Hauwermeiren-Rembrandt
Rembrandt van Rijn 'Hendrickje Stoffels' 1650

Dichter bij Hendrickje

Rita Van Hauwermeiren

Terwijl je zwijgend in de houten tobbe roert,
mijn hemd bewerkt met zeep en borsteltaal
schets ik jouw lijnen in een nieuw verhaal.

Je daagt me uit. Het roert in mij. In dit
duister van zinnen schijnt een ondraaglijk
licht - ik wil je dicht

bij mij. Niet langer dan het wasgoed houd jij
me aan de lijn. Ik strijk je neer op het canvas
van mijn zijn. Met elke losse lik kom ik wat

dichter bij het licht. Je tilt me op uit duisternis.
Terwijl ik jou in doeken leg, voorzichtig streel met
goudpenseel was jij de leegte uit mijn blik.

Elk kind dat mij ontvallen is kijkt mij weer aan.

Met dit penseel vang ik dan gretig
jouw gevulde lippen en je donker haar.
Een helder licht is nu op ons gericht.

In deze warme armen blijf ik gaarne hangen.
Met elke zoete traan wordt weer een wond gedicht.
En als ik later sterven moet - heel desolaat -

kom dan en streel mijn witgewassen vingers
mijn goud geworden haar.

uit: 'Door de hand van Rembrandt'
Uitgeverij Hoenderbossche Verzen,  Uden 2006


Hauwermeiren-Rembrandt
Rembrandt van Rijn 'Hendrickje Stoffels'