Vercnocke-Rembrandt 
Rembrandt van Rijn - Navolger - (17e eeuw) 'De man met de gouden helm'

Bij Rembrandts ‘Man met de helm’

Ferdinand Vercnocke

Duister de wand en duister mijn gewaad,
duister mijn blik, en duister mijn gelaat.

Ik leef verborgen en blijf onbekend,
ik ben de stilte en diep gepeins gewend.

Ik heb noch vrouw noch vrienden, zoon noch meid,
om mij is nood en heilige eenzaamheid.

De wereld blijft mij vreemd en schemert vaag:
veel schoner is de wereld die ik draag.

En rein in ’t duister, groot van gouden licht,
gloeit op mijn hoofd, hoog opgericht,

De helm, geklonken aan een kloeke rand,
een stormhoed waarop vurig loofwerk brandt.

Daarboven, fonkelend in ’t verneveld ruim,
de trotse rilling van een hoofse pluim.

Navolger van Rembrandt (17e eeuw)
De man met de gouden helm
Olieverf op doek, 67 x 50 cm
Staatliche Museen Preußischer Kulturbesitz, Gemäldegalerie, Berlijn.

Na langdurig technisch en stilistisch onderzoek bleek in 1985, dat dit wereldberoemde schilderij niet door Rembrandt is geschilderd, maar door een navolger. Vercnocke laat de man zichzelf beschouwen als een eenzame, ongenaakbare, van de wereld afgewende, die genoeg heeft aan het attribuut van zijn krijgsmanschap, de helm.

zie ook: 
Rembrandt - Aafjes,
Rembrandt - Baeke, Rembrandt - Balkt, Rembrandt - Barnas, Rembrandt - Bernlef, Rembrandt - Boeken, Rembrandt - Brabander, Rembrandt - Brassinga, Rembrandt - Bruinja, Rembrandt - Claus, Rembrandt - Decker, Rembrandt - Emmens, Rembrandt - Enquist, Rembrandt - Gerhardt, Rembrandt - Gerlach, Rembrandt - Harmens, Rembrandt - Herzberg, Rembrandt - Hofman, Rembrandt - Kemp, Rembrandt - Knibbe, Rembrandt - Kopland, Rembrandt - Meekers,Rembrandt - Menkveld, Rembrandt - Moeyaert, Rembrandt - Schiferli,Rembrandt - Schulte-Nordholt, Rembrandt - Soepboer, Rembrandt - Spinoy, Rembrandt - Tentije,
Rembrandt - Vestdijk, Rembrandt - Vestdijk02,
Rembrandt - Vestdijk03 Rembrandt - Wissen.

Gedichtencyclus Rembrandt en de Engelen