Korteweg-Vermeer

Meisje met een tulband

Anton Korteweg

Ze lijkt wel voorheen God! – de ogen van
het meisje met een tulband, ogen zijn het
die altijd overal je zien, waarheen en hoe
je kijkt. Maar toch, van haar mag ik nog wel
zoals ik nu al jaren lang, zij vindt niet dat
mijn leven anders moet, dat zie ik aan
haar blik. Ik wilde wel nog meer: dat ze
naar mij, juist en alleen naar mij, verlangt
en ik. Maar hoe ik ook probeer, dat krijg
ik toch haar oog niet uit. Hooguit, heel soms,
vindt het dat ik nog niet hoef weg te gaan.
Ik zwijg dan nog over het blauw van haar
tulband. Daar kan niets naast bestaan.

Korteweg-Vermeer

Het meisje met de parel

Een meisje kijkt ons over haar schouder aan. Ze houdt haar hoofd een beetje scheef, haar grijsblauwe ogen glinsteren, de mond is licht geopend, de lippen zijn een beetje vochtig. Om haar hoofd heeft zij een gele en een blauwe lap stof  gewikkeld tot een tulband en in haar oor draagt ze een oorbel met een parel. Aan dit meer dan levensgrote sieraad dat zo opvalt in het midden van de compositie, dankt het schilderij zijn titel Meisje met de parel.
Sinds 1903, toen het schilderij in het Mauritshuis kwam, is het bij het grote publiek uitgegroeid tot de meest geliefde Vermeer. Waar komt die fascinatie vandaan? Het moet allereerst iets te maken hebben met het feit dat het meisje over haar schouder kijkt. Die houding is een geweldige vondst van Vermeer, want daardoor kijkt het meisje in de ogen van de toeschouwer, die direct bij de voorstelling betrokken wordt en als het ware zelf een rol krijgt toebedeeld als degene die het meisje uit haar dagdromen heeft opgewekt.
De toeschouwer kan zich bovendien verbazen over de virtuoze schildertechniek van Vermeer. Het gezicht is heel zacht gemodelleerd, niet heel gedetailleerd, maar met geleidelijke overgangen en onzichtbare penseelstreken. De kleding is schematischer weergegeven en is verlevendigd met kleine verfstipjes die de weerkaatsing van het licht suggereren – een handelsmerk van Vermeer. Toch is er een duidelijk verschil van materialen gesuggereerd, bijvoorbeeld tussen de witte kraag die met dikke streken pasteuze verf is neergezet en de drogere verf van de tulband – waarvoor Vermeer het kostbare pigment ultramarijn gebruikte. Maar het meest bijzonder is de parel. Die bestaat uit niet veel meer dan twee verfstreken: linksboven een helder lichtaccent en aan de onderkant de zachte weerschijn van de witte kraag.
En dan is er nog het meisje zelf, die met de geopende mond en de grote ogen een onbevangen, licht afwachtende indruk maakt. Ze zal bij velen sympathie opwekken en toch weten we niet wie zij is. De schrijfster Tracy Chevalier heeft deze leemte voor ons opgevuld in haar roman “Girl with the pearl earring”. In haar fantasie wordt het Meisje een dienstmeid in het huishouden van Johannes Vermeer. Deze roman is later verfilmd door Peter Webber met de actrice Scarlett Johansson als de dienstmaagd Griet.

Korteweg-Vermeer Korteweg-Vermeer

Johannes Vermeer "Het meisje met de parel"

Michael Sweerts "Een jong dienstmeisje"

Korteweg-Vermeer

Michael Sweerts "Zelfportret"

Mogelijk heeft Vermeer bij het schilderen van het Meisje met de parel inspiratie gevonden bij Michael Sweerts, die al eerder tronies had geschilderd van een jongen of meisje tegen een donkere achtergrond. Sweerts kwam uit Brussel, had lang in Italië gewerkt en was in 1661 enige tijd in Amsterdam geweest. Misschien kende Vermeer zijn werk, want verschillende van Sweerts tronies lijken op het Meisje met de parel, bijvoorbeeld het Dienstmeisje. Beide schilderijen zijn aantrekkelijke voorstellingen van jonge meisjes, die zijn weergegeven met een mengeling van realisme en idealisering, waarbij zachte contouren worden afgewisseld met sterke lichteffecten. Maar er zijn ook verschillen. Vermeers compositie zit veel steviger in elkaar, is verrassender met de wending van het hoofd en het kleurgebruik met geel en blauw is gedurfder. Bovendien heeft Vermeers meisje met haar tulband en parel een exotische uitstraling gekregen, terwijl dat van Sweerts is weergegeven zoals ze was, een gewoon meisje, dat – zo te zien aan de spelden in haar kleding – haar naaiwerk heeft onderbroken om voor de schilder te poseren.

De parel van het meisje is te groot om echt te zijn. Het zou kunnen dat zij een druppelparel draagt van glas dat gevernist is om het een matte glans te geven. Maar het kan natuurlijk ook dat Vermeer de parel naar de fantasie heeft geschilderd. Parels, echte dan wel imitaties, waren in de mode omstreeks 1650 – 1680. We komen ze vaak tegen in schilderijen van Frans van Mieris, Gabriel Metsu en Gerard te Borch. Maar geen zeventiende-eeuwse Hollandse schilder wordt zo sterk geassocieerd met parels als Vermeer. Oorbellen van druppelvormige parels als die van het Meisje heeft hij heel vaak weergegeven.
Vermeer en parels – ze horen onlosmakelijk bij elkaar, niet alleen omdat hij ze zo vaak heeft weergegeven, maar ook omdat zijn manier van schilderen aan parels doet denken: volmaakt van vorm en met een sublieme lichtweergave. Het Meisje met de parel is bij uitstek het schilderij dat die gedachte onderstreept. In 1908 beschreef de schilder en kunsthistoricus Jan Veth het schilderij dan ook zo:
“Meer nog dan in één anderen Vermeer zou men kunnen zeggen, dat het uit stof van gestampte paarlen samengesmolten lijkt.”
Chris26.11.08