Verhelst-Cordier
Thierry de Cordier 'Landschap'
(niet het werk zoals bedoeld in dit gedicht)

Zelfportret als regenworm

Peter Verhelst

 Ik heb haar alleen maar losgesneden,
het was de vrouw die mijn huis in het raamwerk aanbracht.
Voorovergebogen. Geduld kwam in haar schoot zitten, wreef
als witte verf gestremd kaarsvet (haar liefde) het opgespannen vel
in en ze had maar te knikken. En te glimlachen.

Daarover bewegen zich nu de insecten, mijn gedachten, ze jagen
richtingloosheid na. (Op het vel is gekras hoorbaar
van klauwtjes.) Hopen ze op een nacht die hun toelaat
op te stijven – glimmende, zinloze ringen over zinloze vingers?
Niet meer te denken. Eindelijk niet meer te moeten hopen.

Die weerloze droom gepikt te worden
die zich daaruit te voorschijn kronkelt:
ze gaat liggen. (Ze slaapt maar.)

Mijn vrouw legt een arm rond elk kind.
Ze kijken.

Elk woord dat we denken draait
natte, paarse cirkels,
krult in een vlezige lus op
tot ik ingebonden lig als een regenworm.

Ergens wordt gefluisterd
(of is het de grond die zindert van de hitte):
geloof mij niet.

Geloof
maar
nooit in mij.

Zo is het beter.

Verhelst-Cordier
Thierry de Cordier  'Electric Potatoe'