Hofman-Rembrandt

Bij de stenen brug

Wim Hofman

De boom, het pad, het huis, de wolkenlucht,
al die dingen waren hier, toen,
ze zijn hier nog, er is geen weg vooruit,
noch terug. Het licht overspoelt
de brug en de boom in het midden en alles
is anders dan we denken en alles is hetzelfde.

Mensen zijn veegjes verf, zij koken
gaar in eigen sop en roeren in de drab
die verf is, rauwe omber, zwarte gal,
ze hebben geen tijd, ze hebben niets
te willen, de wind steekt op en
houdt meteen de adem in, de lucht trekt trekt dicht,
geen einde komt aan het doodstille
gillen van de boom.
De boom staat perplex.
De boom is een explosie
van verbazing. Zoveel donker
dat om licht smeekt, licht
dat schreeuwt om duisternis,
het kan niet zonder. Hoe dieper
het donker, hoe feller het licht
en de tijd kent geen genade.

zie ook: 
Rembrandt - Aafjes,
Rembrandt - Baeke, Rembrandt - Balkt, Rembrandt - Barnas, Rembrandt - Bernlef, Rembrandt - Boeken, Rembrandt - Brabander, Rembrandt - Brassinga, Rembrandt - Bruinja, Rembrandt - Claus,
Rembrandt - Decker, Rembrandt - Emmens, Rembrandt - Enquist, Rembrandt - Gerhardt, Rembrandt - Gerlach, Rembrandt - Harmens, Rembrandt - Herzberg, Rembrandt - Hofman, Rembrandt - Kemp, Rembrandt - Knibbe, Rembrandt - Kopland, Rembrandt - Meekers,Rembrandt - Menkveld, Rembrandt - Moeyaert, Rembrandt - Schiferli,Rembrandt - Schulte-Nordholt, Rembrandt - Soepboer, Rembrandt - Spinoy, Rembrandt - Tentije,
Rembrandt - Vestdijk, Rembrandt - Vestdijk02,
Rembrandt - Vestdijk03 Rembrandt - Wissen.

Gedichtencyclus Rembrandt en de Engelen