Morrien-Vinci

LA GIOCONDA
(Adriaan Morriën)

Tot in de wolken heb ik je gezocht.
Van je luchtige tred geen spoor.
Geen lichtval waarin je hals
was verstrikt. Geen blauwe paden
waar jij op mij wachtte.

De bossen heb ik doorvorst,
bespot door bebladerde vogels, mij spiegelend
aan nadenkende zwammen, een lustige specht,
een doorgewinterde vos.

Wat vond ik? Een mestkever onder een keutel,
een leger mieren op weg naar de grenzen,
een volk van muggen wier koning ik werd.

En in de steden? Ja, blanke leden
genoeg, blauwe ogen in overvloed, wimpers
en blonde haren te kust en te keur, in elke straat
wel een glimlach, maar niet de ontastbare glimlach
van jou, die mij zou bevrijden uit het geweld,
zodat ik mijn ziel in een stervende spiegel
eindelijk naakt zou zien.

(uit: Oogappel Amsterdam, 1986)