Verwey-Rembrandt
Rembrandt van Rijn 'Portret van een gezin met drie kinderen

' ca 1668

Rembrandt

Albert Verwey

Dit dubble schilderij is zó gebouwd:
Een man in zwart, geweken achterwaarts,
Langwerpig van gelaat, wel menslijk, maar
Zonder van hartstocht of karakter de
Werkende lijnen. Stilstaand met een schaduw
Van glimlach in zijn ogen, reikt zijn hand -
Maar daarvan later. Vóór hem vult het doek
Dit volle leven: verst van hem vandaan
De vrouw in rijpen blos en rood gewaad,
Donker, maar als een zoete vrucht, gezeten
Met één kind op een knie, van de Andre twee
Brengt ene een mand met bloemen, de andre lacht ….
Haar kleed is rood: vlamrood, papaverrood,
Oranje en soms met zulk een gloed erin
Alsof de volle zomer, vuur en vonk,
Eruit weerstraalt. Een weerschijn zet zich voort
In ’t jurkje van de jongste, als vloeipapier
In duizend kreuken. Die gekreukte kleur
Wordt ras een mand vol bloemen: wit, rood, groen,
Die de oudste stemmig draagt, en lente, ‘pure
Aarzlende groen van lente schemert haar
En ’t zusje om ’t lijf, dat laatste een stralend kind,
Dat lacht, wijkt en begeert naar de anjer, rode,
Zwijgend haar voorgehouden door die hand,
Hand van dien man ’t zwart, uit donker-purpre
Mouw reikend in die lente en naar dat kind.
Hij glimlacht wel, de moeder glimlacht ook,
Maar bei afwezig: zij alsof zij hoort -
Wel liefdevol zich neigend naar het leven
Rondom haar, maar toch hoort, meest innerlijk,
Hoe in haar ’t leven wondre maten zingt.
En hij, daarbuiten – ’t zij alleen die hand -,
Zijn glimlach is geen glimlach meer, is liefde
Voor wat met hem nog leeft, doch buiten hem.
Zo is dit schilderij tweeledig: ’t ene
Stralende leven, lentgroen, zomerrijp,
Met aan zijn rand rood van den ondergang,
En ’t Andre ’t zwarte dat uit purpren mouw
Een bloem reikt en die voorhoudt aan een kind.

Portret van een gezin met drie kinderen
Olieverf op doek, 126 x 167 cm ca. 1668
Herzog Anton Ulrich-Museum

De moeder van dit familieportret doet denken aan de vrouw op Het Joodse bruidje, dat op dezelfde wijze geschilderd is. Beide schilderijen worden wel eens gezien als een allegorie op de liefde, ontluikend in Het Joodse bruidje, bloeiend in deze Brunswijkse portretgroep.
Willem Kloos’ ‘Eva - Zij hoorde 't twisten en den doffen smak. - , daterend uit 1885 en geïnspireerd door Jac. Van Looys De Offerande of Eva en Abel (1884), is het oudste ‘moderne’ gedicht dat teruggaat op een schilderij van een tijdgenoot dat bekend is. Verweys ‘Rembrandt’, dat in 1911 voor het eerst in boekvorm verscheen, het oudste gedicht dat betrekking heeft op een niet-contemporain schilderij. Het valt op dat Verwey al direct veel aandacht besteedt aan de compositie (‘Dit dubble schilderij’) en als was het tijdens een college (‘Maar daarvan later’; ‘Zo is dit schilderij tweeledig’) het schilderij niet alleen beschrijft, maar ook interpreteert. De man – geen vader genoemd, terwijl de vrouw wel met moeder wordt aangeduid – staat, zowel compositorisch als wat de aard van zijn betrokkenheid aangaat, afzijdig. Op zijn bloemen aanreikende hand na.

Verwey-Rembrandt
Portret van een paar als Isaäc en Rebecca, bekend als 'Het Joodse bruidje' ca 1665

zie ook: 
Rembrandt - Aafjes,
Rembrandt - Baeke, Rembrandt - Balkt, Rembrandt - Barnas, Rembrandt - Bernlef, Rembrandt - Boeken, Rembrandt - Brabander, Rembrandt - Brassinga, Rembrandt - Bruinja, Rembrandt - Claus,
Rembrandt - Decker, Rembrandt - Emmens, Rembrandt - Enquist, Rembrandt - Gerhardt, Rembrandt - Gerlach, Rembrandt - Harmens, Rembrandt - Herzberg, Rembrandt - Hofman, Rembrandt - Kemp, Rembrandt - Knibbe, Rembrandt - Kopland, Rembrandt - Meekers,Rembrandt - Menkveld, Rembrandt - Moeyaert, Rembrandt - Schiferli,Rembrandt - Schulte-Nordholt, Rembrandt - Soepboer, Rembrandt - Spinoy, Rembrandt - Tentije,
Rembrandt - Vestdijk, Rembrandt - Vestdijk02,
Rembrandt - Vestdijk03 Rembrandt - Wissen.

Gedichtencyclus Rembrandt en de Engelen