tafel met o.a. muziekinstrumenten daarop. Het gedicht is naar Huygens zelf meedeelt een vertaling van zijn Latijns gedicht. (bijgevoegd)


Constantijn Huygens geportretteerd door Lievens 1626


IN EFFIGIEM MEAM, MANU I. LIVII

Constantijn Huygens

Picturae nec lingua deest, ne fallere, nec vox;
    Hugenii facies haec meditantis erat.
Si quaeras animam, spirantem quisque videbis,
    Qui attuleris qualem Livius intuitum.

Zie ook: meer gedichten van Constantijn Huygens,
en de kunst kolom over Aelbert Cuyp onder aan dit artikel.

home tekenlog schilderijen ruimtelijk werk grafiek reprocitaat kunst kolom video/ audio fotografie tekeningen
contact