Jellema-Potter
Paulus Potter 'De kettinghond' ca. 1650 – 54

De kettinghond

C.O. Jellema

Paulus Potter F. Zo heette de hond.
Die, scherp geprofileerd tegen geen blauwe
luchten, vergat een vorm van vlees te kauwen
- rauwer geverfd dan ’t glanzend hondebont,

zodat wij weten dat daar dood op stond -
alsof zijn ogen onbewaakt aanschouwen
dat overleven wet werd in de trouwe
dienst aan wie hem die voorwierp op de grond:

liefhebber, wie hij door zijn kunst van zien
een heimwee stilde met dal, stad, rivier;
alsof het hem niet aangaat, hij nadien,

schoonheid uitzicht waarvoor hij niet bezwijkt,
licht uit, voorbij ’t penseel, weer als een dier
gulzig verslindt waar hij straks zelf op lijkt.

Paulus Potter
Enkhuizen 1625 – 1654 Amsterdam
De kettinghond
Olieverf op doek, 96,5 x 132 cm. ca. 1650 – 54
Hermitage, Leningrad

Potter ontving zijn opleiding waarschijnlijk in Amsterdam van zijn vader Pieter Potter, een stilleven- en landschapschilder. Hij werkte daarna achtereenvolgens in Delft, Den Haag en Amsterdam. Hij was gespecialiseerd in uiterst gedetailleerde voorstellingen van dieren in een landschap. Bij zijn vroege dood op 28-jarige leeftijd had hij reeds een omvangrijk oeuvre gecreëerd.
De hond is een wolfshond, een in Nederland destijds zelden voorkomend ras. Daarom heeft men wel aangenomen dat deze hond uit Rusland meegenomen zou zijn. Typerend voor Potter is de combinatie van een levensgroot beest met een verfijnd weergegeven landschap.
De ‘f’ na de signatuur van Paulus Potter, een afkorting van ‘fecit’, Latijn voor ‘heeft het gemaakt’,l is een vrij veel gebruikte toevoeging bij signaturen. Potter heeft de signatuur aangebracht op het hondenhok. Dat brengt Jellema op de gedachte om, direct in het eerste vers al, met voorbijzien van de betekenis van de ‘f’ de hond de naam van de schilder mee te geven. Lees je het gedicht zonder de afbeelding van het schilderij er bij, dan is niet duidelijk waarom de hond Potter heet. Deze identificatie schilder – hond komt in dit derde en laatste gedicht uit de reeks ‘Hermitage’ in de laatste twee strofen terug. ‘Waar hij straks zelf op lijkt’ in het laatste vers is dat bot links op het schilderij.
Deze kleine sonnettenreeks getiteld ‘Hermitage’ bestaat voorts uit de gedichten ‘Fyt fecit’ en ‘Van Hoogstraten. Zelfportret’.



Jellema-Potter Jellema-Potter
Jellema-Potter Jellema-Potter
Paulus Potter (Enkhuizen 1625 – 1654 Amsterdam)