Fondse-Gogh

Vincent van Gogh 'Zelfportret'

Brief naar Elysium

Marko Fondse

 

à Monsieur Vincent

Please forward

post-impressionism
When cold weather made its first big
entrance into the city this month, we
braced ourselves for the inevitable: no
more sunflowers. Even before the last
brown, almost petalless Raggedy Ann faces began
to disappear from outside Krean grocery stores,
and before most of this season’s bumper crop of life-
affirming sunflower-splashed shirts, swimming
trunks, and boxer shorts were pushed aside in
closets and drawers, we had decided that 1989
would surely be remembered as the year the sun-
flowers came to town. Not since the nineteenth-
century Arts and Crafts movement have sunflowers
been thought to suitable for citified décors. We
know that a handful of people with business ties
in Milan plan our style menu for us about two
years in advance. But did someone tip off the
farmers and grocers? Could it really have been
the van Gogh?
‘Forty million for Vincent’s sun-
flowers?
Let’s give them the real thing!’ This sort
of reasoning makes you wonder if nature will soon
be mistaken for culture, if flowers are actually
destined to become the last affordable signifiers
of art. Spring, 1990: Lily pads to go?

The New Yorker, 23 oktober 1989

La tristesse durera toujours

Vincent van Gogh, 1890

 

Van kinderen hoor je wel dat ze Sint Nikolaas
of God aanschrijven. Iéts moet er tenslotte wezen
buiten de fysica. Hein enig opperbaas?
’t Wil er niet in. Dus naar Elysium gaat deze.

’t Is denkelijk de allereerste in zijn soort,
waarmee de ptt wel weer geen weg zal weten.
maar ik weet voor uw schim zo gauw geen ander oord
waar fijner kost dan vet en bintjes wordt gegeten.

À propos bintjes: maak om uw aardappeleneters
u maar geen kopzorg meer; hun nakroost zit in ’t kot
voor kunstroof. En daartoe viel de amateurs niets beters
in dan ’t gelijknamig doek, de esthetiek ten spot.

Arm – wist u dat? – is thans alleen de pauper nog
die geen privé-jet heeft voor zins persoons verplaatsing
en ’t aan de wand moet doen zonder Vincent van Gogh.
Uw zuigkracht is zo sterk, dat die zich niet in naasting.

Rep. Roer. De lange arm. Zelfs Lordships Elgins marmer
wekte zo’n deining niet. Het soortelijk gewicht
van linnen en wat verf, wettigt dat zo’n alarm? D’r
valt wat van te leren, vast, over ons tijdsgewricht.

’t Heeft veel van kerkroof weg, gezien úw evangelie …
(Vreemd, godsdienst in uw werk ontbreekt vrijwel totaal.)
’t Is net of, welbeschouwd, juist u met uw penseel die
moderne trias schiep van kunst kroeg kapitaal.

’t Godganse komend jaar herdenkt ons naamziek tij
uw kapitale naam als één Van Gogh-Vennootschap.
Eer en profijt (zelfs ’t mijn) marcheren zij aan zij
en aan uw boodschap, kom, hebben wij echt geen boodschap.

Waarom ook? ’t Gaat om Kunst, of het u zint of niet.
En Kunst alleen nog redt – ’t zijn Guépins eigen woorden.
Nochtans – hoe groter kunst, hoe groter het debiet.
En krijgen zál men u, als ’t moet door roof, of moorden.

Ergens op de planeet verblijft een rijke drommel.
Van goud is zijn closet, van platina de bril.
Maar wat betaalbaar is blijkt na de aanschaf rommel.
De beurs zakt in of rijst al naar zijn luim het wil

als oliebolbeslag. Hoe ook uw prijs mocht stijgen,
zijn bod was altijd troef. Maar Sotheby komt eerst
(zoals Goupil te laat). Die markt is hem niet ‘eigen’,
de veiling geen domein dat de man zélf beheerst.

Begrijp zijn nood. Van Gogh (Vincent …) met ieder delen
in ’t Molochshol der kunst, ’t Mouseion der polloi
- ik kan de velen ook niet altijd om me velen -
is en blijft kunstgenot van sterk verdund allooi.

En dan – die zalen vol, die turven in het veen …
Multum, non multa, máár – dan wel in eigen hoekje,
bij eigen kluis en haard, ’t genie voor jou alleen
middels één aan ’t gemeen door roof onttrokken doekje.

Wat drijft zo’n man tot u, mijnheer, die voor zijn soort
nooit één streek heeft gezet? Er is toch maar eentje
die nooit bij ’t hoog geslacht der zwanen heeft behoord,
u, lelijk tot op ’t end, eens eendje altijd eendje,

aan wie ’t barmhartig dolhuis zelfs geen glimmer hoop bood.
Simili-Jezus van de aarde en haar pijn,
geloof me, als men ooit dat oor van u te koop bood,
’t zou hoger scoren dan die zweetdoek uit Turijn.

Sinds ik mijn brief begon zijn hart en hoofd een hel
van vraag en kwel, van horend niet-verstaan, tot
de simpele waarheid doorbrak dat het oude spel
van vraag en antwoord werd tot spel van vraag en aanbod.

‘k Heb het maar zwaar met u, die me toch leerde kijken.
Een waas van ergernis om uw ongunstig lot
belemmert vaak het zicht. Kon ik mijn oog herijken!
U los van leed weer zien, puur om het kunstgenot.

Maar hoe ver kwam ik dan? Wie schoonheidszin vooropstelt
trekt bij veel van uw werk vaak aan het kortste end.
Die ouwe trappers van u doen dan wel zwaar opgeld,
maar geen snob trekt ze aan, zelfs niet signé Vincent.

‘k Zocht schoonheid, maar bij u, als bij geen tweede schilder,
is ’t wandje tussen schoon en lelijk op zijn dunst.
Die schoenen! En dat naakt! Uw os, rijp voor de vilder,
verheft het hart maar schaars, al is ’t dus grote kunst.

Steeds als ik aan de doem van ’t aardse wil ontkomen
- op vlucht naar hoger sfeer – treedt u me in de weg,
net als die Rus van mijn, ook al geen vriend van dromen,
ook zo’n suïcidaal, ’t is zonde dat ik ’t zeg,

maar ’t zonnetje in huis, bij u dan vergeleken.
Hoe soms uw verf ook straalt, geen glimlach kan er af
of hij wordt tot grimas van pijn onder uw streken.
Misschien had u gelijk, gelach klinkt zo vaak laf.

U, slachtoffer van wat, gekte of kunst als doem,
wat delgde u tenslotte met dat schot in ’t koren?
Miskenning? Schuld? Of angst voor uw ophanden roem?
Zou het u ooit gelukt zijn om erbij te horen?

Zinledig nu die vraag. Van Nuenen tot Mombassa
bent u geannexeerd als Vèngogh en Vincent,
een toets van kleur in ’t grauw bestaan der grauwe massa.
Het zou niet anders zijn was uw naam Onbekend.



ps

Dit moest eruit opdat mijn ogen weer genazen,
ziend hoe de hemel groen moet zijn en blauw het gras
aleer verf laait en dwingt de aarde tot extase.
En dat beklijft, als al wat is eer het er was.

Hydra, 31 december 1989               Marko Fondse

Fondse-Gogh  Fondse-Gogh  Fondse-Gogh  Vincent van Gogh 'Zelfportret'

Hier kunt u terug naar de overzichtspagina van de bundel 'Ommuurd veld'