Teister-Vos
Peter Vos 'Bij Arie op de brug' (omstreeks 1956)

Drie Dromen

Alain Teister

1

Ik droomde dat ik Peter Vos
was, oh, het was een wonder.
Van alle remmen los
raakte ik onder
een stevig glas vertrouwelijk
met Teister. Dat was gezelschap!
Beter dan vrouwelijk,
beter dan goed en fijn,
samen tien van rood, en nog een kleine
consumptie gebruiken,
ons van genoegen op de buiken
wrijven, spreken over Rome,
Theo, Tonny van der Linden, Kuik en
Leo Vroman.

Na zoveel moois geheel ontzet
ontwakend, bezat ik een gemene ets
waarop Pausin Johanna
volslagen aan mij opgedragen
zich ophoudt in een bed
dat ik herken als dat van Peter.

I am a Fox-hater.

De andere twee dromen gaan over William (Dirkje) Kuik en Theo Sontrop

Teister-Vos


Peter Vos 'Schildershemel'

De laatste dag

Alain Teister

Ik had je nog nooit zo wanhopig gezien,
bracht iemand verslag uit over mijn toespraak
tegen de nabestaanden.

Ach wat, dacht ik. Zenuwen, dame,
zoals ik ook had bij het openen van een tentoonstelling:
onverwacht beven, kramp in de kaken,
een waas of mijn ogen branden -
nooit goed geweest met spreken in ’t openbaar,
en nu, bij je baar, geen haar beter.
Hakkelen, trager praten, zwaar ademen,
radeloos schamen, hallo!
Maar toch wel een mooie interpretatie, hoor dame,
wanhoop – die ik de vorige avond had weggedaan,
voor een paar dagen.

De lanen waardoor de zwarte auto’s
ons meenamen naar waar je weg zou gaan
waren verbazend vol bladeren,
ondanks de herfst. M’n regenjas aan
liep ik achter je aan.
Raar dat ze je moesten dragen,
over grindpaden naar het gras,
maar eerst een kapel, waar functionarissen
aanwezen waar we hadden te staan,
en muziek maakten.
Ik zorgde ervoor, me volgens tradities
en voorschriften te gedragen,
niet zaniken, dacht ik,
bewaren voor later maar, als je je zegje hebt,
en allen bedankt die er waren,
aardige klagers.

Ik geloof dat ze je al binnen de perken
zacht hadden laten zakken,
toen een wenk van de grafbaas
aangaf dat ik mijn gang kon gaan,
en ik sprak. Haast niet,
voorzover ik weet, wist ik veel wát,
een kunstwerk kon ik je nauwelijks noemen,
al had je een zilveren lijst om je bak,
en trouwens, geen vernissage vandaag.
Zo ziek was ik dat ik weer beefde, stamelde,
bijna brak, maar is dat al wanhoop, dame?

Ik was je begraafplaats natuurlijk, papa,
je laatste rustplaats, je aarde,

Waarin je langzaam verandert
in rotzooi, hoe langer ik aan je knaag.

(voor Peter Vos)

Teister-Vos  Teister-Vos 

Athena Noctua, droge naald ets

De gedaanteverwisseling van Ascalaphus, litho
Teister-Vos  Teister-Vos 

De gedaanteverwisseling van Tereus, litho

Kippen, pen en penseel
Teister-Vos  Teister-Vos 

Leda en de zwaan, pen en penseel

Plinius met uilengeboorte, litho