Oever-Dyck

Anton van Dijck
Willem van Oranje en zijn bruid Maria Henrietta

Karel van den Oever

Hoe sprengt een milde brand uit de ongerade arcaden
op ’t prinslijk kinderpaar dat zoete handjes vlecht
bevallig met getip van vingren overlegd
als om een lieven gang langs schemerende paden.
Hoe kreukt schakeerden weerschijn in satijnen naden
dat ’t prinslijk broekje glimt in prinselijke plecht,
het sierlijk hoedje bruint aan d’hozen wonderecht
en ’t eedle dochtertje in klaarheid staat te baden.
O vriendelijke praal waar zoveel zons op schijnt,
o schoon Oranje-jeugd waar zoveel licht op kwijnt,
o lieflijk kinderpaar vol zielsaanvalligheden,
wat aarzelt Holland om een krans van lauwergoud
te smijten aan uw schoentjes die zo fris en stout
door Hollands groene weiden straks gaan nadertreden.