Rembrandt van Rijn 'Rembrandt en Saskia in de gelijkenis van de Verloren Zoon' ca. 1637

Rembrandt en Saskia

Eddy Evenhuis

Dit was nu Saskia, in goudbrocaat,
in hermelijn, met parels in de ooren.
Wie let op geld: wie hoog blaast van den toren
begroet het schóónst den gouden dageraad.

Hef dus de fluit met wijn, maar laat
de linkerhand aan Saskia behooren.
De rechter dient om 't leven aan te boren,
de rechter schildert haar, trotsch en kordaat.

Althans zoo schijnt ze in haar gouden pronk,
maar ieder raadt het: na een vluggen dronk
tinkelt haar lach als 't stooten van kristal.

Schildert hij haar met koelheid die niet wijkt,
opdat de zege elk nog grootscher lijkt:
dit nu is Saskia, mijn half heelal?

Rembrandt van Rijn
Leiden 1606 - 1669 Amsterdam
Rembrandt en Saskia in de gelijkenis van de Verloren Zoon
Olieverf op doek, 161 x 131 cm, ca. 1637

Rembrandt van Rijn
Leiden 1606 - 1669 Amsterdam

Rembrandt werkte gedurende zijn eerste jaren in Leiden doorgaans op panelen van klein formaat in een zeer precieze schilderstijl, maar ging na zijn verhuizing naar Amsterdam in 1632 werken op doeken van veel groter formaat. Hij was in Amsterdam aanvankelijk werkzaam als portretschilder, maar schilderde na verloop van tijd ook religieuze en historische voorstellingen, taferelen uit het dagelijks leven en een aantal landschappen. In alle gevallen probeerde hij in zijn schilderijen actie en drama tweeg te brengen. Rembrandt schilderde tientallen zelfportretten en maakte ook een groot aantal tekeningen en etsen.
Hij kende veel tegenslagen in zijn persoonlijk leven, die door biografen soms breed worden uitgemeten: de dood van zijn vrouw Saskia op jonge leeftijd en van een aantal kinderen, zijn faillissement in 1656 en de daaropvolgende verkoop van zijn bezit.

Dit schilderij heeft lang bekend gestaan als een zelfportret van Rembrandt en zijn jonge vrouw Saskia, maar wordt tegenwoordig algemeen beschouwd als een uitbeelding van de gelijkenis van de Verloren Zoon, die in een bordeel zijn erfdeel er doorheen jaagt. Of Rembrandt inderdaad zichzelf en zijn vrouw als model voor het schilderij heeft gebruikt, is moeilijk met zekerheid vast te stellen.
Als J. Huizinga in Nederland's beschaving in de zeventiende eeuw (1941) spreekt over de grenzen van Rembrandts genie, noemt hij onder meer deze Rembrandt en Saskia met hun bijna 'plompe zwier'

 als voorbeeld van een schilderij waarop 'die fantaziefiguren zweven op een grens tussen het verhevene en het banale, waarvoor men de echte Hollandse werkelijkheid liever zou hebben gehad.'
Zowel Evenhuis als Vestdijk en Claus beschouwen het schilderij als een zelfportret van Rembrandt met Saskia. Evenhuis veronderstelt, dat Rembrandt zijn model met opzet als 'trotsch en kordaat' en koel heeft afgeschilderd - wat ze niet is -, opdat de kijker bewondering heeft voor diens veroveringskunsten.

Evenhuis-Rembrandt


Rembrandt van Rijn 'De verloren zoon' tekening