Prevert-Klee

Klee Paul: carnival

De straatveger bijwijlen …

 

Jacques Prévert

De straatveger bijwijlen
wanhopig bezig met
zijn geestdodende werk
te midden van het stoffig puin
van een bedenkelijke koloniale tentoonstelling
blijft in vervoering staan
voor ongewone beelden
van bladeren en bloemen
die sprekend lijken
op dromen
op moorden feesten gloed
Op blote vrouwen stromen ochtendgloren en geluk
op lachen en begeerte
op vogels en op bomen
of ook nog op de zon de maan de liefde en de dood
Bizarre monumenten elk moment
voor het geringste opgericht
door inboorlingen gelukkig
ongelukkig
vrijgevig prijsgegeven aan
het vrije spel van noodlot en van wind
die beelden staan
daar voor de veger die zijn ogen niet gelooft
en die zijn hand legt op zijn hart
omdat hij zich ineens
zo onbegrijpelijk gelukkig voelt
En alle beelden wiegelen zachtjes
in de zuring van de zon die ondergaat
hun mooie zwarte meisjeslijven
omhangen met papavers rood en wit
En het beeld van de wind
spiernaakt achter de beelden van de bomen
laat alle blije klokken galmen
van ruimte en van tijd
En het beeld kind maakt de politie bang
alleen maar bij de gratie van zijn zang
terwijl de maan het veld kastijdt
met haar grote zilveren vlegel
En de straatveger glimlacht
 gesust en zacht gekust
door het beeld van het frisse leven zelf
En ik wanneer ik schilderijen van Paul Klee bekijk
ben ik zoals die veger
vol dankbaarheid
vol levenslust
de koning te rijk.

(vertaling door Geest van Istendael en Koen Stassijns)



Enfance à Tarragone

 

Jacques Prévert

Parfois le balayeur
poursuivant désepérément
son abominable labeur
parmi les poussiéreuses ruines
d’une crapuleuse exposition coloniale
s’arrête émerveillé
devant déxtraordinaires statues
de feuillage et de fleurs
qui représentent à s’y méprendre
des rêves
des crimes des fêtes des lueurs
des femmes nues une rivière l’aurore et le bonheur
et le rire et puis le désir
des oiseaux et des arbres
ou bein la lune l’amour le soleil et la mort
Étranges monuments de l’instant même
élevés à la moindre des choses
par des indigènes heureux
et malheureux
et laissé là
généreusement offerts au hasard et au vent
ces statues se dressent
devant le balayeur qui n’en croit pas ses yeux
et qui met la main sur son cœur
en se sentant soudain
inexplicablement heureux
Et les statues balancent doucement
dans l’oseille du soleil couchant
leurs jolis corps de filles noires
drapés de pavots rouges et blancs
Et la statue du vent
tout nue derrière les statues d’arbres
fait retenir le beinveillant vacarme
de l’espace et du temps
Et la statue enfant terrifie le gendarme
par la seule grâce de son chant
et la lune bat la campagne
avec son grand fléau d’argent
Et le balayeur sourit
bercé et caressé
par la statue qui représente la fraîcheur de la vie
Et moi quand je regarde les tableaux de Paul Klee
je suis comme ce balayeur
reconnaissant
émerveillé
ravi.

 

Prevert-Klee Prevert-Klee
Prevert-Klee Prevert-Klee

Paul Klee