Tentije-Ket
Dick Ket 'Zelfportret met zwarte hoed' 1931

Zelfportret met eieren en zwarte hoed
(naar Dick Ket)


Hans Tentije


Gesprongen 't email op de bodem van de kom
waar schaduw is en roest
onblusbaar de langzame brand van wat tenslotte roest

grijns blijft een glimlach, vermoeide grimas
zolang 't doek gespannen is; 't is portret verstilde honger
stilleven misschien nog

en alles is er
de roodgeruite keukenhanddoek, verschoven beugelfles
brekend licht, de glans van eieren
't blauwe schrift voor straks

nee, niet te hoeven inhameren
op 't granieten aanrecht van wie weet wat voor werkelijkheid
want op den duur barst ook de verf vanzelf
hier, en daar, en op de bodem van de kom

Tentije-Ket
Dick Ket 'Zelfportret met theedoek'

Het is lang niet altijd eenvoudig om te bepalen naar welk kunstwerk een gedicht verwijst. De ene dichter is bijzonder duidelijk en geeft, of in de titel of in een nadere toevoeging daaronder, precies aan welke voorstelling hij op het oog heeft. Maar anderen zijn minder duidelijk of maken het ingewikkelder. Zo geeft Hans Tentije zijn gedicht 'naar Dick Ket' als titel mee: 'Zelfportret met eieren en zwarte hoed'. Wie nu de moeite neemt erachter te komen welk schilderij bedoeld wordt, vindt wel veel zelfportretten van Ket, ook met zwarte hoed, maar geen zelfportret met eieren en zwarte hoed. Eieren komen er daarentegen in Kets werk wel voor, ook een 'roodgeruite keukenhanddoek' en een kom met gesprongen email, maar geen zelfportret met eieren, zwarte hoed, en de rest. Tentije is van één zelfportret uitgegaan, het Zelfportret met zwarte hoed uit 1931, en hij heeft in het gedicht dat hij schreef elementen uit ander werk van Ket ingevoerd, de titel bewijst het al.