Meekers-Much

De schreeuw (Edvard Munch)

Mark Meekers

moeder aarde scheurt haar schoot.
heuvels zinken weg in fjorden.
de zon gaat als een dolkstoot onder.
de kleuren klem, krijsende apen.

alles lijdt gezichtsverlies. elke
gedachte de bodem ingeslagen. vingers

scheuren de oren af om de wanhoopskreet
van stenen niet te horen.

het hoofd uit angst gesneden, hoekig
als een blokboek, met bloed afgedrukt.
de ziel, plots een zware zwerfkei
en zinloos om verder mee te dragen.

de adem van het noodlot in de nek,
over ’n brug die zwijmelt op haar pijlers,
vluchtend voor een overmacht van eenzaam-
heid tussen de gordijnen van het noorderlicht.


Meekers-Much