Karel Appel De Schepping de zesde dag Adam en Eva

Karel Appel 'De Schepping de zesde dag Adam en Eva' - glas-appliqué-venster -

Appel



Manuel Kneepkens

Kijk, het soort boom, waaraan elk appel
een gezichtje heeft
en zegt : ‘Zeg maar Karel, knul !’

al sinds de verdrijving van het Mensdom
uit het Paradijs
heb ik daar iets tegen

vooral ook om dat vals loeder
van een Cobra
die zogenaamd Sprekende Slang

die alsmaar lispelt
listig
tegen het naakt echtpaar A. & E.:

Ik ben een kindertekening voor Jonkheer Sandberg
die kleine, witharige man, die wat op God lijkt…

ik ben de aristocraat  Sat An !

Ik verf  het  ivoorzwart
& het kobaltblauw  & het vermiljoenrood

& al die andere helle kleuren

‘woest & ledig’

op het canvas van het Heelal

Ik rotzooi maar wat an!

Karel Appel De Schepping vijf langwerpige ramen die de eerste vijf dagen van de schepping voorstellen
Karel Appel 'De Schepping' vijf langwerpige ramen - glas-appliqué-vensters - die de eerste vijf dagen van de schepping voorstellen

In 1957 maakte Karel Appel voor de toen in aanbouw zijnde Paaskerk (Zaandam) zes ramen. Elk raam stelde een dag van de schepping voor; de zevende dag ontbrak, dat was immers een rustdag. Als bonus maakte Appel voor duizend gulden een muurschildering waarbij hij in kinderlijke hanenpoten op de muur schreef: “De ganse schepping wacht met reikhalzend verlangen op het openbaar worden der zonen Gods” (Romeinen 8:19).

Die laatste creatie viel bij het kerkbestuur volledig verkeerd. De beide predikanten, dominee De Jonge en dominee Van Petegem waren woedend. Over wat er destijds gebeurde zijn twee lezingen. De eerste is dat de witkwast eraan te pas kwam om voor de opening de letters te laten verdwijnen. De tweede is dat er een doek voor de tekst gezet werd en dat de tekst later verwijderd werd. Het resultaat is hetzelfde: de tekst is weg. (Overigens: weg geschilderde tekst is wellicht nog te restaureren, verwijderde tekst niet.)

Dominee De Jonge was de vader van de latere cabaretier Freek de Jonge, die mocht kijken hoe Appel werkte. Het was De Jonge die het historische “Ach joh, ik rotzooi maar wat an!” optekende uit de mond van de grootmeester. Hij schreef zijn ervaringen op in zijn boek Zaansch Veem (Uitgeverij De Harmonie, 1987). De vraag is of dit de enige bron voor deze uitspraak is.

Gelukkig blijkt de meester deze uitspraak vaker gedaan te hebben:
In De gouden jaren van het linkse levensgevoel – het verhaal van Vrij Nederland (Uitgeverij Balans, Amsterdam 2016) schrijft John Jansen van Galen op pagina 40:
“In januari 1955 ontmoet hij (hij is: freelance journalist Jan Vrijman) in de bar van hotel Schiller aan het Rembrandtplein een geestverwant in de schilder Karel Appel, een volksjongen net als hij, die bij die gelegenheid verklaart : “Ik rotzooi maar een beetje an.” ‘Appel valt ver van de stam’ zet de redactie (van Vrij Nederland) erboven”

 

Karel Appel Vragende_kinderen 1947
Karel Appel 'Vragende kinderen' 1947