Hess-Soutter
Louis Soutter 'Souplesse' 1939

Louis Soutter

Hermann Hess

Fraaie nauwkeurige schilderijen maken,
Fraaie sonates onberispelijk spelen,
Frühlings- en Kreutzersonate
Leerde ik lang geleden en ik was jong,
Liep in de grenzeloze lichte wereld,
Was jong, werd geprezen, was geliefd ...
Maar op een dag keek de dood
Mij lachend met kale kaken aan
Door het raam, en mijn hart
Verstijfde in mijn lijf, verstijfde mij,
Verstijft mij nog steeds. Ik ijlde,
Doolde heen, doolde weer.
Maar zij namen mij gevangen, sloten mij op,
Jaar na jaar. Door mijn raam
Vanachter de tralies staart hij mij aan,
Staart en lacht. Hij kent mij. Hij weet.

Mannen schilder ik vaak op ruw papier,
Ik schilder vrouwen, schilder Jezus Christus,
Adam en Eva, Golgotha,
Niet nauwkeurig, niet fraai, maar precies
Schilder ik met inkt en bloed, schilder waarheidsgetrouw.
Waarheid is verschrikkelijk.
Ik echter vul mijn blad streepje na streepje,
Losser, dichter, grijs, zilverkleurig, zwart,
Laat de meute hiërogliefen
Wollig woekeren als mos,
Kletteren als droge hagel, in elkaar grijpen als vissengeraamten.
Sluier grijze netten uit lijnendunte, spinnenweb,
Wind in gras, vlechtwerk van wortels, kalligrafie,
Kras laag na laag tienduizend streepjes,
Gladde, zwellende, haren te berge rijzende,
Vederachtig gevlamde, staande, wijkende,
Spaar uit hun gerimpel een sneeuwwit lijf,
Duw Jezus op de grond
Met de last van een kruis. Vogelgefladder
Spookt door een dromenbosje, vlokkige bloemen
Lachen droevig uit verflenst kruid.
Soms vergeet ik,
Soms verban ik de angst,
Soms hoor ik uit de verte
Van donkere jaren, van vele jaren, muziek,
Kreutzersonate ... Maar aan het raam,
Weet ik achter mijn rug
Die andere staan en lachen.
Hij kent mij. Hij weet.

 

Louis Sotter (1871 -1941, Zwitserland):
Studeert wetenschappen, architectuur,
muziek en tenslotte schilderkunst. Hij was de lievelingsleerling van Eugène Ysaye en wordt, na successen in de V.S., eerste viool in het Symfonisch Orkest van her Théâtre de Genève. Gedragsstoornissen maken een eind aan zijn carrière als violist. Hij begint te tekenen en te schilderen waarbij hij een bijzondere aandacht voor kostuums aan de dag legt. In 1923 wordt hij op vraag van zijn familie geïnterneerd in een psychiatrische instelling waar hij tot op het eind van zijn leven opgesloten blijft. Verwoed maakt hij er pentekeningen op blaadjes uit schoolschriften. Vanaf 1937 schilden hij vooral met zijn duim. Zijn figuren zijn vaak zwart, mager, langgerekt, stuipachtig, als schaduwen ronddolend met verstrengelde lichamen, opengesperde monden en een verkrampte glimlach.

Hess-Soutter


Louis Soutter 'Il est sanglant Bon pere'

Louis Soutter

Hermann Hess

Schone korrekte Bilder malen,

Schone Sonaten tadellos geigen,
Frühlings- und Kreutzersonate
Lernt ich einst und war jung,
Lief in die offene lichte Welt,
War jung, wurde gelobt, wurde geliebt ...
Aber einmal sah mir durchs Fenster
Lachend mit kahlen. Kiefern
Der Tod herein, und das Herz
Fror mir irn Leibe,fror mir;
Friert mir noch heut. Ieh floh,
lrrte hin, irrte her.
Aber siefingen mich, sperrten mich ein,
Jahr um Jahr. Durch mein Fenster
Hinter dern Gitter glotzt er,
Glotzt und lacht.
Er kennt mich. Er weiss.

Männer mal ich oft auJ rauhes Papier,
Male Weibe, male den Jesus Christ,
Adam und Eva, Golgatha,
Nicht korrekt, nicht schön, sondern richtig
Mal ich rnit Tinte und Blut, male wahr.
Wahrheit ist schrecklich.
Aber ich decke mein Blatt mit Strich an Strich,
Loser, dichter, grau, silbern, schwarz,
Lasse die Züge der Hieroglyphen
Wollig wuchern wie Moos,
Prasseln wie trockner Hagel, kammen. wie Fischgeripp,
Schleiere graue Netze aus Liniendünn, Spinnweb,
Wind
im Gras, Wurzelgeflecht,Kalligraphie,
Kratze Lage um Lage zehntausend Striche,
Glatte, schwellende, haaresträubende,
Fedrig geflammte, stehende,fliehende,
Spare aus ihrem. Gekräusel schneeweissen Leib,
Drücke den Jesus zu Boden
Mit Kreuzes Last. Vogelgeflatter.
Geistert durch. Traumgehölz, flockige Blumen
Lachen traurig aus welkem Gekräut.
Manchmal vergess ich,
Manchmal bann ich die Angst,
Manchmal hör ich aus Fernen
Dunkier Jahre, vieler Jahre, Musik,
Kreutzersonate ... Aber am Fenster
Weiss ich, in meinem Rücken,
Jenen stehen und lachen.
Er kennt mich, Er weiss.

 

Hess-Soutter


Louis Soutter 'Le culte' - oil and indian ink on paper -

Louis Soutter
Zwitsers schilder en tekenaar, geboren 4 juni 1871 in Morges, gestorven 20 februari 1942 in Ballaigues.
Louis Soutter, neef van de architect Le Corbusier, werd door Jean Dubuffet gerekend tot een belangrijke vertegenwoordiger van de art brut, tegenwoordig behoort hij tot de art moderne. Zijn werken behandelen thema's uit de mythologie en de bijbel, het theater en het feest, de natuur en architectuur.
Zijn eigenzinnige psychografische tekenkunst kwam tot volle bloei tijdens een verblijf in een ziekenhuis en bereikte zijn hoogtepunt in zijn vingerschilderijen, die grote invloed hadden op kunstenaars als Jean Dubuffet, Arnulf Rainer en A.R. Penck.

Biografie
Louis-Adolphe Soutter wordt op 4 juni 1871 geboren in Morges aan het meer van Genève. Zijn vader is apotheker en zijn moeder, een muzikale vrouw, is de oudtante van Charles Edouard Jeanneret de wereldberoemde architect 'Le Corbusier', die een groot begunstiger en vertrouweling van Louis Soutter wordt. Soutter krijgt als kind vioolonderricht.
Van 1888 tot 1890 studeert hij natuurwetenschappen en werktuigbouwkunde aan de universiteit van Lausanne, welke hij afbreekt om architectuur te gaan studeren in Genève bij de architect Louis Viollier en daarna bij een architect in Morges.
Hij breekt ook deze studie af en studeert van 1892-1894 aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel, waar hij leerling wordt van de violist en componist Eugène Ysaye. In Brussel heerst de art nouveau, in de muziek Les Vingt en in de literatuur, de poëzie, de filosofie, het theater en vooral in de beeldende kunst, het symbolisme.
De symbolistische schilderkunst was de uitbeelding van de innerlijke wereld, subjectief, geïnspireerd door de Europese mythologie, legenden, de verhalen over feeën en de bijbel.
Hij voltooit ook zijn muziekstudie niet en keert eind 1894 terug naar Zwitserland om teken- en schilderonderwijs te volgen. Eerst in Lausanne, dan in Genève in het atelier van Léon Gaud en tenslotte in Parijs in de ateliers van Jean-Paul Laurens en van Jean-Joseph Benjamin-Constant aan de Académie Colarossi.

In 1897 emigreert hij naar de V.S en vestigt zich in Colorado Springs, waar hij met Madge Fursman trouwt, een zangeres en leerling van Eugène Ysaye. In 1898 wordt Louis Soutter tot leider benoemd van de nieuw opgerichte kunstafdeling aan het Colorado College.

In 1903 volgt de scheiding van zijn vrouw en treedt hij terug uit zijn ambt aan het Colorado College. In datzelfde jaar verlaat hij de V.S., brengt een aantal maanden door in Parijs vooraleer hij terugkeert naar Morges. Hij is lichamelijk en psychisch zeer verzwakt.

In 1906 laat Soutter zich op aandringen van zijn oom dr. Jeanneret opnemen voor zijn gezondheid en zijn depressie in de Clinique Sonnenfels, in Spiez, in het kanton van Bern.

In 1907 wordt hij eerste violist in het Theaterorkest van Genève (later l'Orchestre de la Suisse romande), omdat hij de discipvan het orkest niet op kan brengen wordt hij herplaatst tot de tweede violen.

In 1908 wordt Soutter aangenomen door het Symfonieorkest van Lausanne. Hij valt op door zijn eigenaardige, bizarre gedrag.

In 1915 wordt hij violist in het orkest van Genève, maar hij kan zijn luxueuze levensstijl niet financieren en wordt daarom onder voogdij gesteld.
Als dandy-vagebond trekt hij door Zwitserland. In de jaren erna werkt hij in Morges in het ensemble van Loulou Schmidt, daarna in kleine orkesten van thés dansants of toeristenoorden.

In 1918 maakt hij deel uit van een ensemble dat onder meer in de tea room van een groot warenhuis in Lausanne interpretatie van aria's uit de grote opera's Carmen, Tosca en Aïda speelt.

In april 1919 maakt hij deel uit van het Duitse orkest Marquart, in de winter van 1919-1920 maakt hij deel uit van een kwartet in Gstaad. In de lente keert hij terug in het ensemble van Loulou Schmidt en in de winter 1921-1922 maakt hij deel uit van het orkest van het Parkhotel in Villars-sur-Ollon. In maart 1922 keert hij terug naar zijn geboorteplaats, waar hij blijft tot 1923.

In 1922 laat de familie Soutter hem enkele maanden opnemen in een psychiatrische kliniek (la Maison de santé d'Éclagnens) in een klein dorpje van Gros-de-Vaud.

In 1923 wordt Louis Soutter tenslotte door zijn voogd en zijn familie op zijn 52ste jaar in het gesticht van Ballaigues in een afgelegen dorp vlakbij Vallorbe in de Jura in het kanton Vaud. Hier blijft hij tegen zijn wil en diep ongelukkig tot het einde van zijn leven in een klimaat van christelijke moraliserende autoritaire zorg zonder enig begrip voor zijn kunst.
Hij onderneemt lange zwerftochten, vast en tekent. Hij tekent met krijt, veer en inkt of oostindische inkt, eerst in schoolschriften, later op grotere bladen. Soutter onderhoudt contacten met zijn neef Le Corbusier en met de kunstenaars Jean Giono, René Auberjonois, Marcel Poncet en de schrijver Charles-Ferdinand met wiens financiële hulp hij beter tekenpapier en inkt kan kopen.

Het jaar 1937 markeert een verandering in het oeuvre van Louis Soutter. Hij is 66 jaar en een oude man, oud minder in leeftijd dan in de slijtage van zijn lichaam door zijn bestaan in Balaigues, het gebrek aan eten dat hij zichzelf oplegt en zijn ascetisme. Hij veroudert nog meer door met zijn zwakke vermagerde en vermoeide lichaam lange wandelingen te maken in de Jura. Zijn gezicht is getekend door het ontbreken van tanden en zijn handen zijn misvormd door artrose. Vanaf 1937, omdat Soutter geen krijt of veer meer vast kan houden stopt hij met tekenen, maar om door te kunnen gaan met creëeren gaat hij zijn vingertoppen gebruiken, die hij rechtstreeks in de inkt of in de verf doopt. Een techniek die hij tot aan zijn dood in 1942 zal blijven gebruiken. In 1937 heeft hij een solotentoonstelling in galerie Paul Valloton in Lausanne en in 1939 een solotentoonstelling in de Weyhe Gallery in New York.

Na zijn dood exposeren talrijke musea en galeries zijn werk in Zwitserland, Duitsland, Oostenrijk, Italië, Frankrijk, Spanje, de V.S. en Japan en vele studies zijn aan hem gewijd.
Heinz Holliger, de Zwitserse hoboïst, componist en dirigent heeft in 2003 een vioolconcert Hommage à Louis Soutter aan hem gewijd. Het concert bestaat uit 4 delen Deuil, Obsession, Ombres en Épilogue.
In 2006 presenteert het Théâtre 2.21 in Lausanne Louis Soutter, délirium psychédélique van Henri-Charles Tauxe.

Hess-Soutter
Louis Soutter 'Souplesse' 1939