Boutens-Meegeren
Han van Meegeren 1889 – 1947 'De maaltijd van Emmaus' 1937

EMMAÜS
Bij het schilderij van Johannes Vermeer*

P.C. Boutens

Zoo en niet anders ging het toe
In Emmaüs: ik weet het hoe
Hij vóor het breken van het brood
Over zijn tranen de oogen sloot,
En hun ontreddring hield gered
Binnen de toevlucht van
't gebed,
En nooit de scheelen heeft gelicht
Vóor hij wegkwam uit hun gezicht ...

O oogen amper opgedoken
Uit werelds donkersten afgrond,
En die in minnen ongebroken
Den schok van elken aanslag stondt,
Van haat, verraad, en dood, en hel-
En hier bezweekt in dit licht spel! ...

Niet voor het eerst word 'k ingeleid
Tot dees diepste vertrouwlijkheid:
In den voortijdelijken droom
Was ik hier al, gering atoom,
Een schijnbaar waardeloos partiekel,
Een ijl onschadelijk vehiekel
Dat gaf in 't siddrend bekerglas,
In
't tin van 't simpele teljoor
De hijgende vervoering door
Van 't hart dat in hen brandend was.

Zoals velen met hem ging Boutens er vanuit dat het hier een schilderij van Johannes Vermeer betrof. Later zou blijken dat het om een vervalsing van Han van Meegeren ging.

Boutens-Meegeren   
Han van Meegeren 'Head of Christ' 1940-41 Han van Meegeren 'Woman Reading Music' 1935 36

Han van Meegeren (1889 – 1947)
Henricus Antonius van Meegeren (Deventer, 10 oktober 1889 – Amsterdam, 30 december 1947) was een Nederlands kunstschilder en kunstvervalser. Hij werd vooral bekend door zijn vervalsingen van werken van Vermeer.

Han van Meegeren ontwikkelde een grote vaardigheid in tekenen, schilderen, etsen en aquarelleren, en had grote belangstelling voor de Nederlandse klassieke schilders. Zijn vader was zeer gekant tegen zijn werk als schilder. Van 1907 tot 1913 studeerde hij, op aandringen van zijn vader, bouwkunde aan wat toen de Technische Hoogeschool van Delft heette. Hij maakte zijn studie niet af. Wel ontwierp hij tijdens zijn studie het aan de Sint-Huybrechtstoren grenzende clubhuis voor roeivereniging D.D.S. in Delft. Kort vóór het beëindigen van zijn studie ontving hij een prestigieuze vijfjaarlijkse gouden medaille voor zijn studie betreffende het interieur van de Laurenskerk in Rotterdam. Maar Han van Meegeren beschikte over een onwrikbare passie en liet zich niet afhouden van wat hij als zijn levenswerk zag en beëindigde zijn architectenstudie.
Van Meegeren had een moeilijke weg gekozen. De moderne kunst had hij afgezworen en het was weinig waarschijnlijk dat hij erkenning zou krijgen door te schilderen in een stijl die eeuwen daarvoor populair was geweest. Hij werd door kunstcritici geridiculiseerd en kon op een gegeven moment zelfs niet meer exposeren. Van Meegeren vond de plaatselijke critici vals en onwetend en hij wilde zijn gelijk bewijzen door hen publiekelijk te vernederen.
Van Meegeren, die zeer bekend was met de schildertechnieken van de Nederlandse meesters, besloot een valse Vermeer te maken. Als de critici het werk zouden prijzen, zou Van Meegeren onthullen dat het werk nep was. Daarmee zou hij de onwetendheid van de critici hebben aangetoond. In het bijzonder was dr. Abraham Bredius zijn doelwit. Deze was een autoriteit op het gebied van Vermeer en werd door Van Meegeren zeer veracht.
Van Meegeren was een bijzonder nauwkeurig vervalser. Het schilderij moest niet alleen worden uitgevoerd naar de stijl en de vaardigheid van Vermeer, het moest er ook nog eens oud uitzien. Vermeer was nog niet echt beroemd geweest tot ongeveer het begin van de twintigste eeuw; men kende toen nog slechts ongeveer veertig van zijn werken. Van Meegeren wist de hand te leggen op een zeventiende-eeuws doek om op te schilderen; maakte zijn eigen verven uit onbewerkte materialen aan de hand van oude formules om ervoor te zorgen dat ze authentiek overkwamen; en gebruikte dezelfde soort penselen die Vermeer gebruikt zou hebben.
Hij bedacht ook een methode om met fenolformaldehyde de verf na toepassing hard te laten worden alsof deze al eeuwen oud was. Nadat het schilderij af was, verhitte Van Meegeren het in een oven om de verf uit te laten harden, daarna rolde hij het over een cilinder om het een licht craquelé te geven en waste het later met zwarte inkt in om de barstjes te vullen. Het kostte Van Meegeren enkele jaren om zijn technieken uit te werken. Toen hij klaar was, was hij tevreden met zijn werk. Niet alleen omdat zijn nagebootste Vermeer, De Emmaüsgangers, een overtuigende vervalsing was, maar ook omdat hij vond dat het een fraai werk was geworden.
Van Meegeren schakelde een bevriende advocaat in die het werk aan de grote kunstkenner Bredius presenteerde. Deze had al een tijd verkondigd dat er nog onontdekte Vermeers uit diens Italiaanse periode moesten bestaan en zag zijn theorie bevestigd. De overige Nederlandse kunstkenners waren net zo gemakkelijk overtuigd, al waren er enkele stemmen in Frankrijk die het schilderij vals vonden. De schilder genoot van zijn succes. Hij had er wel aan gedacht om de fraude onthullen, maar toen hij de valse Vermeer aan Museum Boijmans Van Beuningen verkocht voor een bedrag dat nu gelijk zou zijn aan ettelijke tientallen miljoenen euro's, bedacht hij zich. Hij had bewezen dat de kunstwereld goedgelovig was, en het kwam goed uit dat hij daar ook nog geld mee kon verdienen.
Tussen 1938 en 1945 maakte Van Meegeren nog zes valse Vermeers. De kwaliteit van sommige van deze werken zou hem in andere tijden wellicht eerder hebben ontmaskerd, maar de wereld had het druk met de oorlog en de bezetting en Van Meegeren kon zijn activiteiten ongestoord voortzetten. Omdat er tijdens de bezetting toch al een actieve en geheimgehouden handel in kunst aan de gang was, konden Van Meegerens vervalsingen mooi meeliften.
Van Meegeren vervalste niet alleen werk van Vermeer, maar ook van Frans Hals, Terborgh en Pieter de Hooch.
Zijn vervalsing naar Frans Hals, De lachende Cavalier, werd in 1923 door de bekende kunsthistoricus Cornelis Hofstede de Groot erkend als een echte Hals. Toen het uitkwam dat het een vervalsing was (de naam Van Meegeren werd toen nog niet genoemd) betekende dit een gevoelige aanslag op de reputatie van Hofstede de Groot.
Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog stuitten geallieerde troepen in Oostenrijk op een zoutmijn, waar de belangrijkste nazi's de kunstwerken hadden verborgen die ze hadden geplunderd in de door het Derde Rijk bezette landen. De strijdkrachten lieten kunstexperts komen om zeker te stellen dat de schatten correct werden behandeld, geïdentificeerd en gerepatrieerd. Tussen deze schatten bevonden zich kunstwerken uit de verzameling van Reichsmarschall Hermann Göring. In Görings collectie zat een 'Vermeer' die men niet kon thuisbrengen. Een onderzoek leidde naar een kunstschilder in Amsterdam die in grote weelde leefde: Han van Meegeren. (Hij woonde op Keizersgracht 321.)
Omdat Van Meegeren de herkomst van het schilderij niet kon verklaren zonder toe te geven dat hij zelf de schilder was, dachten de Nederlandse autoriteiten dat hij een collaborateur was. In mei 1945 werd hij gearresteerd. Van Meegeren bevond zich nu in een zeer lastig parket, aangezien hij van collaboratie beschuldigd kon worden, waarop in die tijd een langdurige straf, en mogelijk zelfs de doodstraf, stond. Na enkele dagen in de cel vertelde hij de autoriteiten de waarheid; die geloofden hem aanvankelijk niet, maar lieten zich toch al gauw overtuigen. Hij werd opgesloten in het pand van de Kunsthandel Goudstikker (toen in gebruik bij het Militair Gezag) en schilderde daar onder toezicht nog een vervalsing: Christus in de Tempel. In november 1947 werd hij tot één jaar gevangenisstraf veroordeeld.
Een maand later overleed Van Meegeren op 58-jarige leeftijd in de Valeriuskliniek te Amsterdam aan een hartinfarct. Hij werd gecremeerd en later bijgezet op de Algemene Begraafplaats te Deventer.
Een heel bekend werk van Van Meegeren onder zijn eigen naam was (en is nog steeds) in veel Nederlandse huiskamers terug te vinden, namelijk het Hertje in koperdiepdruk. Ook een variant daarvan Hertje met jong komt veel voor. Een minder vaak voorkomend werk van Van Meegeren is de rotogravure van de "Vechtende Pauwen". Het origineel hangt in Museum Boijmans Van Beuningen te Rotterdam.
Voor zover het erom ging de kunstwereld van Van Meegerens kwaliteiten te overtuigen, kan men zeggen dat zijn actie op twee manieren succesvol is geweest. Ten eerste zou hij zonder zijn geruchtmakende vervalsingsaffaire een volkomen vergeten schilder geweest zijn. En nu is zijn naam wereldberoemd, brengen zijn schilderijen onder eigen naam hoge prijzen op en zijn er zelfs valse Van Meegerens op de markt.
Ten tweede ging na zijn ontmaskering een golf van zelfkritiek door de museumwereld en werden verscheidene dubieuze Oude Meesters van de muren verwijderd. Daaronder waren ook enkele Van Meegerens zoals uit de opgegeven literatuur moge blijken

Boutens-Meegeren
Han van Meegeren 'The Supper at Emmaus' viewed by Dirk Hannema r then director of Museum Boymans and Hendrik Luitwieler l restorer
Photo Frequin 1938