Haren-Rembrandt
Rembrandt van Rijn 'Zelfportret starend met open mond'

Zelfportret met open mond

Elma van Haren

Van zich in het pigment wentelende verfworm
tot hoogverheven duizend kleurige schilderspoot
die van stof, dwarrelend in een straal zonlicht,
stofgoud maken zal op zodanige wijze,
   dat de kijker denkt al zijn zakken te vullen,
terwijl hij de zak van de maker spekt
met één hebberige hijg:
wat is de prijs?
Dat tekent de meester.

Ik veeg er mijn kloten aan af!
De balans slaat door als je werkelijk kijkt,
dat weet ik al vanaf de tijd, dat mijn vader
mijn neus van mijn gezicht pakte en omhoog hield
tussen middel- en wijsvinger:

Donderkop, nu heb ik je bij de neus!

Hier is mijn neusknoppositie bloedserieus.
Als ik er aan draai, schuift het gordijn uit de coulissen,
open en neer, het voordeel van handig poppenspel.
Als de meester niet kijkt, maak ik snel
een stap naar voor eigen rekening in zijn tijd.
Stouw lekker vol. Lepel het in.
Stamp aan en zucht een pak van
het verzadigde hart.

Maar toch...
Toen ik op een avond tegen een spiegel liep
zag ik de schrik van een jongen.
Een melkmuilen Katrijn, een slappe Jan Klaas
en dwong ik mij met de vuist op tafel
ferme tekentaal te spreken.
Het bruine en zwarte houtskool te breken
in de val van een krul,
de knop van de neus,
het vlees van de wang.
Het wonder van de mond open,
toen ik het groeien voelde;
deze tot in de vingertoppen volmaakte beheersing
in het krassen van krijt
door een knaap.

uit: 'Door de hand van Rembrandt'
Uitgeverij Hoenderbossche Verzen,  Uden 2006


Haren-Rembrandt
Rembrandt van Rijn 'Zelfportret op jeugdige leeftijd'