Decker-Rembrandt-02


De Verrezen Heer verschijnt aan Maria Magdalena

Jeremias de Decker

Op het paneel van Rembrandt "De Verrezen Heer verschijnt aan Maria Magdalena", opgedragen aan H.F. Waterloos, modern Nederlands van Willem L. Meijer.

Wanneer ik de historie lees, zoals beschreven
en vergelijk met jouw kunstzinnig tafreel,
dan denk ik steeds: hoe trouw volgt dit pen-
seel de tekst, hoe fraai toont dode verf het leven.

Alsof de Christus zegt: Houdt op met beven;
de dood, Maria, heeft op mij geen vat.
En dat zij dit maar half gelooft, zodat
haar houding tussen vrees en hoop blijft zweven.

Je hebt het graf hoog in de lucht geheven,
met schaduwtinten die allure geven
aan heel het werk. Jouw meesterlijk penseel,

mijn vriend, heb ik langs dit paneel zien glijden.
Laat dus mijn pen wat rijm aan dit tafreel,
mijn inkt wat roem aan deze kleuren wijden.

Christus als tuinman.

Christus als tuinman is een gebeurtenis uit het evangelie volgens Johannes. Maria ontmoet de uit zijn graf herrezen Heer, maar herkent Hem niet. Met ogen die omfloerst zijn door verdriet, houdt ze Hem voor de hovenier. Rembrandt laat ons door de ogen van Maria kijken. We zien Christus zoals zij Hem ziet: Een breedgerande hoed op zijn hoofd, een spade in zijn hand, een snoeimes in zijn gordel. Maria keert zich om naar de tuinman, die bezig is door de sluier van haar verdriet heen te dringen. Diep in haar rijst een vermoeden. Ze heft haar hoofd naar hem op en kijkt. We zien de bewogen ontmoeting in tegenlicht en vanuit een laag standpunt. Deze invalshoek geeft Rembrandt de mogelijkheid een indrukwekkend contrast van licht en donker op te bouwen, "rijk aan schaduwen".
Rembrandt schilderde dit paneel voor zijn vriend, dichter Hendrick Waterloos. Jeremias de Decker, schrijft een sonnet op dit schilderij. De oorspronkelijke tekst van dit sonnet luidt als volgt:

Op d'Afbeeldinge van den Verresen Christus en Maria Magdalena, Geschildert
door den uytnemenden Mr. Rembrandt van Rijn, voor H.F. Waterloos.


Jeremias de Decker

Als ick d'History lese, ons by sint Ian beschreven,
En daer benevens sie dit kunstrijck Tafereel,
Waer (denck ick dan) is pen soo net oyt van pinceel
Gevolgt, of doode verw soo na gebrogt aen't leven?

't Schynt dat de Christus segt: Marie, en wilt niet beven.
Ick ben't, de dood en heeft aen uwen Heer geen deel:
Sy sulcx geloovende, maar echter nog niet heel,
Schynt tussen vreugde en druck; en vreese en hoop te sweven.

De graf-rots na de kunst koog in de lucht geleyd,
En rijck van schaduwen, geeft oog en majesteyt
Aen all de rest van 't werck. Uw' meesterlycke streken,

Vriend Rembrandt, heb ick eerst sien gaan langs dit paneel;
Dies mocht mijn' Pen wat Rijms van uw begaeft Pinceel
En mijnen Int wat Roems van uwe Verwen spreken.

In een interview in het poëzietijdschrift Awater (winter 2013) zeg Jean Pierre Rawie dat hij het gedicht 'Aen mijnen sterfdag' van Jeremias de Decker zo mooi vond dat hij het graag vertaald had, ware het niet al in het – zeventiende eeuws – Nederlands geschreven. Wat mij betreft had hij toch wel een poging mogen wagen om dit mooie, maar lastig te lezen en duiden, sonnet wat meer naar onze tijd te halen.

Aen mijnen sterfdag

Jeremias de Decker

Dag, die my eens van zon versteken zult en dag,
Dag, die my binnen ’t graf; dag, die mij eeuwig buiten
De ruime Weereld zult dien schoonen Tempel sluiten,
Dien Tempel; daer ick God in toe te zingen plag

Verwondering en prys, zoo dik ick hem bezag;
Dag, die my in den loop zult van myn dagen stuiten,
En ’t na-wee proeven doen der duur verbode fruiten;
Dag, zeg ick, dien ick vliên, maer niet ontvlieden mag;

Hoe spoed ghy herwaerts aen: doch als op wolle voeten!
Ghy zult, ghy zult misschien my in dit jaer ontmoeten,
Misschien in deze maend, in deze week misschien;

En kleef ick dwaze nogh zoo vast aen myn’ gebreken,
En leef ick nogh zoo los als of ick nogh veel weken,
Noch vele maenden zou, noch vele jaren zien?

zie ook: 
Rembrandt - Aafjes,
Rembrandt - Baeke, Rembrandt - Balkt, Rembrandt - Barnas, Rembrandt - Bernlef, Rembrandt - Boeken, Rembrandt - Brabander, Rembrandt - Brassinga, Rembrandt - Bruinja, Rembrandt - Claus,
Rembrandt - Decker, Rembrandt - Emmens, Rembrandt - Enquist, Rembrandt - Gerhardt, Rembrandt - Gerlach, Rembrandt - Harmens, Rembrandt - Herzberg, Rembrandt - Hofman, Rembrandt - Kemp, Rembrandt - Knibbe, Rembrandt - Kopland, Rembrandt - Meekers,Rembrandt - Menkveld, Rembrandt - Moeyaert, Rembrandt - Schiferli,Rembrandt - Schulte-Nordholt, Rembrandt - Soepboer, Rembrandt - Spinoy, Rembrandt - Tentije,
Rembrandt - Vestdijk, Rembrandt - Vestdijk02,
Rembrandt - Vestdijk03 Rembrandt - Wissen.

Gedichtencyclus Rembrandt en de Engelen