Orpheus van Ossip Zadkine

Ossip Zadkine 'Orpheus' 1956

Op de tocht

Marc Tritsmans

ik zie dat wel: het is niet vanzelfsprekend
om mij da aandacht te geven waar mijn hand
om vraagt want ik twijfel zelf voortdurend

aan mijn geloofwaardigheid, weet nog precies
het ogenblik waarop ik voor het eerst voelde
hoe wind dwars door me heen blies en sindsdien

staat mijn ziel hier dag en nacht op de tocht
maar ik gag niet op, zette de voeten schrap
zie mijn dijspieren trillen want het blijft toch

mijn goddelijke taak om mensheid met zachte
stem op schoonheid te wijzen maar zo lang
al krijg ik geen noot muziek meer uit mijn lier

probeer ik te zingen dan opent mijn mond zich
in deze vreemde grimas, wendt dus genadig jullie
blik af want machteloos sta ik hier voorgoed te kijken

Ossip Zadkine 'Orpheus' 1956
Ossip Zadkine 'Orpheus' 1956

Het Orpheusthema, "de vertwijfelde tragische speler, wiens roep om Eurydike terugkeerde tot hem zelf, toen het vertrouwen dat de grote trouw is, hem begaf..." (A.M. Hammacher, Zadkine, Amsterdam 1954) houdt Zadkine bezig sinds 1928. In de verschillende étappes wordt het instrument, de lier, steeds meer geïntegreerd in het lichaam. De aanleiding tot deze volledige integratie vond Zadkine in een stuk hout, dat aan een voortschrijdende figuur deed denken en waarvan het torso de structuur van een oude lier vertoonde. Orpheus is tot een teken in de ruimte geworden waarin een onoplosbare spanning de gecompliceerde structuur van de kunstenaar zelf weergeeft. Er zijn vijf exemplaren voorzien.