Lucebert-Saura

vier maskers bij zelfportretten van antonio saura


Lucebert

een

met het golvende meel van het licht
als brood wordt het hoofd gekneed en
dubbelgevouwen en platgeslagen
maar om een leven lang te kunnen eten
verzint het opperhoofd een list
hij blaast het hoofd op -
                        de vergrotingskoker werkt als gist

twee

het opgeborgen hoofd is niet te luchten
al verlaat het dag en nacht de gecodeerde lade
waar het ook gaat of staat stinkt huis en straat
naar vergeten kaas met maden
soms vlucht het hoofd in de gevoelige plaat
maar de kneuzende bliksem houdt hem geslagen
danig / hij is gebarsten / de harde oogrok
ligt in duigen rond het straalvormig lichaam

laat het gebroken oog maar dwalen over de wang
als verloren mier in een vervuilde gootsteen
het was al jarenlang bang
het wou naar buiten de duisternis in in de mist
waar het wel wist dat hij was paraat
d’a ll es sp li jt en de vi ja nd
om als oogappel te vertrappen dat volmaakte apparaat

drie

hanepoten zij de tanden
als in woede neergeschreven
in deze sporen staat te lezen
meer dan wat ogen vertellen of handen

de gevangene stapt in de gesloten kamer
met halfgeloken ogen de grote stille heide
hangt schreef in de gebarsten bloemen
het stof fluistert in het maanlicht
vooral op de nog steeds na weken vakantie
zwoegende kook die ijverige jokkebrok
want er is toch alleen herhaling in eeuwigheid
smerig spoor op het verder smetteloos tapijt

je bent de geordende weg naar de hoofdzetel kwijt
en daarom regent het olie uit je versleten buik
en je staat stil – voorgoed? – je schroeft
de kop af van de kat die goede getuige
die als slecht geweten liever spint dan spreekt
en de stevende daar in dat onontwarbaar bed
geef je een trap na zó dat de spiegel het niet ziet
oh smartelijke zaligheid van net niet zichtbaar verdriet

vier

gelaat gelaten
gezicht zichtbaar
draagbaar portret
je bent een kroon
in een menigte bloemen
om je eigen blijdschap
op jouw plaats daar neergezet
je geurt als een maaltijd
voor je geliefde gasten
die met jou ook in eeuwigheid zijn ingebed

toch ben je een monster
en stinkt en rot aan jezelf kapot
uren en uren ben je naar jezelf uitgekeken
en toen je thuiskwam
hield je de deur op slot


Lucebert-Saura

Lucebert-Saura

Lucebert-Saura

Lucebert-Saura