Eijkelboom-Schnorrvoncarolsfeld
Ludwig Schnorr von Carolsfeld 'Der Sprung vom Felsen'
(naar een betere afbeelding wordt gezocht)

Schilderij, Duits, 19de Eeuw

Jan Eijkelboom

Dit is de liefde:
stilstand van de tijd.
De jongeling die met het meisje
in suizend onbewegen
de steile rots afspringt.

Tussen Teutoonse sparren heeft,
onhoorbaar tandenknarsend
boven een stalen baard,
de man te paard
- rivaal of vader -
het zwaard vergeefs ontbloot.
Zie ook de tanden van de honden
die doodstil grommen aan de rand.

Tanden en zwaard bereiken nooit het paar.
Het paar haalt nooit de grond.
Het blijft ontheven in een val
die op een dans gelijkt,
zo losjes houden zij elkander
bij de hand en bij
de smalle leest.

Dit is de tijd die blijft,
omdat er niets beweegt.

Eijkelboom-Schnorrvoncarolsfeld
Ludwig Schnorr von Carolsfeld 'Erlkoenig' 1834

De dichter Jan Eijkelboom zag een reproduktie van een schilderij waarop een Jongen en een meisje zich van een rots af storten. Over de rand van de rots grommen een paar honden, en er staat een ridder te paard met getrokken zwaard. Eijkelboom werd, zonder enige twijfel getuige zijn gedicht 'Schilderij, Duits, 19de eeuw', getroffen door het merkwaardige feit dat de twee gelieven zo onbeweeglijk vallen. Ze vallen wel maar ze vallen ook niet, want hun val is stilgelegd door de schilder. Uit schilderijen is de tijd verdwenen, die twee daar vallen eeuwig. Deze thematiek sluit aan bij Eijkelbooms andere gedichten, vandaar dat het hem trof en hij op dit schilderij, dat van Schnorr von Carolsfeld blijkt te zijn, een gedicht ging maken.