Koster-Blake

Bij een tekening van William Blake

Edward B. Koster

Met hooggekromde rug sluipt steelsgewijs
Bloeddorstig lekkend ’t monster door de nacht;
De ster belicht zijn lijf met sluikse pracht,
En glimmert schapend langs zijn arm, die spijs
Is voor het gulzige licht; hij gulzig gaat
Met opgeheven kop, en aast op bloed,
De nagel in de hand, waarmee hij wroet
Door ’t duldend mensenlijf in angst gebaad.
Zo sluipt het monster Vrees door ’t mensenvolk,
De vrees des doods, geheimvol en geducht,
Met langzaam sluipen, als langs avondlucht
Nauw merkbaar glijdt een zware, paarse wolk.