Mooij-Marc

De blauwe en de rode paarden

J.J.A. Mooij

De ruggen golven nog door ’t land,
de halzen zijn fataal gebogen:
om hun volmaaktheid te verhogen
is het geluk, voorgoed, verpand.

Ook ondanks hun gesloten ogen
en in zichzelf gekeerde stand
heersen zij hier van rand tot rand,
hoeven niets hogers te gedogen.

Maar in hun blauwte dromen zij
van hun bestaan in vroeger jaren,
toen zij nog rode paarden waren:

de hals gestrekt, beweeglijk, vrij,
drie dieren die van vreugde blonken
- toch dreigend reeds aaneengeklonken.

Mooij-Marc Mooij-Marc