Szymborska-Byzantijns-Mozaiek

Byzantijns mozaïek


Wislawa Szymborska

‘Mijn gemalin Theotropia.’

‘Mijn gemaal Theodendron.’

‘Wat zijt ge mooi, gij met uw smalle gelaat.’

‘Wat zijt ge schoon, gij met uw blauwe lippen.’

‘Zo bekoorlijk nietig zijt ge nu,
onder uw gewaad, bol als een klok,
dat, indien afgenomen,
over het gehele rijk zal schallen.’

‘Hoe uitmuntend hebt ge uw vlees gedood,
mijn heer en meester,
wederschaduw van mijn schaduw.’

Mijn genegenheid, o meesteres,
gaat naar uw handen uit,
die als droge palmpjes
in uw mantel zijn gestoken.’

‘Doch liever zou ik ze ten hemel heffen
om genade voor ons zoontje af te smeken,
omdat hij niet zoals wij, o Theodendron.’

‘God verhoede, Theotropia.
Hoe zou hij kunnen zijn,
verwekt in waardigheid,
in alle eer en deugd?’

‘Ik zal het u bekennen, luistert.
Een kleine zondaar heb ik u gebaard
Spiernaakt als een biggetje,
maar dik en spartelend,
niets dan rimpel en gewricht
kwam hij naar ons toe gerold.’

‘Is hij bolwangig?’

‘Jawel.’

‘Is hij gulzig?’

‘Jawel.’

‘Zijn kleur gezond en fris?

‘Zoals ge zegt.’

‘En wat zegt de archimandriet,
die man van de hoogste gnosis,
wat zeggen de kluizenaressen,
die heilige skeletten hiervan?
Zij immers zullen het duivelskind
uit zijn bakerzijde wikkelen?’

‘Het wonder van metamorfose
ligt nochtans in Gods hand.
Wanneer ge ziet hoe lelijk toch
ons kindje is, zult ge dan niet
gaan schreeuwen en te vroeg
de boze wekken uit zijn slaap?’

‘We zijn tweeling in ontzetting.
Breng hem hier, Theotropia.’

Zie ook: Szymborska - Hiroshige, Szymborska - Rubens, Szymborska - Bruegel, Szymorska - Middeleeuwse miniatuur.
Szymborska-Byzantijns-Mozaiek

Szymborska-Byzantijns-Mozaiek

Szymborska-Byzantijns-Mozaiek