Kloos-Looy 
Jacobus van Looy 'Offerande of Eva en Abel' 1884 180x 253 cm

Zij hoorde 't twisten en den doffen smak

Willem Kloos

Zij hoorde 't twisten en den doffen smak.
Zij kwam niet, zag in mijmering
Altijd die ene plek waar de appel hing
En de appel zelven aan dien zelfden tak

Zij dacht: is 't al een droom, herinnering?
Was 't mijn hand, Gods hand, die hem brak?
Toen trad Gods engel tot haar, kalm, en sprak:
De Heer zegt: Vrouwe, zie uw zoon, en ging.

En golvend vielen op zijn vaal gelaat
Haar lokken, toen zij viel, de goudenen,
Wijl 't zware hoofd aan 't outer bonsde en lag.

Zij roept het lijk, roept God. Die zwijgt en haat.
Zij wist niet, dat de dood zo stil was en
Voelt, dat zij was vervloekt van de' eersten dag.

Tenslotte heeft de dichter na vele malen eigen smart te hebben verwoord hier het grotere verdriet verdicht van de moeder van zijn gestorven vriend, die hier geteisterd wordt door wroeging, omdat ze haar zoon te hard behandeld zou hebben.
Zie afbeelding schilderij Jac. van Looy: De Offerande of Eva en Abel (1884)

Kloos-Looy Kloos-Looy
Jacobus van Looy 'Zelfportret in blauwe schilderskiel' Jacobus van Looy Portret van Frederik van Eeden 1884

Kloos over Van Looy
De dichter Willem Kloos schreef het volgende stukje over het dubbeltalent van Jacobus van Looy
".... de van alle andere onderkenbare geestelijke eenheid, die Jac. van Looy heet, is juist daarom zoo merkwaardig. ja, eenig-bijzonder , omdat zij een dier wonderlijke boomgestalten lijkt, zooals men wel eens bij het wand'len ziet in onze Hollandsche bosschen, welke onmiddellijk bij den grond zich in twee gelijk-sterke stammen verdeelen, die beide even ferm omhoog gaan, gezond en groeienskrachtig, in één weligen overvloed van takken en levend groen, die eene stam bij Van Looy is de schilderkunst, de andere de literatuur; en evenals bij zoo'n boomgestel geen der beide uitlopers de voornaamste is: zij komen alleen maar, van elkaar onafhankelijk, uit denzelfden onderbouw van wortels en gemeenschappelijk draagvlak, zoo zijn ook de twee kunsten bij Van Looy, gelijkgerechtigd, en ofschoon zij natuurlijk van dezelfde soort zijn, en dus iets van elkander weg hebben, krijgt geen der beide kunsten (...) den meerderheidsvoorsprong, en dus de overhand."
(Overgenomen uit de brochure over Jacobus van Looy, Kijken in Haarlem Extra no 6, UItg. Frans Halsmuseum)