Dewulf-Stael 

Alle vogels stil
(voor Nicolas de Staël, 1914 – 1955)

Bernard Dewulf

1

De dagen moesten breder treuren
dan de zee. Verder
keek alleen het schilderij.

De uren moesten zingen in zijn kathedraal
van hoger licht
dat hij wachtte voor zijn muur
van verf

op een muziek van elders,
tegenzangen in het doek.

Zo luisterend aan het grijs
van alle tijd, maart en toch november
in zijn ogen en zijn handen

stierf  hij dagelijks
aan de erfkwaal van de blik,
de ziekte van het onvermogen.

2

Het werd maart en maar geen voorjaar.
Het kristallen zuiden lag verduisterd in zijn baai.
In de muren hingen alle vogels stil

De laatste vrouw was teruggedraaid
naar haar krijtwitte leven. Het leven
was geschilderd met het tegenwicht van kleur

en de verf scheen dunner dan het licht.

Alle hoop op zichtbaarheid was op gegeven.
Eindelijk zag hij in zijn rood het diepste zwart,

alles was gezien nu, alles altijd onbegrijpelijk
achter het blauw van het heelal.
Niets bleef hem over dan het blinde niets.

Hij liep helderziend de hoge avond in.
In zijn lichaam viel de troostzang van de diepte
als een vleesmuis op de stenen.

Dewulf-Stael Dewulf-Stael 
Dewulf-Stael Dewulf-Stael 

Nicolas de Staël, op 5 janari 1914 geboren als Nicolaï Vladimirovitch Staël von Holstein, was de zoon van de laatste vice-gouverneur van de Petrus en Paulusvesting in Sint Petersburg, luitenant-generaal baron Vladimir Staël van Holstein. Na de Oktoberrevolutie van 1917 moest de familie in 1919 gedwongen emigreren naar Polen, waar beide ouders stierven. Na hun dood werden Nicolas en zijn oudere zus Marina in 1922 naar verwanten gezonden in Brussel. Hij studeerde in Brussel kunst aan de Académie des Beaux-Arts.

In de dertiger jaren maakte hij meerdere rondreizen door Europa. Tijdens een reis naar Nederland (1933) bestudeerde hij de schilderwijze van Rembrandt, Hercules Segers en Philips Koninck. In 1934 woonde hij in Parijs en bezocht de streek de Midi, waar hij werk van Paul Cézanne, Henri Matisse, George Braque en Chaïm Soutine ontdekte. Zijn eerste tentoonstelling vond plaats in 1936 bij Galerie Dietrich in Brussel.

 

In 1936 trok hij naar Noord-Afrika (hij bezocht achtereenvolgens Marokko, waar hij zijn levensgezellin Jeannine Guillou ontmoette, en Algerije). Van 1939 -1940 diende hij in het Vreemdelingenlegioen. Na zijn Afrika-periode vestigde hij zich met Jeannine in het zogenaamde vrije Frankrijk, de zone libre.

 

Ergens in 1940 moet hij zijn toekomstige galeriehoudster Jeanne Bucher hebben ontmoet, alsmede de kunstenaars Alberto Magnelli, Sonia Delaunay, Hans Arp en Le Corbusier. In september 1942 verhuisde de familie De Staël naar Parijs en Nicolas ging volledig abstract werken. Zijn eerste expositie vond plaats bij Galerie Jeanne Bucher. De tweede tentoonstelling (1944) in het gezelschap van de schilders Wassily Kandinsky en César Domela Nieuwenhuis. Na de bevrijding van Parijs (nog steeds bij Bucher) in 1945 een solo-expositie, waar de eerste erkenning voor zijn werk kwam. Hij leerde de schilders André Lanskoy en George Braque kennen en sloot zich aan bij de 'Nouvelle École de Paris'. In 1946 stierf Jeannine en later in het jaar huwde hij Françoise Chapouton. Zij vestigden zich in een groter atelier en ontvingen regelmatig George Braque. Dankzij invloedrijke relaties begon de internationale kunstmarkt, met name de Amerikaanse, zich stap voor stap voor De Staël te openen (o.a. in New York). Ook de grote musea in Londen, Parijs, New York, Washington, enz. begonnen interesse voor zijn werk te tonen en hij tekende een nieuw contract met de Parijse galerist Louis Carré. De vraag naar werken van De Staël nam enorm toe en reizen naar de Verenigde Staten begon tot het vaste patroon te behoren.

 

In 1954 keerde hij met zijn familie terug naar Antibes, om bij de zee weer de rust te vinden, na een periode van veel exposities en de daarbij behorende reizen.

 

Op 16 maart 1955 kwam aan zijn leven een dramatisch einde. Zoals uit afscheidsbrieven is gebleken heeft hij door een sprong uit het raam van zijn atelier in Antibes een einde aan zijn leven gemaakt.

Dewulf-Stael Dewulf-Stael
Dewulf-Stael  Dewulf-Stael 
Dewulf-Stael Dewulf-Stael
Dewulf-Stael Dewulf-Stael
Dewulf-Stael Dewulf-Stael