Nijhoff-Memling

Memlinc

Martinus Nijhoff

Ernstig en eenzaam staat
Tusschen de holten van
Hemel en aarde de man
Die Gods woorden verstaat,

Antwoord weet, maar nog zwijgt
Zoo lang de vraag nog klinkt,
Wacht tot de wereld verzinkt
En een ster de zon overstijgt.

Hongrend naar eeuwigheid
Brak hij zijn leven als brood,
Proefde in dit voedsel den dood,
Deed afstand, en houdt zich bereid.

Luister, zwijgend, en in
Vroomheid bereid: voorwaar,
Dit is geen einde nog, maar
Een voorgoed begonnen begin.

zie ook: Memling - Janssen, Memling - Cleempoel, Memling - Toorn, Memling - Stroobrants

"Ik vermoed (...) dat Nijhoff zich hier (...) vooral heeft laten inspireren door het bekende diptiek "Onze lieve vrouwe met Maarten van Nieuwenhove". Er is allereerst de naam van de schenker: Maarten van Nieuwenhove = Martinus Nijhoff, al ziet de toekomstige burgemeester van Brugge er als drieëntwintigjarige bepaald minder vergeestelijkt uit dan de 'man' (...) uit Nijhoffs gedicht. Er is op de rechterhelft van het diptiek ook het glasraam met de voorstelling van het 'snijdend beeld' van de H. Martinus."
(Willy Spillebeen in "Een monoment en zijn voorontwerpen")

Nijhoff-Memling Nijhoff-Memling

Parodie

J. Slauerhoff

Tusschen de holten van
Hemel en aarde staat
Opgeblazen de man
Die Gods woorden verstaat.
(naar M. Nijhoff's Memlinc)

Onder den invloed van
Luther en Malthus staat
In poëzie de man
Die 's Woords wortels verstaat.

Hoezeer de ader ook spann',
Hoe bronstig zijn Moeze blaat,
Hij houdt zich aan den ban,
Begaat hoogst zelden de Daad.

Door innig wachten wijdt
Hij zijn poëtisch zaad,
Wacht en houdt zich bereid
En proeft zijn honig als raat.

Twee gedichten per week,
Twee bundels in heel 't houwlijk.
Moeze, 't is de tax, dus spreek
Niet tegen, zwijg of bezwijk!

ooit bindt men u meer in,
ooit krijgt ge meer een keind;
Uw gade zweert: "r Begin
Is schooner steeds dan 't eind.'

Uw houwlijk blijft verder steriel;
Wat doet ge ook bij een poëet
Die dit zuivre: wortel en ziel,
Ver boven gedichten weet?

Brontekst
Hazeu, Slauerhoff. Een biografie, noot 789, pp. 814-8I5. In de versie uit het cahier van Batten telt het gedicht vijf strofen en ontbreken de eerste twee regels van de vierde strofe. De derde en vierde regel van die strofe vormen de regels 5 en 6 van de derde strofe. De titel en de toevoeging tussen haakjes na het motto ontbreken echter in de door Hazeu geciteerde versie, die gezien de toegevoegde naamvals-n'en en de verzorgdere interpunctie door een ander is geredigeerd. Datering: I925. 'Memlinc' verscheen in De Gids van januari I924 en werd gebundeld in Vormen (I924), Nijhoffs lang verwachte tweede dichtbundel na zijn debuut De wandelaar (19I6) en het poëtische stemmenspel Pierrot aan de lantaarn (I9I9).
Het motto en de beginstrofe van 'Parodie' zijn spottende variaties op de beginstrofe van Nijhoffs gedicht:

Ernstig en eenzaam staat
Tusschen de holten van
Hemel en aarde de man
Die Gods woorden verstaat

Het 'wachten' en 'zich bereid houden' uit de drie volgende strofen van het origineel buigt Slauerhoff om tot een verbeelding van de traag publicerende Nijhoff, wiens omgang met de Muze als lang volgehouden abstinentie wordt voorgesteld, totdat het lang uitgestelde moment daar is en de dichter haar 'inspiratie' met geweld afdwingt. Dat gaat kennelijk zo langzaam dat Slauerhoff vreest dat Nijhoffs Muze nooit meer een 'keind' zal krijgen en nooit meer (als dichtbundel) zal worden ingebonden. 'Luther' staat kennelijk voor Nijhoffs christelijke levensvisie, die in Vormen een belangrijke rol speelt, terwijl Malthus de geboortebeperkende omgang met de Muze vertegenwoordigt. Het citaat "t Begin / Is schooner steeds dan 'r eind' persifleert de slotregels van Nijhoffs gedicht - 'Dit is geen einde nog, maar / Een voorgoed begonnen begin.'
Waar kwam de giftigheid tegen Nijhoff vandaan? Die lijkt veroorzaakt door zijn recensie van Slauerhoffs debuutbundel Archipel (I923), die op 17 januari I925 verscheen in de Nieuwe Rotterdamsche Courant. Nijhoff was niet bijzonder positief over de bundel en bood een nogal
Freudiaanse analyse van Slauerhoffs dichterschap, met zeer rake typeringen van diens dichterlijke procedés, gevoelsleven en karakter. Het ziet ernaar uit dat Slauerhoff - die niet veel ophad met Freud – zich indecent geëxposeerd voelde. Het gewroet in zijn ziel en naar de wortels van zijn dichterschap beviel hem allerminst. Niettemin bewaarde hij Nijhoffs recensie zijn leven lang. Kennelijk had de kritiek een gevoelige snaar geraakt.


(bron:

J. Slauerhoff Het hele leven is toch verloren - gedichten, brieven en essays samengesteld door Arie Pos en Menno Voskuil)

Nijhoff-Memling
Hans Memling 'Sybylla'