Proust-Vandijk

Proust-Vandijk Klik op de notenbalk wanneer u tijdens het lezen van dit gedicht wilt luisteren naar een piano etude die naar aanleiding van dit gedicht gecomponeerd is door Reynaldo Hahn een vriend van Marcel Proust.

Anton Van Dyck



Marcel Proust

O zoete hartentrots en edele sier der dingen
die glanzen in de ogen, het hout en het fluweel,
o houding en manieren die hun hooglied zingen
- die erfelijke trots valt vrouw en vorst ten deel! -
Je triomfeert, Van Dijck, prins van de kalme geste,
in alle schone wezens die weldra sterven gaan
en als een fraaie hand zich openen kan ten leste
biedt deze ongetwijfeld jou haar palmen aan!
De ruiters rusten onder dennen, bij het strand,
- en net als dit door tranenvloed haast overmand -
’t zijn koningskinderen, nu reeds ernstig en vol luister,
maar zonder verenpraal, hun kleding streng en duister,
met sieraden waarin – door fonkeling verhuld -
het tranenbitter schittert dat hun ziel verhult.
Maar te hooghartig zijn ze voor ’t open rouwgebaar;
boven dat alles troon jij, jij precieus wandelaar,
in bleekblauw hemd, met een hand in de zij gedrukt,
in d’ andere een vrucht met blad, net van de twijg geplukt,
ik mijmer maar begrijp ze niet: je ogen, je gebaar,
rechtop, maar toch in ruste, daar waar de andren wijken,
Hertog van Richmond, jonge wijsgeer – lieve gek? -
ik kom steeds bij jou terug: een saffier rond jouw nek
fonkelt al even zacht als jouw rustige kijken.

 

Anton Van Dyck

Marcel Proust

Douce fierté des coeurs, grâce noble des choses,
Qui brillent dans les yeux, les velours et les bois ;
Beau langage élevé du maintien et des poses
Héréditaire orgueil des femmes et des rois !
Tu triomphes, Van Dyck, prince des gestes calmes,
Dans tous les êtres beaux qui vont bientôt mourir,
Dans toute belle main qui sait encor s'ouvrir...
Sans s'en douter, qu'importe, elle te tend les palmes !
Halte de cavaliers sous les pins, près des flots
Calmes comme eux, comme eux bien proches des sanglots ;
Enfants royaux déjà magnifiques et graves,
Vêtements résignés, chapeaux à plumes braves,
Et bijoux en qui pleure, onde à travers les flammes,
L'amertume des pleurs dont sont pleines les âmes,
Trop hautaines pour les laisser monter aux yeux ;
Et toi par-dessus tous, promeneur précieux
En chemise bleu pâle, une main à la hanche,
Dans l'autre un fruit feuillu détaché de la branche,
Je rêve sans comprendre à ton geste et tes yeux :
Debout mais reposé dans cet obscur asile
Duc de Richmond, ô jeune sage ! - ou charmant fou ? -
Je te reviens toujours... -. Un saphir à ton cou
A des feux aussi doux que ton regard tranquille.

 

Anton Van Dyck

Marcel Proust

Bittersweet, the heart’s pride, noble grace of things
That shine in the eyes, the velvets and the woods,
Beautiful high language, holding up between poses
-Hereditary conceit of women and kings!
-You triumph, Van Dyck, prince of calm gestures,
In all the beautiful ones who are soon to die
In every beautiful hand that remembers how to open
Without doubting itself, - what matters? - The palms stretch out!
Riders halt, under the pines, near the streams,
They are quiet - as they are very close to tears
- Royal children already splendid and grave,
Resigned to raiment, hats with feathers brave,
And jewels in which tears, waves through flames
Tears of bitterness which are full of the soul
Too lofty to approach leave from their eyes;
And you, over all, precious walker,
In your pale blue shirt, one hand at the hip,
In the other a leafy fruit picked off the branch,
I dream without understanding your gesture and your eyes,
Standing, but rested, in this obscure refuge,
Duke of Richmond, a young sage! - Or charming fool?
I return to you always: A sapphire, at your neck,
Has fires as soft as your quiet look.


Proust-Vandijk

zie ook: Proust - Cuyp, Proust - Potter en Proust - Watteau

Proust-Vandijk
Reynaldo Hahn

Laten we voor de aardigheid nog eens meeluister naar wat Paul Witteman in zijn rubriek Wederhoor in de Volkskrant schrijft over Reynaldo Hahn:
(...) "Laten we ruim honderd jaar terug gaan in de tijd. We zijn in Parijs in het fin de siècle. Het decor is de salon van de excentrieke prinses Mathilde de Metternich, een nicht van Napoleon, waar in het weekeinde de elite bij elkaar komt. Er wordt gedronken, gegeten, gedebatteerd en muziek gemaakt, in die volgorde. Een 6-jarige jongen (of is het een meisje?)  in een zwart zijden kostuum speelt muziek van Scarlatti achter de vleugel. Na het applaus is er veel 'oh' en 'ah' te horen. De prinses is trots op haar ontdekking. Het jongetje, vertelt ze opgewonden, heet Reynaldo Hahn en is de zoon van een steenrijke Duitse ondernemer en een vrouw uit Venezuela, dat verklaart zijn donkere teint. 'Hij wil componist worden' zegt prinses Mathilde op een bijna samenzwerende toon. Het gezelschap snobs gromt instemmend.
Ruim tien jaar later in een andere salonbijeenkomst laat Reynaldo zijn eerste liederen horen op tekst van Victor Hugo. Hij begeleid zichzelf op de piano. 'Si mes vers avaient des ailes', als mijn verzen vleugels hadden zingt hij met zijn hoge stem. Wanneer het publiek uit de betovering ontwaakt, breekt de discussie los. Hoe had de puber deze volwassen melodie kunnen bedenken? Kwam dat door de tekst van het onsterfelijke gedicht van Hugo? Gaat de tekst boven de muziek? Het debat wordt op steeds hogere toon gevoerd. Er wordt meer wijn geschonken. Zien we daar de schrijver Marcel Proust binnenkomen?

Proust zou later spreken over “het geniale  muziekinstrument dat Reynaldo Hahn heet” . Dat ging over de stem van de componist, die zichzelf begeleide als een Bob Dylan avant la lettre.
Proust kon het mooi zeggen dus we laten de schrijver van A la recherche du temps perdu zelf aan het woord over een concert van Hahn: “ Met zijn hoofd licht achterovergebogen en zijn melancholieke, wat laatdunkende mond waaruit de ritmische stroom ontsnapte van de mooiste, de droevigste en de warmste stem die ooit heeft bestaan, omhelst dit geniale muziekinstrument dat Reynaldo Hahn heet alleharten en maakt alle ogen nat door de huivering van bewondering die ver om zich heen grijpt en die ons doet beven,ons een voor een doet buigen in een stille, plechtige golving van korenaren in de wind.” Het wonderlijke is niet dat Proust en zijn medeluisteraars zo onder de indruk waren van een componist die we tegenwoordig nog nauwelijks kennen, maar dat Hahn kennelijk zijn eigen liederen zong terwijl hij zichzelf begeleidde. Dat zag je zijn beroemde tijdgenoten Fauré, Saint-Saën en Debussy niet doen.
Zingen en tegelijkertijd spelen is een vak apart, maar op de poppodia wordt dagelijks bewezen dat het kan. Bij de meeste zichzelf begeleidende zangers trekken handen en stem gelijk op, maar een enkeling slaagt erin ze onafhankelijk van elkaar te besturen. Bob Dylan bijvoorbeeld kan vrij over een strakke begeleiding heen zingen, alsof het ritme van zijn vingers niet voor zijn stem bestaat. Het schijnt dat hij daarom stevig heeft moeten oefenen. Zou Hahn dat ook hebben gekund? Misschien.
Hahn componeerde in de regel bescheiden pianopartijen zonder aandacht vragende tegenstemmen. Ook vermeed hij doorgaans halsbrekende toeren voor stem en vingers tegelijk. In Infédilité, bijvoorbeeld, wordt een eenvoudig akkoordpatroon slechts een keer onderbroken door een kort liedje, en juist dan zwijgt de stem. Op hun beurt hebben de vingers rust bij de moeilijkste sprong van de stem. Ook in Fêtes galantes zorgt Hahn ervoor dat stem en vingers elkaar niet te veel in de haren zitten. Maar soms is de combinatie van zingen en spelen veeleisender. In Á Chloris spelen de vingers een soort pastiche op barokmuziek dwars door de zanglijn heen, en in Tyndaris schuift de stem over het strakke metrum van de begeleiding. Echt een lied voor Bob Dylan zou je zeggen. Eigenlijk componeerde Hahn een soort weemoedige popliedjes – adembenemend in hun eenvoud, pretentieloos en volmaakt van stemming en kleur. Geen wonder dat Proust de ogen niet droog hield.



Proust en Hahn (1875 - 1947) zullen minnaars worden, een relatie die twee jaar duurt, tot de schrijver van A la recherche du temps perdu verliefd wordt op weer een andere jongeman. Hij versleet er velen in korte tijd. Infidelité heet het mooiste lied van Hahn, op tekst van Gautier. Het was in de beau monde van Parijs voor iedereen duidelijk welke overspelige geliefde Hahn op het oog had als hij zong; 'Er is niets veranderd behalve jij'." (...)
Proust-Vandijk Door de notenbalk hiernaast aan te klikken kunt u het lied Infidelité beluisteren.

Proust-Vandijk
foto van Reynaldo Hahn door Nadar 1898