Paul Cézanne 'La Montagne Sainte-Victoire vue des Lauves' 1904-1906

Drie appels en een berg

Stefan Hertmans

Le principal dans un tableau c'est la distance.
Paul Cézanne

1

Drie appels en een berg -
genoeg om jaren stil te zitten
en te zoeken naar die ene juiste blik.
De maan is vol boven de Sainte-Victoire,
ook in de nacht nog een
gloeiende rotsmassa, verschroeid en
brandend op de zuidflank.

Aan een vriend schreef hij, na de laatste
van zowat vijftig pogingen: Ik ben
te oud en te ziek om dit te kunnen.
Aan Ambroise Vollard:
Ik heb een beetje vooruitgang geboekt.
Waarom zo laat en zo moeilijk?

De schilder is een wandelaar.
Een hete weg ligt in zijn ogen opgerold
en slaapt er als een slang.

Middaghitte, avond van een leven.
verblinding door te veel aan licht.

In Aix lag schaduw op de Cours Mirabeau,
onder de grote platanen had ooit
het verlichte despootje naar
vers fruit gegrepen – toen nog zeer rond
en zich van geen kwaad bewust.

Koelte in gerechtshof en oude lokalen.
De voetstap van de schilder werd bewaard.
Het atelier ligt verderop verborgen
in een dichtgekeken tuin.

Maar pas tegen die hoge muur
van verre ondoorzichtigheid
kregen de dingen vorm en werd
het grijs de kleur der kleuren.

Een kruis staat ongenaakbaar in
een lucht van smeltend lood.
Je moet een berg beklimmen
met niets anders dan je ogen
en de weg is vol onooglijkheid.

Bellevue, Beauregard, Vauvenargues.
Een molen en een slapend dorp.
Een wasplaats uit de tijd
van de Romeinen.


2

Penselen zwijgen in een hete stilte,
zelfs als de kleuren schreeuwen in de zon.
Hij wist wat afstand was.
Ging in lichamen, appels binnen
om beter te horen wat die berg hem zei.
Hij ligt er blakend in facetten bij,
onthult zich niet voor de bezoeker
en fluistert met de zwarte uilen
in je oren 's nachts.
Je kunt er zittend leven,
kinderen groeien overal vanzelf wel op,
water vloeit altijd naar een bron.
Maar al die stukgedachte vormen
in zijn hoofd: hoe bracht hij ze zo
handig samen dat ik ze in een droom
herken als iets wat ooit van mij was
en van jou, van iedereen die weet
wat warmte, stilte van een tijdeloze
middag in het zuiden is?

hij knijpt insectendodo op het terras,
drinkt niet te veel absint en
praat in stilte met het water.
Hij laat de avond in zichzelf verzinken.


3

Een drop heeft soms veel stemmen;
het blad begint nog maar te
zwijgen in zijn hand.
Berg, hoe kan ik je overwinnen als
de appels en ajuinen bij het raam?
Hoe van je eten, die me
weer van je wanden stoot,
terug mijn eigen ogen in,
die ik steeds meer geloof?

Rilke liep in de zomers van
dit landschap rond, maar zag
eerst op de herfstsalon
waarheen de wegen liepen.

Nooit heeft een schilder zo
getoond dat kleuren het werk
zelf willen doen, dat je ze
vrij moet laten. Want ooit
begrijpen ze elkaar.

Dat was negentien zeven.
De berg lag gloeiend in zijn stenen wand,
schroefde zichzelf de wereld in,
zijn ogen in, een vreemd bewustzijn in.


Paul Cezanne 'La montagne saint victoire vue des Lauves' 1904 6