Enquist-Rembrandt


Rembrandt en Saskia

Anna Enquist

Hij schildert in het huwelijksjaar
zijn vrouw, hij schildert wat met haar
verloren gaat achter het zoete kinspek,
de verlegen lippen en het roze oor.

Hij schildert haarslierten en parels,
glazen oorhanger die hem een middag
neemt. Doorzichtigheid wekt razernij;
hij schildert maar wat schildert hij?

Niet hoe zij was maar wat zij dacht,
wat zij achter de ezel zag, wat zij
vertelde met die blik - toegangsbiljet
tot doffe rouw: een zelfportret.

zie ook: 
Rembrandt - Aafjes,
Rembrandt - Baeke, Rembrandt - Balkt, Rembrandt - Barnas, Rembrandt - Bernlef, Rembrandt - Boeken, Rembrandt - Brabander, Rembrandt - Brassinga, Rembrandt - Bruinja, Rembrandt - Claus,
Rembrandt - Decker, Rembrandt - Emmens, Rembrandt - Enquist, Rembrandt - Gerhardt, Rembrandt - Gerlach, Rembrandt - Harmens, Rembrandt - Herzberg, Rembrandt - Hofman, Rembrandt - Kemp, Rembrandt - Knibbe, Rembrandt - Kopland, Rembrandt - Meekers,Rembrandt - Menkveld, Rembrandt - Moeyaert, Rembrandt - Schiferli,Rembrandt - Schulte-Nordholt, Rembrandt - Soepboer, Rembrandt - Spinoy, Rembrandt - Tentije,
Rembrandt - Vestdijk, Rembrandt - Vestdijk02,
Rembrandt - Vestdijk03 Rembrandt - Wissen.

Gedichtencyclus Rembrandt en de Engelen