Francis Bacon 'Two Figures' 1953

Two Figures 1

Peter Verhelst

 Adem in adem. Een lichaam schuift
Over zijn lichaam als een hand
Over een hals: het duwt
Hem tegen het bewustzijn aan.

Alsof het was gewild
Stapelt het zich op uit verf en aarde
Tot een beeld dat rond hem sluit,
Geschouderd en bevlekt.

Onhandig knielend aan zijn witte huid
Beschrijft het hem
Zijn dialect van tederheid,
Haar spraakgebrek waarin hij aanbreekt.

Een gestalte dat naar leven hapt,
Verbijsterd, grijpend naar een grens,
Het absolute punt van elk gebaar.


*

Zij maakt gewag van hem die toebehoort.
Zijn schaamte en zijn achterdocht
Heeft zij in bleke vlekken afgelegd,
Haar naaktheid opgespannen als een vlies.

Zij maakt hem kleiner dan hij had gehoopt.
Wat hem begroeit wil niet terug.
Het slepende van zijn bewegingen
Maakt plaats, voor meer misbaar.

Haar gezicht vergroeit, zodat het dreigt.
Hij wordt er niet meer door
Weerlegd, enkel geduld.
Het toont hem wat hij aankan:

Hij betekent nauwelijks
Buiten haar om.


*

Zij heeft hem met zichzelf gemeen
En staat hem dieper na dan kneuzingen.
Als daglicht heeft zij hem de buitenkant
Ontnomen, als een vrouw ontknoopt.

En waar hij ook beweegt, beweegt zij mee.
Haar beeld tekent zich scherper af,
Haar huidskleur duurt
Een hartslag aan zijn mond

En valt temidden van zijn lichaam
Een begeerte
Waarin zij zich handhaaft
Tot een zekerheid dat hij betekent

Onvoorwaardelijk
Binnen haar om.

Verhelst-Bacon 
Francis Bacon 'Self Portrait'