Jellema-Ruisdael
Jacob van Ruisdael 'Gezicht op Haarlem met de bleekvelden' ca 1670 Mauritshuis

Reflecties op Ruysdael

O.C. Jellema

Jellema-Ruisdael Jellema-Ruisdael
Jacob van Ruisdael
'Gezicht op Haarlem met de bleekvelden' ca 1670
Jacob van Ruisdael
'Gezicht op Haarlem met de bleekvelden' ca 1670 detail


1 Op het eerste gezicht

Uitbarstingen van landschap. Het portret
ontbreekt. Coup du soleil verlicht van boven
het blekersveld bij Haarlem. Het lijkt net
of het zo was. Ik wil het wel geloven:

aanraken, Thomas, mag hier niet, suppoosten
zijn parkwachters met uniform en pet.
Ik zie je staan, tenger, om me te troosten;
heb, snel verliefd, je op doeken gezet:

uitzicht op Benthiems of op watermolens,
bosvijvers die een hertepoot weerkaatsen,
de wandelaar ben ik, die, omgewend,

kijkt of je komt – zo wordt, nolens volens,
Ruysdaels landschappen ideale plaatsen
voor onze picknick – jij, mooi, onbekend.

2 Landhuis in park met fonteinen

Hollands barok het front, spichtige dennen,
een avondzon met het vernis vergeeld;
en wij ervoor – het had niet veel gescheeld
of wij bewoners. Het is even wennen

een huisprofiel te zien zonder antenne,
een zomeravond die ons niet verveelt.
Vooruit. Voor een moment de rol verdeeld:
jij gaat in taft, ik laat de jachthond rennen.

Bevrijd tot anderszijn – wat kunst toch doet:
herkenning in een spiegel zonder glas -
hoor ik mij vragen: heb je het niet koud?

Mijn hand voelt van de hond de natte snoet,
jouw rokzoom schuift door ’t vochtige gras -
evenwicht, mits de symmetrie het houdt.

Jellema-Ruisdael
 Jacob van
Ruisdael 'Het Joodse kerkhof' 1654

3 Joods kerkhof

Luchten van Ruysdael hangen nog als zwerk.
Wat dreigt? Lichtval vergruist het travertin
van tombes. Naam? Het zwijgt. De witte berk
wijst onheil aan, de beek zondvloedbegin.

Kapot zijn zij graftekens van zichzelf,
dubbel verval maakt plus uit min maal min,
gedachte resten van een kerkgewelf,
even abstract, zij storten morgen in,

tenzij dit schilderij hen staande houdt.
Kunst denkt vooruit: waar blijft het water van
de beek? Sort het zich, waterval, ijskoud

over de lijst de ruimte binnen? Kan
ik blijven wie ik ben? Of ben ik fout?
Geen duif met palmtak vliegt volgens plan.

Jellema-Ruisdael
'Jacob van
Ruisdael Hertenjacht in een ondergelopen bos' ca 1658

4 Hertenjacht

Zijn snelle denken heeft zich omgezet
in jacht op kleur, triomf van eikeblaren,
natuur als overvloed, en, lager, met
het water komt het donker tot bedaren,

beoeverd, uitgevloeid – vijvers bewaren,
zo lang het licht is, dieptekleur – de tred
van wild, plotseling teruggestuwd in het
hoog aanzien van verbazende gevaren:

daar staat het stil, haaks opgeheven poot.
We kunnen verder kijken. Strijklicht raakt
tussen een bomensingel door het herteoog

zo onbewogen, dat het schot niet kraakt,
zo harteloos, dat de gedachte dood
uitgesteld wordt – alsof zijn denken loog.

Jellema-Ruisdael
Jacob van
Ruisdael 'Kasteel Bentheim' 1651 particuliere collectie Norfolk

5 Ruiter in weids landschap

Mythe natuur, er is geen weg terug -
wij tussen ruimtes in: materie, vast
ooit, spanningsveld dat wijkt, spiegelcontrast
van een wijkend heelal; ons brein de brug

die wat geen oevers zijn, om ’t bouwen stug
in aanbouw, nooit verbindt – welk denkbeeld past
op het ontwijkende? Wij zienden op de tast;
en wat wij voelen zien we op de rug

als gaande, gang: een ruiter op een paard,
in perspectief, verdwijnpunt opgevuld
met doel, daken, een dorp – bewoonbaarheid

in bruinen, aards, uit herkomst opgespaard -
je denkt hem thuis al. Maar zo lang hij rijdt
is hij nog geen verhaal, dat niets onthult.

6 Portret van een boom

Ik denk het, nadat jij het voor me zag:
mooi is die boom. Wel zijn er te veel dieren;
nooit zou natuur zichzelf zo druk bestieren -
kunst is het, kunst is van natuur de vlag.

Wie zijn? Die uil, tot wijsheid overdag
op tak verstard;  een van die goudplevieren
die eeuwig scharrelt in een plas met pieren.
Voor het penseel gaat de dood overstag.

Verlost van ’t kwaad zouden wij zijn als boom,
voorgoed verenigd in Apollo’s droom
werden we Daphe, die ’t publiek misleidt.

Nog een vermolmde tak heeft kwaliteit
als lieve leugen, als geest natuur bant.
Begeerd bezit voor aan de kamerwand.

Jellema-Ruisdael
Jacob van
Ruisdael 'Le coupe de soleil' ca 1650

7 Epiloog

Kunst is de vraag. Waar staan wij, samen, vaker
alleen. Buiten ligt sneeuw. Het zondags plein.
Jas aan. We gaan. Onze voetstappen kraken.
Het vriest, zeg je. Zou ergens koffie zijn?

We lopen in de richting van de trein.
Wat deed het je? Antwoorden is ontwaken
uit een bedreven dubbelspel. Met mijn
verstand zeg ik: kunst kan natuur niet maken.

‘Zo leven wij, en nemen steeds afscheid
‘(Rilke). Wat is formeert zich op papier
als een herinnering. – Heb je het koud?

Verdomde koud. En jij? Ook. Het wordt tijd,
dat ’t voorjaar komt. – Denken: wij lopen hier,
samen, mits de werkelijkheid het houdt.

Jacob van Ruisdael
Haarlem 1628-29 – 1682 Amsterdam

Jellema-Ruisdael
Gezicht op Haarlem met de bleekvelden
Olieverf op doek 55,5 x 62 cm ca. 1670
Mauritshuis, Den Haag

afb. nog niet gevonden!
Landhuis in een park met fonteinen
Olieverf op doek, 76,3 x 97,5 cm ca. 1675
National Gallery of Art, Washington

afb. nog niet gevonden!
Een eik bij een ven
Olieverf op paneel, 66 x 48,9 cm ca. 1650
Szépmüvészeti Múzeum, Boedapest

Jellema-Ruisdael
Hertejacht in een ondergelopen bos
Olieverf op doek, 107,5 x 147 cm ca. 1658
Gemäldegalerie Alte Meister, Staatliche Kunstsammlungen Dresden, Dresden

Jellema-Ruisdael
Het Joodse kerkhof
Olieverf op doek, 84 x 95 cm ca. 1654
Gemäldegalerie Alte Meister, Staatliche Kunstsammlungen Dresden, Dresden

Jellema-Ruisdael
kasteel Benrhiem
Olieverf op doe, 97,7 x 81.3 cm 1651
Particuliere collectie

Jellema-Ruisdael
Le coup de soleil
Olieverf op doek, 83 x 99 cm ca. 1650
Musée du Louvre, Parijs


Jacob van Ruisdael
Haarlem 1628-29 – 1682 Amsterdam
Ruisdael begon al vroeg met schilderen; zijn eerste schilderij dateert uit 1646. Zijn oom Salomon van Ruysdael was waarschijnlijk een van zijn leermeesters. Die oom was de eerste van de familie die zich Ruysdael noemde, waarschijnlijk naar de buitenplaats Ruisendaal in de buurt van Naarden, de geboorteplaats van Salomon en Jacobs vader Isaäc. Jacob schreef de naam altijd met een i: Ruisdael. Ruisdaels specialiteit waren landschappen, vaak voorzien van een indrukwekkend centraal motief, zoals een molen, een watermolen, een kasteel op een berg of een waterval, die vaak een bijna romantische inslag hebben. Hij heeft een aantal reizen gemaakt door Nederland en bij de Nederlands-Duitse grens, waaraan hij onderwerpen voor zijn landschappen ontleende. In 1656 verhuisde hij van Haarlem naar Amsterdam, Een van zijn leerlingen uit die tijd was Van Everdingen, die onder andere een reis naar Scandinavië had gemaakt. Aan hem ontleende Ruisdael voorbeelden voor rotsachtige landschappen met dennenbomen en watervallen.

Jellema geeft zijn reeks ‘Reflecties op Ruysdael’ een motto van Goethe mee: ‘Man denkt sich sogleich’. Dat is inderdaad wat hij op de Ruisdael-tentoonstelling van 1981 – 82 in het Mauritshuis doet: zich bij de ‘uitbarstingen van landschap’ voorstellen dat hij met een de schilderijen in gefantaseerde geliefde door de landschappen wandelt.
Rob Schouten schreef over de reeks als geheel in Maatstaf,1984/3: “De dichter staat voor het doek samen met een vriend, hij identificeert zich met een figuurtje daarop dat over zijn schouder lijkt alsof hij zich afvraagt waar de ander blijft en midden in het museum wordt het kunstwerk so een poortje naar een verdere wereld,  “Ruysdaels landschappen ideaal plaatsen/ voor onze picknick”. Waarom ideaal? Omdat in de kunst de vergankelijkheid van dingen is bezworen; “voor het penseel gaat de dood overstag”en “kunst is van natuur de vlag”. Aardig is de bewarende functie van kunst tegenover het verval in de werkelijkheid weergegeven met het beeld van een paar uitgewoonde tombes: “kapot zijn zij graftekens van zichzelf,/ dubbel verval maakt plus uit min maal min.” Ze zijn vervallen, die symbolen van verval, en daardoor hebben ze in zekere zin het ergste verval, de dood, ongedaan gemaakt, precies als de kunst die ze vereeuwigd heeft. (…) De kracht van het geheel ligt (…) in het laatste sonnet, waarin de dichter zich op zijn eigen beschouwingen van Ruisdael bezint, na afloop van het museumbezoek. Het is tegelijkertijd een soort ontnuchtering na het “bedreven dubbelspel’ (…) en een overheveling van de kunst-werkelijkheid oppositie naar een ander niveau, dat van het leven zelf en het Denen over het leven. Wat in een eerder sonnet het samensmelten van twee verschillende tijdsmomenten was tot een “evenwicht, mits de symmetrie het houdt” wordt in het laatste toegepast op het wegwandelen uit het museum: “Denken: wij lopen hier, / samen, mits de werkelijkheid het houdt.”(…)”

Jellema-Ruisdael
Jacob van Ruisdael ' Gezicht op Haarlem met de bleekvelden' ca 1665 Zurich

Omstreeks 1658 verhuisde Ruisdael van Haarlem naar Amsterdam. Toch heeft hij nadien nog een aantal gezichten op Haarlem vanaf de duinen geschilderd. De duinstreek bij Haarlem was bekend om zijn blekerijen.
In het eerst gedicht passeren, behalve Gezicht op Haarlem met bleekvelden en Twee watermolens, een aantal schilderijen de revue die in de volgende gedichten terugkomen.
ill Landhuis in  park met fonteinen invoegen afb. nog niet gevonden!
Een typerend schilderij voor Ruisdaels latere periode, waarin hij een voorkeur aan de dag legt voor een elegante sfeer. Het parkachtige landschap is fantasie. Sparren kwamen in de 17e eeuw niet in Nederland voor. Ruisdael ontleende ze waarschijnlijk aan het werk van zijn leerling Allaert van Everdingen, die in Scandinavië had gereisd. Omdat hij de bomen niet uit eigen aanschouwing kende, was hij zich er echter niet van bewust dat bij sparren de takken steeds op gelijke afstanden naar alle zijden uit de stam ontspringen. Van Ruisdaels fantasiesparren maakt Jellema dennen, wat een beter rijmwoord oplevert. Een vrijmoedigheid van een andere orde is de toevoeging van de jachthond, waarvan hij de natte snoet voelt, hoewel op het hele schilderij geen hond te ontdekken is. De vraag ‘heb je het niet koud?’, hier op het schilderij gesteld aan de gefantaseerde geliefde, stelt de dichter in de epiloog op het Haagse Plein aan de vriend met wie hij voor het schilderij heeft gestaan.

Jellema-Ruisdael Jellema-Ruisdael
Jacob van Ruisdael 'Het Joodse kerkhof' 1654 detail

Bij dit romantisch aandoende schilderij heeft Ruisdael zich laten inspireren door de Joodse begraafplaats in Ouderkerk aan de Amstel. De ruïne is gebaseerd op de ruïne van kasteel Egmond, die Ruisdael ook enige malen heeft getekend. Hij schilderde ook nog een enigszins gewijzigde versie van dit schilderij (The Detroit Insitute of Arts, Detroit). Het is niet uit te maken op welke van beide versies Jellema’s gedicht gebaseerd is.
Misschien is het de regenboog links die tentoonstelingsbezoeker op het idee heeft gebracht het schilderij zo nadrukkelijk met het verhaal van de zondvloed (Genesis 6 – 9) in verband te brengen. In de laatste strofe vraagt de ‘ik’ zich vergeefs af, of hij zijn hele leven niet fout leeft. De zondvloed kan hem immers ook in de museumzaal verzwelgen.

Jellema-Ruisdael
'Jacob van Ruisdael Hertenjacht in een ondergelopen bos' ca 1658

‘Dit schilderij uit de tweede helft van de jaren zestig maakte een grote indruk op Goethe, die het werk in 1790 beschreef. De stoffage is van de hand van Adraen van de Velde.’ (Jacob van Ruisdael 1628/29-1682, 1981)
Jager en schilder jagen beiden: de een op wild, de ander op kleur. De schilder wint het van de jager: zijn strijklicht treft zodanig, dat de gedachte aan de dood van het hert voorlopignog niet opkomt.

Jellema-Ruisdael Jellema-Ruisdael
Jacob van Ruisdael 'Kasteel Bentheim' 1653 Nat.Gal.Dublin Jacob van Ruisdael 'Kasteel Bentheim' 1653 Nat.Gal.Dublin detail

Ruisdaels specialisme was het landschap. Hij was een belangrijk vernieuwer van het genre, omdat hij zijn landschappen een dramatische lading gaf. Zijn hoge luchten met zware wolken zijn daar goed een voorbeeld van. Maar ook de rotsige heuvel waar kasteel Bentheim op staat, leende zich prima voor dergelijke imposante schilderijen.
Omstreeks 1650 maakte Ruisdael een reis naar Bentheim bij de Nederlands-Duitse grens. Sindsdien komt het kasteel te Bentheim regelmatig op zijn schilderijen voor, zij het vaak geplaatst op een veel hoger gelegen bergplateau dan het in werkelijkheid ligt.


Vlak over de Duitse grens bij Oldenzaal ligt kasteel Bentheim. Het staat hoog op de top van een rotsige heuvel en kijkt over de wijde omtrek uit. Het is een kasteel zoals een kasteel hoort te zijn: dikke muren met kantelen, kloeke torens, poorten, woongebouwen, stallen en een kerk. Het oudste deel van het kasteel dateert van rond het jaar 1000, maar er is tot aan het begin van de 20ste eeuw aan verbouwd. Kasteel Bentheim wordt nog steeds bewoond door de graven zu Bentheim und Steinfurt.

Jellema-Ruisdael
Jacob van
Ruisdael 'Le coupe de soleil' ca 1650

Sinds het schilderij in de 18e eeuw in Frans bezit kwam, wordt het aangeduid met de titel Le coup de soleil. Een dergelijk weids vergezicht met een rivierdal en rotspartijen toont duidelijk invloed van de landschappen van Rembrandtuit de jaren vijftig.
ill. Een eik bij een ven afb. nog niet gevonden!
Een vroeg schilderij van Ruisdael waarin hij een grote verscheidenheid aan bomen en planten heeft weergegeven. Men neemt aan dat de dieren door een ander zijn toegevoegd. ‘In de moderne poezie’, aldus Peter de Boer in Vestdijks Palet (1988), ‘in het bijzonder de zogenaamde beeldgedichten – een genre dat almaar populairder wordt – kom je de visie op de beeldenden kunst als een galerij van “gestolde ogenblikken” met ijzeren regelmaat tegen. ‘ Als voorbeeld citeert hij dan de passage met de eeuwig scharrelende goudplevieren uit dit gedicht van jellema. In de voorlaatste strofe verwijst de dichter naar het klassieke verhaal van Apollo en Daphne. Toen de nimf op het punt stond door Apollo overmeesterd te worden, veranderde haar vader Peneus haar in een laurier.

Jellema-Ruisdael 
Jacob van

Ruisdael 'Gezicht op Haarlem met de bleekvelden' ca 1665 Zurich