Lucebert-Elburg

brandende angel

 
 in memoriam jan g. elburg

Lucebert

jan hij is vertrokken naar een ander land
land waar een hard hoofd een weke wereld nadert
een stad van louter geest waar het beest
de mens uithangt wortels hemelwaarts wemelen
en het duitse steekwoord gottesbrot totterdood geroosterd

jan deze schielijke drinken van jaren kijkt scherp nu
door zijn vlijmscherpe bril en snijdt het oneindige
hij snijdt kijk met een lens als mes het oneindige
uit het haast eindige uit het verticale druïdewala
brandt hij een bijna ontijdige wereld het tweesnijdig gelaat

jan is niet weggegaan hij is ’t alleen dringend gaan zeggen
aan de buren aan de broodmagere gedachten de evennaasten
weten het nu dat hij zo zwaar zo overgroot geworden is
dat in de harde kop in het zwakke hart de dunne gedachte
breekt aan het dikke licht de zware sluiers van de taal

elb heet deze rivier hier met steile oevers hoge boorden
van woorden vol oorschelpen krabben blote edele delen
de aan alle kanten gebruinde denkbeelden de koortsgestoofde
dood met temperament met hem geboren in zijn lied
die met de lamp waarin mijn bloed en ook jouw bloed brandt

enige sleutelwoorden zijn ontleend aan gedichten van elburg