In 2009 heeft het muziekensemble Camerata Trajectina een muziektheatervoorstelling gemaakt geïnspireerd op het schilderij ‘De Zeven Hoofdzonden’ van Jeroen Bosch.
De schilder heeft de zonden – wellust, woede, vraatzucht, ijdelheid, jaloezie, hebzucht en luiheid – als concrete personen voorgesteld. Het paneel laat de zonden zien in hun alledaagse verschijningsvorm gegroepeerd rond het Alziende Oog – geen enkele zonde blijft onopgemerkt - van God: Hoogmoed als rijke burgervrouw, afgunst als een jaloerse winkelier, Hebzucht als corrupte schout. In de voorstelling zingen zij elk hun eigen lied.

In de instrumentale en vocale muziekfragmenten horen we de tijd van Jeroen Bosch. Choreografieën, kostuums, maskers, koorzangers, toneelspelers en musici tonen met behulp van videoprojecties de Boschiaanse wereld van aardse klucht en het paradijselijke hiernamaals. Er wordt gespeeld op authentieke instrumenten zoals die ook op de schilderijen van Bosch te zien zijn. De liederen uit deze voorstelling zijn speciaal voor de gelegenheid hertaald en gedicht door Gerrit Komrij op melodieën uit de tijd van Bosch.
Komrij zelf geeft in de scènes commentaar op het gebodene vanuit eigentijds perspectief. Zo gaan we in de voorstelling van kroeg naar kerk en van balzaal naar bordeel. Het volle leven van het herfsttij der middeleeuwen trekt aan onze ogen en oren voorbij. 

 Komrij-Bosch


Jeroen Bosch 'De Zeven Hoofdzonden'  c.1480

De zeven zonden van Jeroen Bosch

Gerrit Komrij

1. Kyrie

Kyrie uit de Missa de Feria, Antoine de Févin (ca. 1470-1511/12)

Kyrie eleison
Christe eleison
Kyrie eleison

2. Lied van de Hoogmoed

melodie: Mi lust te loven hoghentlic

Het spiegelglas is mijn brevier,
Daar wil ik graag lezen,
Want zijde, kralen en saffier
Zijn van de ziel het wezen.
We leven enkel voor de sier,
De spiegel zij geprezen.

Ik zie mezelf o zo dolgraag aan
Ik kan er veel van leren:
Hier zou een knoopje niet misstaan,
En daar een lint niet deren
Het is zowaar nog een complete baan
Mezelve te draperen.

Een kralenketting staat mij goed,
maar ook zonder kralen.
Vandaag wil ik een blauwe hoed,
Of iets met zonnestralen?
Een sluier of een hoed van goed,
De duivel mag me halen.

De duivel is een ware spring-in ‘t-veld
Vaak ben ik zijn gelijke -
Hij is van vroeg tot laat mijn held
Omdat hij toe blijft kijken
En ik hanteerd de naald en speld
Die hij me aan komt reiken.

Zie mij – ik ben een heuse namaakpop
Veel mooier dan een echte.
Ik ben van teen tot vingertop
van linnengoed en vlechten.
O spiegelbeeld, vertel, zeg mij hardop:
Straks gaan ze om ons vechten.

De hoogmoed schikt zich o zo gaarne op
In mans- en vrouwspersonen,
’t Is glans met lak er bovenop,
Geen zon kan mij onttronen -
Mijn spiegel ziet danwel een rare kop,
De aars kan ik u tonen.

3. Hofdansen

La danse de cleves – La dancse de ravestain – La franchoise nouvelle

4. Lied van de Afgunst

melodie: Rijc God, wie sal ic clagen, Souterliedekens 1540

Ik ben gezond van leden,
Ik heb het grootste bot.
Toch ben ik nooit tevreden,
Ellendig is mijn lot.
Ik moet naar anderen gluren,
Het bot is mij te klein.
Ik zie alleen maar buren
Die welvoorziener zijn.

Ik heb een mooie woning
Van vloer tot hanenbalk.
Toch voel ik mij nooit koning,
Ik hunker naar de valk.
Ik hunker naar de vrouwen,
Door mij nog niet betast.
Laat mij met weelde sjouwen -
Het is een lichte last.

De wereld wordt steeds ruimer
En ik woon in een cachot.
Waarom voor mij de kruimels -
Ik wil een groter bot.
En morgen weer een groter,
De wereld draait in ’t rond.
Ik loop nog op vier poten,
Ik zelf, ik ben de hond.

5. La Gelosia

Ballo van Domenico da Piacenza


6. Lied van de Hebzucht

melodie: Mijn hert dat is in lyden

Ik ben de schout, de rechter
Die zorgt voor pais en vree.
De querulant en vechter
Gehoorzamen gedwee -
Ik heb voortdurend tijd
Voor meer gerechtigheid,
Maar geef me een zak met goud
En fout is niet meer fout.

Ik ben de schout, mijn streven
Is orde, recht en rust -
In recht ben ik bedreven,
Het recht heeft mij gekust -
‘k Vertel u: slecht is slecht.
‘k Vertel u: recht is recht.
Maar geef me een zak met geld
En niets heb ik verteld.

Ik ben de schout, de wijze,
Waarop eenieder bouwt.
Mijn deugden moet men prijzen,
Ik ben van oersterk hout -
Een baken in ’t gewoel,
Een ziende in de poel -
Maar geef mij één dukaat
En weg mijn ambtsgewaad.

Ik ben de schout voor allen,
Voor landman, dokter, nar,
Voor wieg en sterfgevallen,
Voor elk geharrewar -
Er is geen man of vrouw
Die twijfelt aan mijn trouw,
Maar geef mij één florijn
En uw vriend zal ik zijn.

Ik ben de schout, de rechter,
De dienaar van de wet -
De stut, die samenvlechter,
De ridder zonder smet,
Geen twist of vechtpartij
Of ik kom tussenbei -
Dus geef me een zilverstuk
en kijk, je hebt geluk.

7. Sanctus

 Sanctus uit de Missa de Feria, Antoine de Févin (ca. 1470-1511/12)

8. Dans van de kreupelen

Tis al ghedaen, mijn oestwairts gaen – Wat wil ic sorghen al om dat goet

9. Lied van de Luiheid

melodie: Gheldeloos ghi doet mi pijn

luiheid:
Ik leefde op een donzen bed
Om dag en nacht te slapen -
De klokken had ik stilgezet,
Voor Gemak was ik geschapen.

non:
Ook God hebt u opzij gezet,
U sloot voor hem de deuren -
Er viel voor vroomheid en gebed
Geen ijver te bespeuren.

Luiheid:
Geen voorbeeld spoorde mij ooit aan,
Van armen noch van rijken.
Ik was in de hemel en voldaan.
Ik wilde niets bereiken.

non:
De ware hemel bleef u vreemd
- Te ver om van te dromen -
Waar God regeert, en geeft en neemt,
Het paradijs der vromen.

luiheid:
Mijn tijd is op, het is te laat
Om me alsnog te haasten.
Ik doe al stervend niemand kwaad,
Geen kroost heb ik noch naasten.

non:
Misschien is het nog niet te laat
Te boeten voor uw zonde.
Een korte tijd van vlijt volstaat,
Al duurt ze één seconde.

10. Dans van de luiheid

Ain niderlendisch runden dantz

11. Lied van de Vraatzucht

melodie: Waer sal ic mi henen keren, Souterliedekens 1540

Ik wil alleen maar zweren
Bij wildbraad, worst en wijn,
Bij dagelijks potverteren
En eeuwig zalig zijn!
Geprezen spies en kruik,
Geprezen klem en fuik:
Men kent de goede heren
Het beste aan de buik.

Faznten, ree, champagne,
Kapoenen, most en spek -
Ik wandel door Kokanje,
De hel is voor de vrek!
Ik geef geen lauwerkrans,
Geen goud of zilverglans,
Venetië noch Spanje
In ruil voor mijn geschrans.

Ik laat fiolen zorgen,
Mijn vrouw mag wandelen gaan,
Zolang ze varkens worgen
En kelen kip en haan!
Lang leve de poelier,
Lang leve ’t kriekebier:
Vergeet de dag van morgen,
Het paradijs is hier.

12. Dans van de dikkerds

Ic quam aldaer, ic weet wel waer, met heymelijc ghescalle – Hoe soude ic vruecht bedriven - Dansliedekens uit de Souterliedekens 1540

13. Agnus Dei

Agnus Dei uit de Missa de Feria, Antoine de Févin (ca. 1470-1511/12)

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi
Miserere nobis
Dona nobis pacem

14. Lied van de Wellust

melodie: O Venus bant, zetting Josquin des Prez

de minnaar:
O Venus’ band, o felle brand!
Hoe heeft die deerne zo plezant
Mijn ellendige hart bedwongen?
Ik word gedurig en charmant
Door haar doen in een liefdesband
Gedrongen, ondanks jaloerse tongen.

O deernelief, o hartedief!
Of ik een minnezee doorklief -
Zover moest ’t met mij komen.
Mijn zinnen zijn gericht, o lief,
Om in uw schoot aan mijn gerief
Te komen, het spookt door al mijn dromen.

de nar:
Haar zoete min, die palmt mij in,
Ik ben een nar, verdwaasd van zin,
Geen billenkoek kan mij bevrijden.
Ze is mijn enige hartsvriendin,
Onstuitbaar is het, ik moet erin
En glijden, tot tussen beide dijen.

15. Calata ala spagnola ditto terzetti

Calata ala spagnola ditto terzetti, Joan Ambrosia Dalza, 1508

16.
Lied van de Toorn

melodie: Linken van Beveren, Petrucci 1504

Blijf van haar af of ik keel je, lummel,
Vrouwen zijn niet voor een boerenpummel,
De vrouwen zijn altijd voor mij,
Altijd voor mij.
Laat mij al jouw botten kraken
- Waard, toe schenk nog een bij -
Durf die vrouw eens aan te raken,
Een domme boer als jij.

Eerder dronk ik jou onder tafel,
Straks is jou hobbezak louter rafel -
Er blijft geen gewricht meer van je heel,
Niets van je heel.
Als de drank mij maar blijft smaken
- Bierkroes, schuimend en geel -
Zal ik bloedsoep van jou maken,
Het zwaard tegen de keel.

de ander:
Ezeldom heb je het spel verloren.
Ezel, je wilt van verlies niet horen,
Vandaar je gebral en bravoer,
Gebral, bravoer.
Messen kan ik net zo goed trekken
- Ook al ben ik een boer -
Maar je zult vanzelf verrekken:
Je liefje is een hoer.

17. Zwaarddans

melodie: Linken van Beveren

18. Requiem

gregoriaans

Requiem eternam dona eis Domine
Et lux perpetua luceat eis
Te decet hymnus Deus in Sion
Et tibi reddetur votum in Jerusalem
Exaudi orationem meam
Ad te omnis caro veniet

19. Laatste Oordeel

naar Guillaume Dufay Gloria ad modum tubae

20. Dodendans

melodie: Den Dooden dans uit het Luitboek van Thysius

De Dood:
Edele vrouwe, dans met mij -
Ik dans u voor – kom in mijn rij -

Hoogmoed:
De laatste dans van het leven -
Ik verf mijn lippen nog even.

De Dood:
Heer kruidenier, kom in de rij -
Ook alle honden zijn er bij -

Afgunst:
De laatste dans van het leven -
Zowel voor de reu als de teven.

De Dood:
Heer schout, kom op en dans met mij _
Het geld vergaren is voorbij -

Hebzucht:
De laatste dans van mijn leven -
Nog niets heb ik uitgegeven.

De Dood:
Luiwannes, hopla, huppel blij -
Vooruit, omhoog, keer-om, opzij

Luiheid:
De laatste dans in het leven _
Ik kan niet blijven kleven.

De Dood:
Kom smulpaap, dans nu mee met mij -
Dat dansen is een lekkernij -

Vraatzucht:
Mijn laatste dans in het leven -
Ik zie al wildbraad zweven.

De Dood:
Edele ridder, kom vrij met mij -
je kent geen betere vrijpartij -

Welust:
De laatste dans in het leven -
In dansen ben ik bedreven.

De Dood:
Op vechtersbaas, roep luid joechei!
Je laatste uur snelt naderbij -

Toorn:
Mijn laatste dans in het leven -
De vloer zal ik later beven.

21. Helledans

Antichrist is gheboren, tweestemmige melodie: Omnes nu laet ons Gode loven
 
22. Nesciens Mater Virgo Virum

Nesciens mater virgo virum van Jean Mouton

Nesciens mater virgo virum peperit
Sine dolore Salvatorem saeculorum
Ipsum regem angelorum
Sola virgo lactabat
Ubere de caelo pleno

Komrij-Bosch 

Komrij-Bosch 

Jeroen Bosch 'De Zeven Hoofdzonden'  c.1480 detail

Jeroen Bosch 'De Zeven Hoofdzonden'  c.1480 detail
Komrij-Bosch  Komrij-Bosch 

Jeroen Bosch 'De Zeven Hoofdzonden'  c.1480 detail

Jeroen Bosch 'De Zeven Hoofdzonden'  c.1480 detail

De duvelmakere, zo werd Jeroen Bosch ( ca. 1457 – 1516) door zijn tijdgenoten genoemd, onovertroffen in het uitbeelden van ‘gespook en gedrochten der hellen’. Taferelen met duivels, monsters en hun slachtoffers waren Bosch’handelsmerk. Toch waren ze geen doel op zich. Bosch’werken zijn doortrokken van een christelijke moraal waarin de mens door zijn eigen wil het goede boven het kwade kan verkiezen en zo de zaligheid verwerven, in plaats van te moeten branden in de hel. Maar dat ging niet vanzelf. Steeds weer moest hij aan de vleselijke lusten die hem naar de zonde trokken weerstand bieden.

Dat is ook de gedachte achter het paneel ‘De zeven hoofdzonden en de vier uitersten’. Elk van deze zonden kan fataal zijn voor het zieleheil, is de strekking van dit moralistische thema, dat in Bosch’tijd al in een traditie van meer dan duizend jaar stond. Het waren de dochters van Lucifer en elke dochter had ook weer een stel dochters. Zo kon men alle zonden in het schema van de zeven hoofdzonden een plaats geven.

In het midden van het paneel zien we het Oog van God, met de tekst “Cave, cave, Dominus videt” – “Pas op, pas op, Gos ziet”; “Ziet U” , zijn we geneigd aan te vullen, of misschien wel “ziet alles” , of “ziet al je zonden”. De pupil toont de verrijzende Christus. De zonden staan rondom het oog afgebeeld als personen uit het dagelijks leven. Een jonge vrouw voor de spiegel verbeeldt de Hoogmoed, een winkelier die zijn rijke buurman benijdt de Afgunst, een corrupte rechter de Hebzucht, enzovoorts. Luiheid, Vraatzucht, Wellust en Woede maken de cirkel rond. In de hoeken van het paneel zien we wat er op het leven volgt: de Vier Uitersten, te weten de Dood, het Laatste Oordeel en tenslotte de Hel of de Hemel. In de hel zien we de zeven hoofdzonden terug, die er de vreselijkste straffen ondergaan. Wie deugdzaam heeft geleefd betreedt de Hemel.

Het is niet helemaal duidelijk of dit paneel van Jeroen Bosch zelf is: mogelijk werd het geschilderd door een leerling of een navolger, of is het een kopie. Het past in elk geval wel helemaal in Bosch’ gedachtewereld. Dergelijke moralistische schilderingen maakten Bosch tot een veelgevraagd kunstenaar, die in ’s-Hertogenbosch het leven van een eerzaam burger leidde. Hoewel van huis uit niet bemiddeld steeg hij na zijn huwelijk met een rijke vrouw snel op de maatschappelijke ladder. Al rond zijn dertigste werd Bosch uitgenodigd toe te treden tot de Lieve Vrouwe Broederschap – een hele eer voor iemand van zijn eenvoudige komaf – en een jaar later was hij gezworen lid. De broeders waren aanzienlijke lieden, waaronder edelen, waaronder edelen. Hun vergaderingen over liefdadige activiteiten werden steevast besloten met overvloedige maaltijden, waarbij de zangers van de broederschap optraden, gekleed in plechtige tabbaards.

Op 28 december was de belangrijkste bijeenkomst van het jaar. Dan werd gebraad van Koninklijke allure opgediend: een zwaan. Daarom werd het genootschap de Zwanenbroederschap genoemd. Men had een eigen kapel in de Sint Jan, waar meerstemmige muziek werd verzorgd door de genoemde zangers, die de Broederschap in vast dienst had.
Jeroen Bosch beschikte al met al over een uitstekend netwerk in de sociale klasse waartoe de potentiële afnemers van zijn schilderijen hoorden. Daartoe behoorden ook vorsten. Het paneel met de zeven hoofdzonden bevond zich ooit in de slaapkamer van koning Filips II van Spanje, weten we uit een inventarislijst van het Escorial. Van Filips is bekend dat hij urenlang over het schilderij kon mediteren, gezeten in zijn bidstoel. Daartoe boden de thema’s van de zeven hoofdzonden en de vier uitersten ook alle gelegenheid. Wegens de ronde schikking van de figuren wordt aangenomen dat het paneel was bedoeld als tafelblad. Anderen denken dat het aan het plafond werd bevestigd.
(tekst Louis Peter Grijp, opgenomen in het boekje bij de CD 'De Zeven Zonden van Jeroen Bosch)

Aan de voorstelling ‘De Zeven Zonden van Jeroen Bosch’ werkten mee:
tekst – Gerrit Komrij, vormgeving en regie – Jos Groenier, choreografie – Lieven Baert, artistieke leiding Louis Peter Grijp, uitvoering – Camerata Trajectina – blazersensemble La Caccia en dansgroep Lieven Baert.