Gerlach-Ruisdael

Jacob van Ruisdael:
De ruïne van het Huis Kostverloren aan de Amstel

Eva Gerlach

Zij zijn gaan zwemmen, in hun vel nog geen
teken van dood. Een drijft, omhooggestuwd,
achter zijn kop aan op zijn rug, zijn knieën steken
knobbelig door het oppervlak waar nu
een bord toegang verbiedt op straffe van.

Hij op de fundamenten met zijn kleine
blote lichaampje recht, donkere flanken,

zij zijn gaan zwemmen, hij daar wacht met zijn
handen voor zich over zijn geslacht. Zij lachen, spatten
water naar hem omhoog tot in de bomen:
voor alles langs het droge water dat
glinstert in het vernis, twee stappen dichter –
bij of achteruit verdwenen is.

Gewoon de Amstel, het Kalfje verderop.
Koffie, daar blijven zitten. Discipline;
als je je best doet, is er niets te zien.