Engelman-Rembrandt
Rembrandt van Rijn 'Lezende Titus' ca. 1657

Lezende Titus

Jan Engelman


De zoon, zo dierbaar, die hem alles deed vergeten,
is op een blanken morgen voor zijn vaer gezeten,
wanend zich onbespied, terwijl hij lachend leest
- aandachtige ogen onder licht-geheven brauwen,
de mond zacht open – in een boek vol geest.
Zie, sierlijk als bij eedle vrouwen
stoomt heel zijn gouden haar met ronde krullen af
en de baret is niet op 't hoofd, zij wil omzweven,
half bij den nek, half tot een donker aureool,
den jongeling, die – zo kort aan 't bitter graf -
verkeert met de gedroomde volheid van het leven.

De  vader zag het aan, zijn moede hand ging trillen,
want hij wist veel te goed, dat niet te leven willen
het leven geeft, maar dat de geest almachtig leven breekt
en schept naar een verborgen wet, op ieder uur.
Hij heeft aan mensen nimmer blijvend kunnen hechten.
Bedriegers, snel verradend, of den langen duur
uitkiezend voor hun spel en zinneloze vechten,
maken den kostprijs hoog, bij armelijk profijt.
Slechts deze zoon, in lust niet, maar in smart gewonnen,
verweesd, gekoesterd door d'aanhankelijke meid
die soms het leger deelt en 't huis gedwee bestiert
des sombren mans, bracht aan de diepe bronnen
der aardsheid wie zo hoog de dromen viert.

Jonkvrouwlijk is de knaap, zijn oogleên liggen neder
als duiven in het nest, de handen gaan tè teder,
die leest is niet meer van een kind dat blijft.
En Rembrandt stroomt zo vol van al de zachte krachten,
dat zijn penseel de ruige plank beschrijft
als had hij nimmer in de dagen en de nachten
het zware lot vervloekt, de angst die hem doorkliefde
waar hij die broosheid zag en Doods vermanend wenken.
Nu moet hij zelf het allertederst' schenken:
het vlees verkeert in geest, de verf is vaderliefde.

Rembrandt van Rijn
Leiden 1606 - 1669 Amsterdam
Lezende Titus ca. 1657
Olieverf op doek 64 x 70,5 cm

Titus richtte na het faillissement van zijn vader in 1656 samen met Hendrickje een firma op die de verkoop van Rembrandts schilderijen mogelijk moet maken. De kunsthandel verschafte Rembrandt materiaal en Rembrandt leverde zijn schilderijen aan de firma ter verkoop.
Engelman beeldt Titus af op het moment dat deze voor zijn vader poseert zonder zich daarvan bewust te zijn. Met 'd'aanhankelijke meid'zal hij wel Hendrickje Stoffels bedoeld hebben, die omstreeks 1649 de zorg voor Rembrandts huishouden op zich genomen had. Evenals Boutens  veronderstelt hij een bijzondere relatie tussen vader en zoon en heeft hij veel oog voor de verfijnde, vrouwelijke trekken in Titus' karakter. Titus overleed al op 26 jarige leeftijd in 1668; ook op die vroege dood maakt Engelsman een toespeling.

Engelman-Rembrandt

Engelman-Rembrandt

Engelman-Rembrandt

Engelman-Rembrandt

Engelman-Rembrandt

zie ook: 
Rembrandt - Aafjes,
Rembrandt - Baeke, Rembrandt - Balkt, Rembrandt - Barnas, Rembrandt - Bernlef, Rembrandt - Boeken, Rembrandt - Brabander, Rembrandt - Brassinga, Rembrandt - Bruinja, Rembrandt - Claus,
Rembrandt - Decker, Rembrandt - Emmens, Rembrandt - Enquist, Rembrandt - Gerhardt, Rembrandt - Gerlach, Rembrandt - Harmens, Rembrandt - Herzberg, Rembrandt - Hofman, Rembrandt - Kemp, Rembrandt - Knibbe, Rembrandt - Kopland, Rembrandt - Meekers,Rembrandt - Menkveld, Rembrandt - Moeyaert, Rembrandt - Schiferli,Rembrandt - Schulte-Nordholt, Rembrandt - Soepboer, Rembrandt - Spinoy, Rembrandt - Tentije,
Rembrandt - Vestdijk, Rembrandt - Vestdijk02,
Rembrandt - Vestdijk03 Rembrandt - Wissen.

Gedichtencyclus Rembrandt en de Engelen