Gerhardt-Rembrandt
Rembrandt van Rijn 'Christus verschijnt aan Maria Magdalena' 1638

Christus als hovenier
Zij dacht dat het de hovenier was. Joh. 20 : 15

Ida Gerhardt

Eén Rembrandt kende als kind ik goed:
de Christus met de grote hoed
wandelend in de ochtendstond.
En, naar erbij geschreven stond:
Hij was een hovenier.

En nòg laat ik mijn tranen gaan
als in de gaarde ik Hem zie staan,
en – wat terzijde – in stille schrik
die éne, die dacht als ik:
Het was de hovenier.

O kinderdroom van groen en goud –
géén die ontnam wat ik behoud.
De laatste hoven naderen schier
en ijler wordt de ochtend hier.

Hij is de hovenier.

Gerhardt-Rembrandt

Rembrandt van Rijn
Leiden 1606 - 1669 Amsterdam
Christus verschijnt aan Maria Magdalena
Olieverf op doek, 51,5 x 50 cm, ca. 1638

Rembrandt van Rijn
Leiden 1606 - 1669 Amsterdam

Rembrandt werkte gedurende zijn eerste jaren in Leiden doorgaans op panelen van klein formaat in een zeer precieze schilderstijl, maar ging na zijn verhuizing naar Amsterdam in 1632 werken op doeken van veel groter formaat. Hij was in Amsterdam aanvankelijk werkzaam als portretschilder, maar schilderde na verloop van tijd ook religieuze en historische voorstellingen, taferelen uit het dagelijks leven en een aantal landschappen. In alle gevallen probeerde hij in zijn schilderijen actie en drama tweeg te brengen. Rembrandt schilderde tientallen zelfportretten en maakte ook een groot aantal tekeningen en etsen.
Hij kende veel tegenslagen in zijn persoonlijk leven, die door biografen soms breed worden uitgemeten: de dood van zijn vrouw Saskia op jonge leeftijd en van een aantal kinderen, zijn faillissement in 1656 en de daaropvolgende verkoop van zijn bezit.

Rembrandt verbeeldt hier de eerste verschijning van Christus na zijn opstanding: aan Maria Magdalena. Zij was 's morgens vroeg het graf gaan bezoeken, vond het leeg, bewaakt door twee engelen, en vroeg aan een man in de buurt, die ze voor de tuinman hield, of hij het lichaam soms had weggedragen. Toen hij haar naam uitsprak, Maria, begreep ze, dat het de verrezen Christus was (Johannes 20 vs. 11-18). Rembrandt geeft hier het ogenblik weer dat Maria Magdalena zich in de Hof van Jozef van Arimathea afwendt van de engelen en zich richt tot de hovenier, herkenbaar aan een grote tuinmanshoed en een spade in de hand.
Bij Ida Gerhardt is het schilderij een 'kinderdroom van groen en goud'; ze zal het in het ouderlijk huis als reproduktie vaak gezien hebben. Men lette op de gevarieerde laatste regel van de strofes, waarin de verhouding van de 'ik' in de verschillende stadia van haar leven tot de hovenier/Christus heel subtiel tot uitdrukking komt.

zie ook: 
Rembrandt - Aafjes,
Rembrandt - Baeke, Rembrandt - Balkt, Rembrandt - Barnas, Rembrandt - Bernlef, Rembrandt - Boeken, Rembrandt - Brabander, Rembrandt - Brassinga, Rembrandt - Bruinja, Rembrandt - Claus,
Rembrandt - Decker, Rembrandt - Emmens, Rembrandt - Enquist, Rembrandt - Gerhardt, Rembrandt - Gerlach, Rembrandt - Harmens, Rembrandt - Herzberg, Rembrandt - Hofman, Rembrandt - Kemp, Rembrandt - Knibbe, Rembrandt - Kopland, Rembrandt - Meekers,Rembrandt - Menkveld, Rembrandt - Moeyaert, Rembrandt - Schiferli,Rembrandt - Schulte-Nordholt, Rembrandt - Soepboer, Rembrandt - Spinoy, Rembrandt - Tentije,
Rembrandt - Vestdijk, Rembrandt - Vestdijk02,
Rembrandt - Vestdijk03 Rembrandt - Wissen.

Gedichtencyclus Rembrandt en de Engelen