Knibbe-Rembrandt

Anna antwoordt op de beschuldiging van Tobit

Hester Knibbe

Zelfs blind denk je nog alziende te zijn, maar
ziende was je al blind. In mijn armen draag ik
wat ik verdiende terwijl jij mokt, mij
tot zondebok maakt. Met open ogen

sliep je, nu zit je daar, sleet op de naad
van je kleed, een mol, het schoppen niet waard, jij
de rechtvaardige altijd goedgeefse, een vrek
bleef je, gehecht aan je macht. Nee

Tobit, ik ben geen dievegge, dat weet je,
tussen ons mekkeren alstu en danku, want
geven geeft achting, ontvangen maakt nietig, dát

zit je dwars. Was liever je ogen
met de gal die je spuwt, schrob de hoogmoedige
drek van je ziel. En zie!

zie ook: 
Rembrandt - Aafjes,
Rembrandt - Baeke, Rembrandt - Balkt, Rembrandt - Barnas, Rembrandt - Bernlef, Rembrandt - Boeken, Rembrandt - Brabander, Rembrandt - Brassinga, Rembrandt - Bruinja, Rembrandt - Claus,
Rembrandt - Decker, Rembrandt - Emmens, Rembrandt - Enquist, Rembrandt - Gerhardt, Rembrandt - Gerlach, Rembrandt - Harmens, Rembrandt - Herzberg, Rembrandt - Hofman, Rembrandt - Kemp, Rembrandt - Knibbe, Rembrandt - Kopland, Rembrandt - Meekers,Rembrandt - Menkveld, Rembrandt - Moeyaert, Rembrandt - Schiferli,Rembrandt - Schulte-Nordholt, Rembrandt - Soepboer, Rembrandt - Spinoy, Rembrandt - Tentije,
Rembrandt - Vestdijk, Rembrandt - Vestdijk02,
Rembrandt - Vestdijk03 Rembrandt - Wissen.

Gedichtencyclus Rembrandt en de Engelen