Melissen-Hooch
Pieter de Hooch 'Twee vrouwen op een binnenplaats' ca 1657 – 60

Pieter de Hooch

Sipko Melissen

In dit schemerig vertrek
komt de Delftse voorjaarsochtend
voor mijn blik terecht

‘twee vrouwen op een binnenplaats’

achteruitkijkspiegel naar een
verleden
waar ik een beeld van
opvang

zo scherp
dat het zonlicht op de wijzers
van de torenklok
weerkaatst in mijn gezicht

papaverdaken bloeien tegen
witgeverfde wolken
een groot onschuldig blauw
kroont de heldere morgen

zo scherp dat zelfs
de schaduw van een schoorsteen
dit heden haalt

Pieter de Hooch
Rotterdam1629 – 1684 Amsterdam
Twee vrouwen op een binnenplaats
Olieverf op doek, 69,2 x 54 cm ca 1657 – 60
The Royal Collection, Buckingham Palace, London

Pieter de Hooch
Rotterdam1629 – 1684 Amsterdam
De Hooch werkte van omstreeks 1653 tot 1661 in Delft en schilderde daar interieurscènes en taferelen gesitueerd op plaatsjes en hofjes tussen de huizen, in een mengeling van bestaande en fantasie architectuur. Hij verhuisde in 1661 naar Amsterdam, waar hij zijn taferelen situeerde in veel grotere interieurs, soms gefantaseerd, soms ontleend aan indrukwekkende gebouwen als bijvoorbeeld het Amsterdamse Stadhuis. Kenmerkend voor zijn schilderijen is het gebruik van fel zonlicht en de toepassing van een aantal op elkaar volgende doorlijkjes.

Het schilderij is opvallend door de ongewone rugfiguur van de vrouw aan het spinnewiel. Kenmerkend voor De Hooch is de aaneenschakeling van doorkijkjes die de toeschouwer ver in het schilderij voeren. De torens op de achtergrond zijn de toren van het stadhuis en de Nieuwe Kerk (links) in Delft. Evenals zijn gedicht ‘A 123’ op Van Goyens ‘Landschap met twee eiken’ waarin de museumbel hem belette in het schilderij te stappen, verwijst dit gedicht van Melissen naar een museale situatie. Het schilderij hangt in een ‘schemerig vertrek’, lezen we al direct, wat contrasteert met de sterk geaccentueerde helderheid ervan. Het heet in de Engelse Royal Collection met recht ‘A courtyard in Delft at evening: A woman spinning’., wat niet wegneemt, dat de dichter het op een schilderij een ‘heldere morgen’laat zijn.

Melissen-Hooch Melissen-Hooch
Melissen-Hooch Melissen-Hooch