Mooij-Rembrandt
Rembrandt van Rijn 'De staalmeesters' 1662

De opdrachtgever

J.J.A. Mooij

1. De opdrachtgever

Wie waren het, die Rembrandt zagen
toen hij hen zag voor dit portret,
waar zij door hem zijn neergezet
met ogen die om weerwerk vragen?

Men streed om naam en bezigheden.
Maar wie ook, hebben zij vermoed
dat uit hun lichaam, geest en goed
een glansstuk werd van het verleden?

Misschien toch één: werd hij na jaren
in stilte naar de zaal gedreven
om in de beeltenis te staren.
Zag hij de latere schimmen gaan.
Verbouwereerd kijkt hij ze aan.

Hij klemt zijn hand. Het doek trilt even.


2. Schijn en weerschijn

Met een fijn netwerk van verborgen strengen
zijn zij als poppen op een rij gezet;
want Rembrandt heeft uitstekend opgelet
dat elk van hen wat eigens in zou brengen.

Maar bij verrassing komen zij tot leven.
Eén buigt het hoofd vooruit, één rijst omhoog.
Wij staan met oude mensen oog in oog
wier ernst en waakzaamheid aanwezig bleven.

Dan valt het doek. En dwars door alle hoofden
bliksemt een magistrale zigzaglijn.
Het levenslicht wijkt voor de glans der kleuren,
waarin zich oplost al wat ging gebeuren.
Zo wordt het tafereel voorgoed tot schijn-
met nog een glimp van wat het eerst beloofde.


3. Meester en knecht

Wat willen zij van ons? Kijken zij echt?
Gebaar en blik vervluchtigen tot lijnen
die onweerhoudbaar uit het niets verschijnen;
zij trekken wat zich uiten wilde recht.

En door een golfslag wordt het pleit beslecht,
zodat men hoofden boven schuim ziet deinen.
Maar mogen ook de heren zo verdwijnen,
onwrikbaar op zijn voetstuk staat de knecht.

Is hij de meester zelf? Van banden vrij
lijkt hij de heerser in dit schilderij:
Rembrandt incognito, hoe onvermoed, -
die nu de andren zelfs herrijzen doet!
Zijn levenswerk… Zou men zijn naam niet weten,
Meester der Staalmeesters moest hij gaan heten.


4. Het rode kleed

De hoeden met de brede randen
staan in een golvend defilé.
De stoet van kragen doet ook mee,
en zelfs de smalle rij van handen.

Maar zijn daartussen de gezichten
niet wat benauwend ingeklemd?
De monden strak, de blik gestremd,
gevangen door het hel belichten.

Hoezeer men met opmerkzaam turen
uit deze ban verlossing zoekt,
kracht zuigend uit het open boek,
men strandt in andere figuren.
En alle onrust, moeite, leed
verstillen pa sin 't rode kleed.


5. Naleven

Vijf mannen die niets doen, is er gezegd.
't Is waar, zij staan en zitten slechts, en kijken.
Maar kunnen mensen ooit wel meer bereiken
dan zo volmaakt te worden vastgelegd?

Met knappe streken lijkt hun dood ontdoken,
zij zelf volgeestkracht in de lijst geschikt.
En duizenden beantwoorden hun blik,
jaar in jaar uit; de ban is ongebroken.

Maar leegte staart ons aan, ondanks de troost
dat vroeger leven hier heeft vorm gekregen.
Terzijde van 't gewoel zit de suppoost
en kijkt. Misschien gaat alles tot hem in
en krijgt zo achteraf een laatste zin.
De groep ziet hij in omtrekken bewegen.

Rembrandt van Rijn
De staalmeesters 1662
olieverf op doek, 191,5 x 279 cm
Rijksmuseum, Amsterdam

Mooij-Rembrandt
Rembrandt van Rijn 'De staalmeesters' 1662 detail