Mark Rothko Grey orange on maroon
Mark Rothko 'Grey orange on maroon'

 Rothko Grey, Orange on Maroon 60/8

Manuel Kneepkens

De schilder zit vast in zijn schilderij
_ ik loop bij hem binnen_
te veel oranje, zegt hij
te veel sinaasappel! Was ik maar een dichter!

Wat een impasse! Ik ga terug naar mijn Stilte
_ het Museum waarvan ik hoofdconservator ben _
Hoe kan ik, mijn vriend de schilder helpen?

Ik dicht een regel over sinaasappelsap
en nog een
over het gebruik van ORANGE in Vietnam

Het is Jaren Zestig
tenslotte
is het gedicht klaar

Haast ik mij
over 42nd Street
terug
naar het atelier van Mark Rothko

Heeft hij inmiddels het absolute benaderd
met één enkel laagje
Grijs

De kleur van rottende haring
zegt hij, dat past bij al dat Oranje!

Heeft hij het doek aan The Dutch verkocht
aan het Boymans
in Rotterdam

En het Maroon dan, zeg ik, en het Maroon dan?

Zelfmoord is nu onvermijdelijk

De schilder slaat de hand
aan zijn penseel

(Vrij naar Frank O’Hara, ‘Waarom ik geen schilder ben’)

Mark Rothko Blue and grey
Mark Rothko 'Blue and grey'

Why I Am Not A Painter

Frank O'Hara

I am not a painter, I am a poet.
Why? I think I would rather be
a painter, but I am not. Well,

for instance, Mike Goldberg
is starting a painting. I drop in.
"Sit down and have a drink" he
says. I drink; we drink. I look
up. "You have SARDINES in it."
"Yes, it needed something there."
"Oh." I go and the days go by
and I drop in again. The painting
is going on, and I go, and the days
go by. I drop in. The painting is
finished. "Where's SARDINES?"
All that's left is just
letters, "It was too much," Mike says.

But me? One day I am thinking of
a color: orange. I write a line
about orange. Pretty soon it is a
whole page of words, not lines.
Then another page. There should be
so much more, not of orange, of
words, of how terrible orange is
and life. Days go by. It is even in
prose, I am a real poet. My poem
is finished and I haven't mentioned
orange yet. It's twelve poems, I call
it ORANGES. And one day in a gallery
I see Mike's painting, called SARDINES.

De titelvraag wordt niet beantwoord maar de dichter toont ons wel wat kunstenaars, terwijl de dagen verstrijken, zoal doen. Vooral de geestige, praatlustige toonzetting en het snelle tempo van het gedicht spreken aan. Ook voert O’Hara het artistieke probleem van de representatie op.

 Mark Rothko No 61 Rust and Blue
Mark Rothko 'Rust and Blue'

vertolking van waarom ik geen schilder ben

van Frank O'Hara


Ik ben geen schilder nee ik ben een dichter en
waarom? Ik geloof dat ik niets liever doen zou dan schilderen
maar ik doe het niet
Nu dan

Erik van Lieshout bijvoorbeeld
is druk bezig met het opzetten van een nieuw doek als ik
kom binnenvallen Hé
ga zitten ouwe jongen en pak een biertje zegt-ie
Ik neem een slok en we nemen er allebei eentje en ik kijk op

Er zitten sardientjes in

Ja
het had daar wat nodig weet je Oh
en ik sta op en ga
de dagen verstrijken en binnen val ik weer waar Lies goed bezig is
en ga voorbij de dagen en nog eens als ik binnenval

het schilderij is af

Waar zijn de sardientjes?
Er is niets van overgebleven dan
lettertekens Teveel
zegt Erik het was gewoon iets teveel van het goede

En ik? Op een dag denk ik aan een kleur
oranje en wijd er een regel aan die snel uitgroeit
tot een hele pagina vol en dan nog één Er moet ook zoveel méér zijn
niet van oranje maar
van woorden over hoe afgrijselijk die kleur toch wel niet is

net als het leven De
dagen verstrijken Zelfs

in proza ben ik een heuse dichter Mijn cyclus
is af en ik heb oranje niet eenmaal bij zijn naam genoemd Twaalf
gedichten in totaal en ik geef het APPELTJES mee
VAN ORANJE Op een dag zie ik in een galerij Eriks doek hangen
SARDIENTJES getiteld

vertaling: Ton van 't Hof

Mark Rothko Rothko Chapel 1971 Houston Texas
Mark Rothko Rothko Chapel 1971 Houston Texas

Sinaasapples

Ingmar Heytze

‘Why l am not a painter’
Frank O’Hara

Ik ben geen schilder, ik ben een dichter.
Waarom? Ik geloof dat ik eigenlijk liever
een schilder was, maar ik ben het niet. Nou,
bijvoorbeeld: Dolf Zwerver begint
aan een schilderij. Ik kom langs.
‘Ga zitten en neem wat te drinken,’
zegt hij. Ik drink, wij drinken, ik kijk
op. ‘Je hebt er SARDIENTJESin zitten.’

‘Ja, daar moest wel iets komen.’
‘Oh.’ Ik ga en de dagen gaan voorbij
en ik kom weer langs. Het schilderen
gaat door, en ik ga, en de dagen
gaan voorbij. Ik kom langs. Het doek
is klaar. ‘Waar zijn de SARDIENTJES?’
Er staan alleen nog maar letters.
‘Het was te veel,’ zegt Dolf.

En ik? Op een dag denk ik aan een kleur:
oranje. Ik schrijf een regel over oranje.
Al snel is het een bladzijde van woorden,
geen regels. Dan nog een bladzijde.
Er zou zoveel meer moeten zijn,
niet van oranje, van woorden, over
hoe vreselijk oranje is en het leven.

Dagen gaan voorbij. Het lijkt wel proza,
ik ben een echte dichter, mijn gedicht is klaar
en ik heb oranje nog niet genoemd.
Het zijn dertig regels, ik noem het
SINAASAPPELS. En op een dag
in een galerie zie ik Dolfs schilderij -
het heet SARDIENTJES.

uit: Alle goeds, Uitgeverij Podium, 2001

Mark RothkoTate Moderns Rothko Room

Mark RothkoTate Moderns Rothko Room